De Nederlandse wapenroute voor terroristen uit Parijs

Wapenhandel Hoe Nederlandse, Belgische en Franse rechercheurs een groep mannen in beeld kregen die wordt verdacht van het leveren van wapens en munitie aan terroristen.

Kogelgaten in een caféruit na de aanslagen in Parijs in november 2015. Foto Ian Langsdon/EPA

Eind 2014 beginnen ze aan hun grote reis: Anis Bahri en Reda Kriket. Het is een avontuur met een dan nog ongewisse uitkomst voor deze twee zonen van Algerijnse arbeidsmigranten, opgegroeid in een voorstad van Parijs. De dertigers Anis en Reda vertrekken naar Syrië, het land waar zij zullen worden getraind voor de jihad, de heilige oorlog.

De levering van wapens was in 2016. Analyse van telefoondata van de verdachten is nu niet meer mogelijk

Veel vrienden van Anis en Reda zitten dan al in Syrië. Ze kennen elkaar van de huiskamerlezingen die prediker Khalid Zerkani verzorgde in het Brusselse Molenbeek. Zerkani, volgens het Belgische federaal parket „de grootste ronselaar” van het land, werd tot vijftien jaar cel veroordeeld voor het ronselen van tientallen moslims voor de heilige oorlog van Islamitische Staat (IS) in Syrië.

Lees het verhaal van twee slachtoffers van de aanslagen in Brussel

Zerkani is de verbindende schakel tussen terroristen als Salah Abdeslam, Abdelhamid Abaaoud en Najim Laachraoui. Zij hebben in 2015 en 2016, na hun terugkeer uit Syrië, de grootste terroristische aanslagen uit de geschiedenis van België en Frankrijk gepleegd. In het netwerk van Zerkani zijn Anis Bahri en Reda Kriket twee niet onbelangrijke voetsoldaten geweest. Met het plegen van diefstallen in Brussel financierde Reda bijvoorbeeld de jihadreizen van vrienden.

Internationaal onderzoek

Nu blijkt dat deze twee mannen de cruciale schakel zijn in een internationaal onderzoek, waarbij de Nederlandse politie maandag drie mensen heeft aangehouden op verschillende plaatsen in Nederland. De arrestanten en een vierde persoon die al in de gevangenis zit, worden verdacht van het leveren van wapens aan Reda Kriket. Het wapentuig was bedoeld voor een aanslag die door werk van recherche en veiligheidsdiensten is voorkomen.

Hoe heeft een team van Nederlandse, Belgische en Franse rechercheurs deze groep in beeld gekregen? Om dat te begrijpen, moeten we terug naar maart 2016, kort na de aanslagen in Brussel en Zaventem.

Het is donderdagochtend 24 maart 2016 als een Franse anti-terreureenheid een modern appartementsgebouw in de Parijse voorstad Argenteuil binnenvalt. De spanning is groot, twee dagen na de aanslagen op de Brusselse luchthaven en het metrostation Maalbeek. Dat blijkt terecht.

Zeven pistolen

In het appartement van Kriket worden wapens en explosieven aangetroffen. In een kluis liggen vijf machinegeweren en zeven pistolen. Daarbij een tupperwaredoos vol met de springstof TATP, een wit poeder dat jihadisten leren maken tijdens hun training in Syrië en dat is gebruikt voor de bommen die zoveel slachtoffers hebben gemaakt op Zaventem. Ook worden een ontstekingsmechanisme, een weegschaal, een handleiding bommen maken en een doos vol kogellagers gevonden.

Het is de agenten die de woning doorzoeken meteen duidelijk: hier werd een nieuwe grote aanslag voorbereid, volgens het stramien van Parijs en Brussel. Bij de terroristische acties in een concertzaal, voetbalstadion, cafés, metro en luchthaven zijn in totaal 161 doden gevallen en honderden mensen gewond geraakt.

Nederlandse link

Het wapendepot is gevonden in de schuilplaats van de Fransman Reda Kriket (36), die op dezelfde dag elders bij Parijs is aangehouden. Een dag later, op Goede Vrijdag, komt bij de Nederlandse autoriteiten het bericht binnen dat in het Franse appartement ook informatie is gevonden over Anis Bahri en twee andere Algerijnse mannen, die op dat moment allen in Rotterdam verblijven.

