Brieven

Brieven

In NRC reconstrueren Daan van Lent en Arjen Ribbens de gebeurtenissen omtrent Beatrix Ruf en het Stedelijk Museum (De laatste dagen van Ruf, 16/6). De casus illustreert pijnlijk dat de werkgeversrol van de raad van toezicht onvoldoende ingevuld wordt. In de Governance Code Cultuur, in de organisatorische setting en in de dagelijkse praktijk. De werkgeversrol van de raad van toezicht wordt door de governance code beperkt tot formele taken als benoeming, beloning en ontslag. Bij een gemiddelde raad van toezicht is dat het werk van de remuneratiecommissie, slechts een onderdeel van de raad. De belangrijkste tekortkoming van de raad van het Stedelijk is echter dat hij niet daadwerkelijk acteert als alerte werkgever in de dagelijkse praktijk. Deze kwestie maakt duidelijk waar dat toe leidt. Een gemeentelijk museum met wereldse pretenties als het Stedelijk bevindt zich immers in een lastig spanningsveld en onder een publicitair vergrootglas. Een bestuurder moet daarin sensitief opereren. In zo’n context kan de raad van toezicht het zich niet permitteren om als werkgever op afstand te blijven. Want als de geest eenmaal uit de fles is, valt er niets meer bij te sturen. Dan gaat het alleen nog maar over reputaties en over wie er al dan niet opstapt. Met het museum als grootste verliezer.

    • Marianne Janssen