Justitie liet klokkenluider in de steek, directeur WODC stapt op

Onderzoeksinstituut WODC

Volgens de commissie-Verhulp is de top van het ministerie „onzorgvuldig” omgegaan met klachten over beleidsbeïnvloeding.

Foto Evert Elzinga/ANP

De top van het ministerie van Justitie en Veiligheid ging „onzorgvuldig” om met klachten over ambtelijke en politieke beïnvloeding van gevoelig wetenschappelijk onderzoek. Zowel de hoogste ambtenaar van het departement als de directeur van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC), het onderzoeksinstituut van Justitie, lieten een onderzoekster die meldde dat softdrugsonderzoek werd gemanipuleerd in de kou staan.

Dat concludeert de Commissie-Verhulp, die onderzocht hoe het ministerie omging met de klokkenluider, dinsdag in een rapport. Frans Leeuw maakte dinsdag kort voor het publiek worden van het rapport bekend dat hij volgende maand opstapt als directeur van het WODC. Hij zou later dit jaar met pensioen gaan. Leeuw zei in een reactie zich „in beperkte mate” te herkennen in de kwalificaties in het rapport over zijn leiderschapsstijl.

Lees ook onze reconstructie van de WODC-affaire: De eenzame strijd van een klokkenluider bij Justitie

Het onderzoek van Verhulp is één van drie naar de zogenoemde ‘WODC-affaire’. Eind 2017 bleek uit onderzoek van Nieuwsuur dat ambtenaren probeerden „politiek gevoelige” conclusies van het onafhankelijke WODC te herschrijven.

In één geval schrapten justitie-ambtenaren onderzoeksvragen en een hoofdstuk, waardoor het leek alsof een WODC-onderzoek de effectiviteit van het repressieve wietbeleid van toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten (VVD) onderschreef. In werkelijkheid was de conclusie dat de overlast van coffeeshops veel kleiner was dan gedacht.

Ongepaste beïnvloeding

De betrokken onderzoeker – tevens klokkenluider – Marianne van Ooyen trok al tijdens het onderzoek in 2013 aan de bel. Ze kaartte de ongepaste beïnvloeding aan bij WODC-directeur Frans Leeuw en later ook bij secretaris-generaal Siebe Riedstra. Die werd medio 2015 de hoogste ambtenaar van het ministerie. Riedstra’s missie is het hervormen van het door integriteitsschandalen bevlekte en „in zichzelf gekeerde” departement.

Maar nu concludeert een commissie onder leiding van hoogleraar Evert Verhulp dat Riedstra, net als WODC-directeur Leeuw, „onzorgvuldig” om is gegaan met klokkenluider Van Ooyen. Beiden lieten na haar meldingen fatsoenlijk te onderzoeken.

Dat is een pijnlijke conclusie, vooral voor topambtenaar Riedstra. Die kreeg kort na zijn aantreden het dossier van de klokkenluider op zijn bureau, net als twee andere klachten van WODC-medewerkers over hun directeur Leeuw. Die zou medewerkers „onheus bejegen” en eisen stellen aan „rapportages waardoor de wetenschappelijke integriteit van de melders en het WODC wordt aangetast”.

Riedstra liet de aantijgingen niet onderzoeken, maar sprak met Leeuw af dat die zijn leven zou beteren. Of dat gebeurde, werd niet gecontroleerd, mede vanwege Leeuw’s naderende pensionering. Riedstra schatte in dat “de professionele weerbaarheid van de directeur dermate groot was, dat hij zich niet laat beïnvloeden”.

Riedstra had volgens de commissie veel meer moeten doen. Hij had Van Ooyen moeten wijzen op bescherming die ze als melder kon krijgen en de mogelijke beleidsbeïnvloeding verder uit moeten zoeken. Of er ook daadwerkelijk beïnvloeding van onafhankelijk onderzoek plaats vond, viel buiten de onderzoeksopdracht van Verhulp. Daarover oordeelt een andere commissie, naar verwachting na de zomer.

In een brief aan de Tweede Kamer erkent minister Ferdinand Grapperhaus (CDA) dat er „inschattingsfouten” zijn gemaakt bij de afhandeling van de melding. Hij wil daar „lering uit trekken”. Volgens Grapperhaus zijn er „de afgelopen periode” stappen gezet om de cultuur op het ministerie te veranderen.

    • Merijn Rengers
    • Mark Lievisse Adriaanse