Weg met plastic in laagjes: dat is niet te recyclen

Plastic recycling Plastic recyclen is lastig – al is het maar omdat er heel veel soorten plastic zijn. Toch zou de helft van het plastic afval hergebruikt worden. Maar klopt dat wel?

Een kraan grijpt in de hopen plastic in de ryclingfabriek Suez in de Rotterdamse Waalhaven. Walter Herfst

Het is een hardnekkige mythe: dat al die kaasfolies en zeeppompjes en druivenbakjes die we braaf gescheiden weggooien, uiteindelijk toch in de verbrandingsoven terecht komen.

Dat is onzin. Nederland recyclet meer plastic afval dan de buurlanden. Donderdag stond in een bescheiden persbericht van het Afvalfonds dat 49 procent van ons plastic afval wordt gerecycled. Bijna de helft.

Maar dat is ook niet helemaal waar.

„Dit is een diepgevoelige kwestie”, verzucht onderzoeker Ulphard Thoden van Velzen van Wageningen Food & Biobased Research. Hij – en hij niet alleen – vindt: de manier waarop we in Nederland plastic afval scheiden is vooruitstrevend, maar onvolkomen. Het is een lokale, innovatieve bedrijfstak – maar ook een die worstelt om de aanzwellende stroom bakjes en zakjes het hoofd te bieden.

De hoeveelheid gescheiden ingezameld huishoudelijk plastic groeit snel: van 25 miljoen kilo in 2009 naar ongeveer 150 miljoen kilo nu. Gemeenten, die in 2015 de verantwoordelijkheid kregen voor het recyclen, gingen enthousiast aan de slag. „Gemeenten willen minder restafval en dus meer plastic afval. Welk soort plastic, dat maakt niet uit, als het maar een plastic verpakking is”, zegt onderzoeker Annemiek Verrips van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB schreef in oktober een rapport over plastic afval, met een waarschuwing. „Een toename in de recycling zal leiden tot een nog grotere stroom van een product met beperkte afzetmogelijkheden.”

Kwaliteit en kilo’s dus, daarover gaat het. Voor het overzicht beginnen we bij Suez in de Rotterdamse Waalhaven. Het is veruit de grootste scheidingsinstallatie voor plastic afval in Nederland. Van die 150 miljoen kilo huishoudelijk plastic verpakkingsafval gaat 110 miljoen kilo hier in indrukwekkend tempo over de lopende banden, over de schudplaat, door de trommelzeef die lijkt op een reuzenwastrommel.

De trommelzeef lijkt op een reuzen wastrommel, en scheidt het plastic op grootte

Walter Herfst

In aanmerking genomen dat we tussen tonnen vuilnis staan, valt de geur mee, zelfs bij de loods waar veertig vrachtwagens per dag het afval binnenbrengen. De machinist van de kraanwagen laat zijn grijparm keer op keer in de hoop ploffen om een nieuwe hap uit onze welvaartsresten te nemen. Een zilvermeeuw blijft rustig zitten.

Omhoog gaan we, de stalen trappen op. We lopen langs, over, onder lopende banden. In hoekjes liggen verdwaalde dopjes. Aan stellages zijn zwarte linten uit cassettebandjes blijven hangen.

Nadat eerst de drankkartons en de blikjes uit het afval gescheiden zijn, is het plastic aan de beurt. Op de band liggen gescheurde plastic zakjes, boterkuipjes, shampooflessen. Veel plantenpotjes ook – dat is het seizoen. De manshoge trommelzeef, met gaten in de wand, scheidt het plastic op grootte. Klein afval gaat verder over een aparte aanvoerband, waar flessendoppen op rondtollen.

Infraroodscanners

Vanaf hier scheiden de wegen van de plastic overblijfselen zich. Een schuin geplaatste schudplaat laat het plastic opspringen als popcorn in een pan. De lichte folies hobbelen langzaam omhoog. Daar maakt CeDo in Geleen vuilniszakken van.

De rest van het plastic wandelt omlaag. Daarmee gaan drie infraroodscanners op een rij aan de slag. Ze lijken op de bagagecontrolebanden op het vliegveld, maar dan meer dan twee meter breed, minder hygiënisch, en een stuk sneller.

De PET-scanner is de eerste. De band rolt onder de infraroodstralen door, die in een fractie van een seconde een PET-flesje of PET-vleesschaaltje herkennen. Met een gerichte puf lucht wordt elk dingetje - pftppfpftpft-pft – op mitrailleurtempo uit de voortdenderende stroom „geschoten”.