Bahri (34) en zijn twee ‘vrienden’ worden vanaf dat moment nauwgezet in de gaten gehouden. Drie dagen later, op Eerste Paasdag, doet de recherche een inval in de woning van een van de Algerijnse vrienden van Bahri. In de kelderbox van een galerijflat in Rotterdam doet de recherche een opmerkelijke vondst. Daar ligt, verpakt in plastic tassen, 45 kilo munitie, waarvan een groot deel bedoeld is voor kalasjnikovs. Voor dat automatische wapen worden ook patroonhouders gevonden en een speciale trommel waarin 200 kogels passen die met een kalasjnikov binnen 30 seconden kunnen worden afgevuurd.

Vingerafdrukken

Op een van de plastic tassen worden vingerafdrukken gevonden van Kriket. Uit telefoonverkeer en een later gevonden Volvo V50 blijkt dat Kriket en Bahri in februari en maart samen in Rotterdam zijn geweest. In de auto worden sporen gevonden van explosieven. Uit de telefoongegevens blijkt ook dat twee Algerijnen contact hebben gehad met Bahri en Kriket.

De vraag die na de vondst van de wapens in Parijs en de munitie in Rotterdam opkomt: horen die twee partijen bij elkaar? En wie heeft de wapens en munitie verkocht en vervoerd? Die vragen zijn leidend bij een internationaal onderzoek van de Nederlandse, Belgische en Franse autoriteiten dat na de vondsten in Parijs en Rotterdam is begonnen.

Dat onderzoek heeft succes. Na de aanhouding van Bahri en zijn twee Algerijnse handlangers komen nog meer mannen in beeld. Vier mensen worden aangehouden die aantoonbaar betrokken zijn bij de levering van de munitie. Van twee in Rotterdam woonachtige Antillianen en een Surinamer zaten de vingerafdrukken op de plastic tassen waarin de munitie is verpakt. Het blijken mannen die al eerder zijn veroordeeld voor overtreding van de Wet wapens en munitie.

Tandenborstel

Opvallender is de rol van de vierde man: El Mehdi H., een Marokkaan die in Rotterdam wordt aangehouden. Hij is de tussenpersoon geweest die de leveranciers van de munitie in contact heeft gebracht met Anis Bahri en Reda Kriket. Maar dat niet alleen: tijdens een openbare zitting bij de rechtbank in Rotterdam meldt het Openbaar Ministerie dat zijn DNA op een tandenborstel zit die op het Brusselse schuiladres van Reda Kriket is aangetroffen. Om die reden zit H. een tijd op de terrorisme-afdeling van de gevangenis in Vught.

De conclusie van dit onderzoek is dat Bahri en Kriket via hun Algerijnse kennissen uit Rotterdam op zoek zijn gegaan naar wapens en munitie en dat zij via El Mehdi H. in contact zijn gekomen met de leveranciers van de munitie. Uit niets blijkt dat de twee Algerijnen, de twee Antillianen en de Surinamer weten wat Bahri en Kriket van plan zijn met de munitie.

Wat betreft El Mehdi H. is dat onduidelijk. Uit het feit dat zijn DNA is aangetroffen op het schuiladres van Kriket in Brussel, leidt het Openbaar Ministerie af dat H. mogelijk wel op de hoogte was van de plannen. H. ontkent dat en is in de loop van het onderzoek net als de andere verdachten door de rechter vrijgelaten in afwachting van de strafzaak. Bahri is in dezelfde periode uitgeleverd aan Frankrijk waar hij met Kriket vervolgd wordt voor voorbereiding van een aanslag.

Nieuwe DNA-sporen

De cruciale vraag of er een link is tussen de munitie in Rotterdam en de wapens in Parijs wordt niet beantwoord.

Als het Openbaar Ministerie werkt aan de vervolging van de verdachte wapenhandelaren en tussenpersoon El Mehdi H. doet zich begin 2018 een verrassende wending voor. Bij een vervolgonderzoek naar het in Parijs gevonden wapenarsenaal worden aan de binnenkant van die wapens niet eerder vastgelegde DNA-sporen gevonden. Vanwege een overweldigende hoeveelheid werk hebben forensisch medewerkers in Frankrijk in eerste instantie alleen de buitenkant van de wapens onderzocht.

De nieuwe sporen leiden weer naar Nederland. Het gevonden DNA levert een match in de Nederlandse DNA-databank met genetisch materiaal van mensen personen die eerder zijn veroordeeld. Sinds maandag zitten zij dus alle vier vast.

