Opinie

    • Jutta Chorus

Dit zijn de mensen die onze huizen poetsen

Het is druk dinsdagochtend op de dijk: fietsers met valhelm, wandelaars met een buiktasje. En boven de rietkragen langs het fietspad steken de hoofden van drie Ghanezen uit, twee vrouwen en een man. Ze wandelen niet, ze lopen.

Wat doen zij in Waterland? Ze komen uit de Bijlmer in Amsterdam. „Lijn 30 is dit jaar opgeheven”, zegt een van de vrouwen. Sindsdien lopen ze van de bushalte bij de brug naar de dorpen om de woonhuizen schoon te maken. Drie kilometer. Geen van hen heeft een verblijfsvergunning, geen van hen wil met z’n naam in NRC.

Dit zijn onze arbeidsmigranten. Ze poetsen voor 12 euro per uur. Als de bus niet meer rijdt, kunnen zij niet protesteren bij de gemeente. Ze durven zelfs de nieuwe belbus niet te nemen omdat ze zich voor de app moeten registreren. Soms staat de politie klaar om ze op te vangen. „Mijn buurman is bij een politie-inval in zijn huis uit het raam gesprongen, dood”, zegt een van de vrouwen. Dat was in de Bijlmer.

In Europa laait de migrantencrisis opnieuw op. Alsof het weer 2015 is – toen waren er bijna 3.600 nieuwe asielaanvragen per maand, dit jaar gemiddeld 1.400. En alsof die ene promille al ‘ons’ werk komt afpakken.

Een van de Ghanese schoonmaaksters zit na het poetsen op een bankje. Ze draagt een ribfluwelen pet. „Vijftigplus” is ze, met volwassen zoons en kleinkinderen in de stad Kumasi. Werkdagen van half zeven tot het eind van de middag in Waterland, en sinds zij een verblijfsvergunning heeft, maakt ze ook kantoorgebouwen schoon. Ze kan lezen noch schrijven, maar heeft wel een schoonmaakdiploma van het bedrijf Victoria.

Ze vindt zichzelf oud. Ze heeft de energie niet meer om extra uren te werken, maar er zijn verplichtingen. „Mijn oudste zus, mijn broertjes zijn arm.” Eens in de drie maanden pakt ze rijst, bruine suiker, Ajax (groen, rood en blauw) en aardbeienthee van de Lidl in een plastic krat van 1 kubieke meter. Een Ghanees vervoersbedrijf in Amsterdam Sloterdijk verscheept het. Kwaad: „En dan hopen dat de leaders ervan afblijven. Die denken alleen aan hun eigen maag.”

Blijft er nog wel iets voor haar over, vraag ik. „Ik ga van huis naar huis. Ik kom niet zomaar, ik kijk”, zegt ze. Ze knijpt haar ogen samen. „Ik zie hoe ze met hun familie omgaan. Hoe ze hun werk organiseren. Dat heb ik nu ook geleerd.”

De Ghanezen lopen weer terug. Voor de huizen zitten de Waterlanders op hun bankjes.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jutta Chorus