Opinie

    • Frank Hendriks

Behoud het referendum als nuttig ventiel voor onvrede

Verbeter het referendum in plaats van het af te schaffen, schrijft Het maakt politici bewust van wat er in hun dode hoek zit.

De Eerste Kamer staat voor de vraag of ze kan instemmen met de intrekking van de Wet raadgevend referendum, die het korte tijd mogelijk maakte om met een groot aantal handtekeningen een adviserend referendum af te dwingen over een parlementair aanvaarde, maar maatschappelijk betwiste wet.

Met één ervaring op zak – het veelbesproken Oekraïne-referendum – nam het kabinet-Rutte III zich voor het raadgevend referendum zo spoedig mogelijk weer af te schaffen. Over een verbeterde variant werd niet verder nagedacht. De aangekondigde evaluatie van de wet werd niet afgewacht, evenmin als het advies van de staatscommissie die nota bene op aandringen van de Eerste Kamer aan het werk is gezet. Een raadgevend referendum over de intrekkingswet zelf werd onmogelijk gemaakt. De Raad van State oordeelde dat de constructie die de regering hiervoor bedacht ‘juridisch effectief’ was. Maar zoals het SGP-Tweede Kamerlid Bisschop terecht opmerkte: „Juridisch effectief is nog niet juridisch netjes of juridisch heel goed.”

Toch wordt de intrekking van het nationaal referendum met volle kracht verdedigd door de regeringspartijen, die ook in de Eerste Kamer de gelederen gesloten moeten zien te houden. Net als in de Tweede Kamer is de verwachte meerderheid voor de intrekking klein en kwetsbaar.

Boris van der Ham en andere kritische D66’ers zien onder het verzet angst voor populisme schuilgaan, in eigen gelederen en bij andere partijen en groepen die het centrum van de politiek vormen. Zij werpen tegen dat achter het populisme ook legitieme zorgen steken, die een referendum moet kunnen aankaarten. Ze bepleiten een variant die burgers niet alleen een ja- of nee-stem geeft maar ook de mogelijkheid om met een alternatief wetsvoorstel of amendement op een wet te komen.

Het plan is nog onuitgewerkt maar het is in ieder geval verstandiger dan de regressieve denkrichting van degenen die menen dat ze „het verkeerd soort populisme” – woorden van premier Rutte – kunnen indammen door het referendum simpelweg af te schaffen.

Het zou weleens anders kunnen uitpakken: wat ze het meeste vrezen – bijtend populisme – geven ze voeding, en wat ze het meeste nodig hebben – revitalisering van onderop – duwen ze verder van zich af. De afschaffers zouden weleens pijnlijk in eigen voet kunnen schieten.

Tijdens de discussie over het raadgevend referendum kwam een reeks buitenlandse referenda problematisch in het nieuws: in Turkije, Catalonië, Hongarije, Griekenland en bovenal in het Verenigd Koninkrijk, over de Brexit. De weg-met-het-referendum-reflex (vooral aanwezig onder universitair gediplomeerden, volgens het SCP) is tegen die achtergrond misschien verklaarbaar, maar daarmee nog niet terecht. Het ene referendum is het andere niet.

Ons internationaal gezien vrij bescheiden referendum kan alleen wetgeving aanvechten die een volledig parlementair traject heeft doorlopen en dus, als het goed is, stevig op poten staat. Zo niet, dan is het goed dat dit gesignaleerd wordt. Een corrigerend wetgevingsreferendum is geen middel om snelle meerderheden te geven aan bokkensprongen in beleid of (semi-)autocratische grepen naar meer macht. Het zet juist een sanctie op wetgeving die naar het oordeel van te velen te snel of te ver gaat.

Het huidige ontwerp kan op veel punten worden verbeterd, maar het ‘kanaliseert’ tegenwicht van buitenaf en dat is wel wat het Nederlandse systeem nodig heeft: gevestigde politici scherp houden op problemen in hun dode hoek en de articulatie van die zorgen aan voorwaarden binden. Idealiter wordt het instrument zo ingericht dat het niet overmatig wordt gebruikt, maar wel voortdurend wordt gevreesd.

Met het niet verbeteren maar rigoureus afschaffen van het Nederlandse referendum zal de populistische uitdaging niet verdwijnen én ook niet worden benut. Partijen met bijtende kritiek op de gesloten polderbubbel krijgen brandstof voor jaren. Legitieme zorgen van bevolkingsgroepen die minder goed afgestemd zijn op de nationale diplomademocratie krijgen geen fatsoenlijk ventiel voor gereguleerd stoom afblazen en tegengas geven. De gekozen burgemeester – waarvoor het referendum heet te zijn ingeruild – zal die functie zeker niet kunnen vervullen.

    • Frank Hendriks