Van het plastic worden onder andere vuilniszakken, fleecetruien en afvalemmers voor in ziekenhuizen gemaakt

Walter Herfst

Idem gaat het bij de scanners voor HDPE (hoge-dichtheid-polyethyleen, vooral matte flessen schoonmaakmiddel) en polypropyleen (bakken schepijs, yoghurtbakjes). De verwerkers 4PET in Duiven, Veolia Vroomshoop en QCP in Geleen maken er korrels van. Die worden gebruikt voor nieuwe flessen, fleecetruien en industriële inpakfolie (PET), afvalemmers voor ziekenhuizen (PP) of flacons en buggy-onderdelen (HDPE).

Zo levert de Nederlandse plastic-recylingindustrie tientallen miljoenen kilo’s HDPE, polypropyleen, PET en folies af. In 2007 werd recycling van plastic verpakkingen wettelijk verplicht. Producenten, zoals Coca-Cola en Unilever, betalen ervoor aan het Afvalfonds Verpakkingen, dat de gemeenten vergoedt.

„Ik ben tevreden, als je ziet dat we dit nog niet zo lang doen”, zegt directeur Cees de Mol van Otterloo van het Afvalfonds. De recycling stimuleerde de bouw van nieuwe fabrieken en installaties in Nederland. Zoals Suez, dat zijn eerste scheidingslijn voor plastic in Rotterdam in 2010 bouwde. Zoals Omrin in Heerenveen, dat sinds 2009 een installatie heeft die plastic uit het gewone huisvuil filtert. En polyethyleen- en polypropyleenverwerker QCP, opgericht in 2014. Of, binnenkort, de speciale verwerkingslijn van 4PET voor schaaltjes van bijvoorbeeld vlees en druiven.

Het wordt wel steeds duurder. Plastic afvalrecycling – van bedrijven en huishoudens samen – kost nu zo’n 150 à 180 miljoen euro, aldus het Afvalfonds. Deels komt dat doordat we meer plastic scheiden. Veel bedrijven in de branche zijn aan het uitbreiden, of willen dat gaan doen.

Lees ook: De plastic-industrie: slecht imago en populair tegelijk

Het is niet de enige reden dat de kosten stijgen. Sinds China vorig najaar de import van Europees plastic afval stillegde, blijft er meer afval op de Europese markt. Dat drukt de opbrengst van gerecycled plastic. Maar het komt ook doordat de samenstelling van het Nederlandse afval de afgelopen jaren is verslechterd. „Op meerdere plekken moet er gewerkt worden om de keten gesloten te krijgen”, zegt Geert Steeghs van Suez. „We moeten een slag gaan maken”, zegt voorzitter Cees de Mol van Otterloo.

Ondoorzichtige zakken

Marketingmanager Robert Corijn van de scheidingsinstallatie van Attero in Wijster heeft het zien gebeuren. „Het is niet gemakkelijker geworden sinds in 2015 de inzameling door gemeenten sterk is toegenomen.” Gemeenten pasten hun inzameling aan om nog meer plastic, blikjes en drankkartons in te zamelen. Corijn: „Het gaat vaker in kliko’s in plaats van doorzichtige zakken. Daardoor verdween de sociale controle. Sommige burgers doen restafval onderin, en een laagje plastic bovenop. Niemand die het ziet.”

Waar blijft de rest? Om dat te zien, moeten we eigenlijk verder langs de lopende band in Rotterdam, na de drie infraroodscanners. Nadat goed bruikbaar HDPE, polypropyleen, PET en folies (de ‘monostromen’) door de scanners zijn gesorteerd, is nog meer dan de helft van het plastic afval over.

Daar zit vuil bij dat verbrand wordt, en volgens het Afvalfonds zo’n 35 procent ‘mix’: landelijk zo’n 50 miljoen kilo dus. Dat gaat naar verwerkers in Duitsland die er tegen betaling – 100 à 160 euro per ton, wordt geschat – verkeersbordvoetjes, fietsenrekken, pallets en tuinhekpalen van maken. En daar gebeurt iets raars. De mix mag in z’n geheel worden meegerekend als ‘gerecycled’. Maar dat klopt niet. In de mix zitten plastics die helemaal niet te recyclen zijn. Deels worden ze zelfs verbrand.

