‘Alleen met verbod minder slachtoffers’

Interview burgemeesters Pauline Krikke (Den Haag) & Bort Koelewijn (Kampen)

De burgemeester van Den Haag had liefst een landelijk verbod gezien. De gemeente heeft al vuurwerkvrije zones. In Kampen wil men vooral meer actie tegen illegaal vuurwerk.

Vuurwerkshow boven de Hofvijver in Den Haag. Foto Sem van der Wal / ANP

„Teleurstellend”, noemt de burgemeester van Den Haag, Pauline Krikke (VVD) het besluit van het kabinet om geen verbod voor knalvuurwerk en vuurpijlen in te stellen. „Daarmee luistert het niet naar de samenleving.”

Ze citeert uit een peiling van televisieprogramma EenVandaag uit maart dit jaar: „67 procent van de VVD-stemmers, 72 procent van de CDA-stemmers, 83 procent van de D66-stemmers en 82 procent van de ChristenUnie-stemmers wil een verbod op rotjes en ander werpbaar knalvuurwerk.”

Lees ook: Er is een tussenweg: laat burger vuurpijl onder toezicht afsteken

En het kabinet luistert ook niet naar de praktijk, meent ze. Terwijl ze het positief vond dat minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) zijn betrokkenheid toonde door de afgelopen jaarwisseling mee te lopen in Den Haag. Hij zag waar hulpverleners die nacht mee te maken kregen. „Een hele rits aan medici, de politie, de OVV [Onderzoeksraad voor Veiligheid, red.] trekken allemaal de conclusie dat er een verbod moet komen. Zowel op de verkoop als op het afsteken.”

„In de jaren tachtig was het hier in Den Haag best rumoerig, om het even eufemistisch te zeggen. Er ging nogal wat in vlammen op”, zegt Krikke. „Langzamerhand is het rustiger geworden. Willen we een verdere doorbraak, willen we minder slachtoffers in zowel menselijke als materiële zin, dan kan dat wat mij betreft alleen met een verbod.”

Den Haag heeft al verplichte vuurwerkvrije zones, onder meer bij ziekenhuizen, verpleegtehuizen en kinderboerderijen. Vorig jaar kwamen daar 18 vrijwillige zones bij: straten waar buren afspraken geen vuurwerk af te steken. Een breder verbod, bijvoorbeeld voor de hele stad, ziet de burgemeester niet voor zich. „Dan krijg je een waterbedeffect en gooi ik de problemen over de schutting bij de collega’s van buurgemeenten.” Bovendien: „Zolang er geen verbod op verkoop is, is een verbod op afsteken niet te handhaven.”

Meer handhavers is ook onmogelijk, zegt ze. „Het aantal hulpverleners en agenten zit al aan het maximum.”

Ze is niet tégen vuurwerk. „Ik houd van de show op de Hofvijver, met de prachtige kleuren.” Het gaat Krikke – die namens de G4 lobbyde bij het kabinet – om het grote aantal slachtoffers. „De OVV zegt ook: dit is het gevaarlijkste feest van het jaar. Laten we dan wat het gevaarlijk maakt, verbieden.” En nee, zegt Krikke, dit is geen louter Randstedelijke kwestie: „Overal vallen slachtoffers.”

Ze legt zich niet neer bij het besluit. Het kabinet heeft de deur op een kier gehouden door te zeggen dat de komende jaarwisselingen zullen worden geëvalueerd. „Het kan zich verzekerd weten van mijn niet onaflaatbare aandacht voor dit onderwerp.”

Lees ook: De romantiek van vuurwerk is eraf

‘De ene streek is de andere niet’

Er wordt wel vuurwerk afgestoken, maar in het Overijsselse Kampen draait oud en nieuw toch vooral om carbidschieten. „De ene streek is de andere niet”, zegt de burgemeester, Bort Koelewijn (ChristenUnie). Hij is blij dat er géén algeheel verbod komt op vuurpijlen en knalvuurwerk. De overlast die er is, komt van illegaal vuurwerk, vertelt hij aan de telefoon.

Koelewijn maakte de afgelopen negentien jaar als burgemeester in verschillende gemeenten jaarwisselingen mee. In Rijssen-Holten liet hij onderzoeken hoe straatmeubilair en speeltoestellen waren vernield: „Legaal vuurwerk bleek helemaal niet in staat schade te veroorzaken.”

Hij zegt: „Zet in waar dit in wezen over gaat: illegaal vuurwerk dat vanuit Frankrijk en Duitsland ons land bereikt.” De Nationale Politie zou „alles in het werk moeten stellen” dat vuurwerk tegen te houden, vindt hij. En het kabinet zou in Europees verband moeten pleiten voor eisen waaraan vuurwerk moet voldoen.

Voor alle andere overlast geldt volgens Koelewijn dat er „voldoende mogelijkheden zijn” in de algemene plaatselijke verordening. In Rijssen-Holten stelde hij bijvoorbeeld vuurwerkvrije zones in onder viaducten „om fietsers te beschermen”, en rondom vuurwerkwinkels om te voorkomen dat pijlen niet per ongeluk terechtkwamen in de tas van iemand die ook net vuurwerk had gekocht.

Een algeheel verbod is volgens Koelewijn bovendien lastig te handhaven. „Inwoners gaan er dan op rekenen dat ze geen énkele last meer zullen hebben van vuurwerk. Maar dat kunnen we als overheid niet waarmaken. Ik hoor nu al van de politie hoe lastig het is als het gaat om vuurwerk dat voor Oudejaarsdag wordt afgestoken.”

Hij vergelijkt het vuurwerkdebat met het carbidschieten. Daarbij wordt carbid en wat water in melkbussen gestopt. Die worden verwarmd, wat leidt tot een oorverdovende knal als de deksel wegschiet. „Sommigen hebben er last van, anderen zweren bij de traditie.”

Koelewijn wilde „ geen vijand zijn van wie niets mag”. „Maar ik wilde wél afspraken maken waardoor beide groepen tevreden zijn.”

Vroeger was de ME tijdens de jaarwisseling standaard in Kampen aanwezig en liep de materiële schade op tot wel 90.000 euro, vertelt hij. Nu nog 18.000 euro, mede dankzij die afspraken. Zo mag er alleen in de week voor oud en nieuw geschoten worden (soms oefenden de schutters al in de herfst) en alleen op bepaalde tijden. Koelewijn legt ook dwangsommen op. Wie de afspraken schendt, is 1.000 euro kwijt én zijn melkbus.

Koelewijn zegt: „Er is steeds meer draagvlak.” Ter illustratie vertelt hij dat hij op Oudejaarsdag met de carbidschieters op een melkbus zit.

    • Titia Ketelaar