De implicatie is, ruim twee jaar na de aanslagen in Brussel, opvallend. In Nederland is niet alleen munitie geleverd aan terroristen die indirecte banden hadden met de aanslagplegers in Brussel en Parijs. Er zijn vanuit Nederland ook wapens geleverd aan Reda Kriket, een Syriëganger en IS-sympatisant die plannen had voor een nieuwe aanslag in Parijs en daarvoor samen met Anis Bahri in Frankrijk wordt vervolgd.

Vermeende spijtoptant

Dit is niet het enige aanwijzing dat vanuit Nederland wapens zijn geleverd aan terroristen die betrokken waren bij de aanslagen van Parijs en Brussel, zo blijkt uit stukken die in het bezit zijn van NRC en de Belgische zusterkrant De Standaard. Het gaat om een verklaring van een vermeende spijtoptant, Osama Krayem. Deze 25-jarige Syrische Zweed had zich moeten opblazen in de metro tijdens de aanslagen in Brussel. Op camerabeeldenziet de politie hoe hij vlak van tevoren enkele woorden wisselt met mede-terrorist Khalid El Bakraoui, die zichzelf kort erna opblaast in het metrostation.

Om onbekende reden krabbelt Krayem op het laatste moment terug. Hij gaat naar zijn appartement, haalt de TATP-springstof uit zijn rugzak, verdunt die met water en spoelt dat door de wc. Als de Belgische politie hem daags na de aanslagen arresteert, onthult Krayem hoe de terroristen aan hun wapens kwamen: die werden in Nederland gekocht door Ibrahim El Bakraoui, de broer van Khalid, die zichzelf opblies op de luchthaven van Brussel.

Teruggekeerd

In de loop van 2017 ontvangt de Nederlandse politie Krayems verklaring over de herkomst van de wapens. Op dat moment is Krayem geen onbekende voor de Nederlandse justitie en politie. In april 2016 heeft Nederland al van de Belgen vernomen dat Krayem op de dag van de aanslagen in Parijs met een andere verdachte naar Schiphol was gereisd, vermoedelijk op zoek naar een locker die groot genoeg is om wapens op te slaan. Ze zouden zonder resultaat zijn teruggekeerd. Deze gebeurtenis is nog altijd onderwerp van onderzoek, maar het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie, verantwoordelijk voor terrorismezaken, doet er verder geen mededelingen over.

Gaat het de wapenhandelaren om geld of hebben zij een ideologisch motief?

Nu in Nederland opnieuw vier verdachten zijn aangehouden die worden verdacht van betrokkenheid van de levering van wapens aan de terroristen in Frankrijk en België, is de vraag met welk motief zij dat hebben gedaan. Gaat het de wapenhandelaren louter om geld of hebben zij een ideologisch motief?

Telefoongegevens

Veel wil het Openbaar Ministerie daarover nog niet kwijt. Het onderzoek loopt nog, stelt een woordvoerder. Daarbij speelt op de achtergrond wel een fors probleem. Omdat nu pas bekend wordt dat de vier aangehouden verdachten betrokken zijn bij de wapenleveranties aan Reda Kriket in 2016, is een analyse van de telefoongegevens van de verdachten niet meer mogelijk. De maximale bewaartermijn van die gegevens, zes maanden, is inmiddels ruimschoots overschreden. Daardoor zal het een stuk moeilijker zijn om vast te stellen met wie de verdachten wier DNA op de wapens is gevonden, allemaal contact hebben gehad. Dat probleem speelt ook als het gaat om het reconstrueren van eventuele ontmoetingen op basis van telecomgegevens.

Het is dan ook niet zeker dat er met de aanhouding van deze nieuwe verdachten een antwoord komt op de vraag of er nu in Nederland een terroristische cel actief is geweest die betrokken was bij de aanslagen in Brussel en Parijs. Wat overblijft is de vaststelling dat wapenhandelaren uit Nederland vermoedelijk een grotere rol hebben gespeeld dan toe bekend was. Kennelijk zijn in Nederland zoveel wapens beschikbaar dat jonge mannen als Reda Kriket en Anis Bahri ze hier ongezien en in grote aantallen kunnen kopen.

    • Andreas Kouwenhoven
    • Jan Meeus