Meer dan een kwart (28 procent) van de plastics uit ons huishoudelijk afval is niet-recyclebaar, bleek een half jaar geleden uit Wageningse steekproeven. Recyclen lukt niet omdat die plastics uit meerdere lagen bestaan, vanwege de chemische samenstelling (pvc of polystyreen), of omdat ze gemaakt zijn van zeldzame typen plastic. Of om een hele simpele reden: omdat ze zwart zijn. Want de infraroodscanners kunnen niets met die zwarte bakjes van de krabfantasie.

Meer dan een kwart (28 procent) van de plastics uit ons huishoudelijk afval is niet-recyclebaar, bleek een half jaar geleden uit Wageningse steekproeven

Walter Herfst

Thoden van Velzen: „Het liefst zouden we die niet-recyclebare plastics niet inzamelen, maar de realiteit is dat we ze toch inzamelen.” Want dat staat in de wet en gemeenten krijgen per kilo betaald. Dat niet-recyclebare plastic moet ergens naartoe. Het komt terecht in de monostromen, met name in polypropyleen en folies, stelden de Wageningse onderzoekers vast. Daardoor wordt de kwaliteit ervan lager, en de verwerking duurder. Maar vooral: het komt terecht in de mix.

In een stil hoekje van de hal bij Suez in Rotterdam zijn controleurs in opdracht van het Afvalfonds steekproeven van mix-afval aan het uitvoeren. Met handschoenen aan pluizen drie werknemers de hele baal uit. Een theedoosje, een colablikje. Een man peutert een bal zilverfolie uit een oude plasticzak. Die zitten zo te zien vooral veel in de mix: groezelige, gescheurde plastic zakken.

Plastic zakken zijn recyclebaar. Net als emmertjes en bakjes van polypropyleen en polyethyleen. Goed herbruikbaar, en toch maken ze maar liefst 85 procent uit van de mix – dat alleen tegen betaling gerecycled wordt.

Paaltjes en pallets

Dat gebeurt bewust, zegt Geert Steeghs. „Als we ze eruit halen, willen de verwerkers van mix het niet meer hebben.” Die bedrijven – het Duitse Cabka is de grootste – hebben alleen belang bij het polypropyleen en polyethyleen. Dat kan omgesmolten worden tot paaltjes en pallets. In Duitsland wordt de rest verbrand.

Over één ding lijkt iedereen in de branche het eens: die niet-recyclebare verpakkingen, daar moeten we vanaf

Walter Herfst

Toch wordt het in Nederland als ‘gerecycled’ meegeteld, want dat is de officiële Europese meetmethode. Volgens die telling wordt 49 procent van het huishoudelijk plasticafval gerecycled. Maar Ulphard Thoden van Velzen en zijn collega Marieke Brouwer schatten op basis van steekproeven dat het uiteindelijk slechts 20 tot 30 procent is. „Het sorteerproduct dat naar recyclingbedrijven gaat, bevat restafval, vocht en vuil, en niet-recyclebaar plastic. Dan houd je vaak minder dan de helft over.”

En nu? Er loopt een evaluatie met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het Afvalfonds rekent erop dat de kwaliteitseisen binnenkort strenger worden – de tests lopen nu. En over één ding lijkt iedereen in de branche het eens: die niet-recyclebare verpakkingen, daar moeten we vanaf. Weg met de broodzakken van half plastic, half papier. Weg met de blisters van pvc, die elk recyclingproduct verpesten omdat er zoutzuur vrijkomt als je het verhit. Weg met zwarte bakjes.

Het is een taak voor de fabrikanten, vinden de meesten: design for recycling. Maar Thoden van Velzen is kritisch. „Daarmee kun je misschien van 28 naar 25 procent niet-recyclebare plastics gaan.” Dat plastic moet alsnog wettelijk gerecycled worden – terwijl dat dus niet kan. „ Kunnen we de resterende mix niet op een andere manier verwerken?” Je kunt het verbranden en de warmte gebruiken – dat mag in Duitsland.

Je kunt de plastics ook chemisch uit elkaar halen tot het weer olie-achtige vloeistoffen zijn. Er zijn Europese bedrijven die er al mee experimenteren. IGE Solutions Amsterdam (voorheen Bin2Barrel) begint deze week met de bouw van een fabriek die van oud plastic diesel en zelfs nieuwe grondstoffen voor plastic wil gaan maken. Thoden van Velzen weet niet hoe het uit zal pakken: „Maar we moeten die richting op. Het zo laten, kan ook niet.”

    • Hester van Santen