‘Ruik eens: wie wil hier nog wonen?’

Geurhinder

In landbouwgebied mag het erger stinken dan daarbuiten. Een aantal burgers vindt dat oneerlijk en spreekt de staat aan.

Een agrarisch bedrijf nabij het Brabantse Zeeland. Actiegroep Groen Graspeel bindt de strijd aan met de stank. Foto John van Hamond

Piet Catsburg stuurt zijn auto door het buitengebied van het Brabantse dorp Zeeland, ten zuidoosten van Oss. „Kijk, hier zitten 10.000 varkens. Ruik je het? Hier: nieuwe stal voor 199 koeien.” Een boer steekt zijn hand op. Piet groet terug. „Iedereen kent elkaar hier”, zegt hij. „Dat maakt onze strijd soms moeilijk. Maar we moeten doorgaan, want zo kan het echt niet langer.”

Een groep van achttien Nederlandse burgers stelt de Nederlandse staat aansprakelijk voor schade door ernstige ‘geurhinder’ als gevolg van intensieve veehouderij. Dat staat in een brief die advocaat Nout Verbeek namens de groep burgers deze maandag zal sturen aan Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Als het ministerie niet binnen vier weken de eisers tegemoetkomt, wil Verbeek een civiele procedure tegen de staat beginnen.

De achttien zeggen last te hebben van geurhinder door intensieve veehouderij, of lopen het risico in stank terecht te komen vanwege toekomstige vergunningen voor stallen. Ze vinden dat de staat onrechtmatig handelt doordat die het woongenot van mensen onvoldoende beschermt.

Lees ook: Lucht: hoe mest tot longproblemen leidt

Zo is het volgens de eisers onrechtvaardig dat onderscheid gemaakt wordt tussen plekken in Nederland met veel vee en plekken zonder intensieve veehouderij. „In Oost-Nederland en in Zuid-Nederland mag de geurbelasting bijna twee keer zo hoog zijn als in de rest van Nederland”, zegt jurist Valentijn Wösten, die de eisers bijstaat. „De overheid vindt dat verdedigbaar in gebieden met hoge concentraties vee. Maar ik vind het onredelijk en idioot dat de ene helft van dit land een lager beschermingsniveau geniet dan de andere helft.”

De eisers willen onder meer aanpassing van de Wet geurhinder en veehouderij. Daarnaast willen ze schadevergoeding voor mensen die in de problemen zijn gekomen door de huidige regelgeving. De hoogte ervan moet nog berekend worden.

Eiser Piet Catsburg is met dorpsgenoot Henk Cuppen drijvende kracht achter actiegroep Groen Graspeel. Ze willen een structurele oplossing voor het probleem van Zeeland: in het gebied mogen te veel beesten worden gehouden.

Dat het af en toe stinkt, snapt Cuppen. „Ik ben hier geboren en ik ken de geur van het platteland. Als je niet tegen mestlucht kan, moet je hier niet gaan wonen.” Maar, legt Catsburg uit, ze hebben het aantal dieren in Zeeland de laatste jaren zien toenemen. „Het is een geurdeken, die met de wind mee naar onze huizen komt zeilen. Dag in dag uit, elke dag van het jaar. Soms moet ik er bijna van overgeven. Mijn huis is onverkoopbaar geworden. Ruik eens: wie wil hier nog wonen?”

Het is niet alleen de stank die zorg wekt. De mannen zijn bang dat mensen ziek worden. Het duo wijst naar de Q-koorts, een infectieziekte die van geiten op mensen kan worden overgebracht. Bij een uitbraak in 2007 overleden minstens 74 mensen, honderden werden ziek.

„Soms voelt het alsof we hier op een tijdbom leven”, zegt Catsburg. „Het is niet de vraag of er een ziekte uitbreekt, maar uitsluitend wanneer.” Henk Cuppen: „Waarom moet in dit land eerst een epidemie uitbreken voor er iets gebeurt?”

Aarzelingen

De actiegroep heeft veel overleg gevoerd. Met boerenorganisatie ZLTO, gemeente, provincie. Catsburg: „De gesprekken waren constructief, en leidden zelfs tot een convenant, maar we kwamen niet tot een oplossing.” Nu voelen ze zich genoodzaakt vooral nieuwe stallen tegen te gaan, onder meer door aanvragen in hun omgeving juridisch onder de loep nemen.

Bijkomend probleem is volgens de actievoerders dat sommige dorpsgenoten aarzelen. „In Groningen vechten ze tegen de overheid en de anonieme NAM”, zegt Henk Cuppen. „Hier gaat het om aardige boerenfamilies die iedereen in het dorp kent. Daarom hebben sommige burgers ook zoiets van: ach, laat maar zitten, ik wil geen conflicten.”

Het is voor jurist Wösten reden op een landelijke oplossing aan te sturen. De geurbelasting die is toegestaan in onder meer een groot deel van Brabant, moet van hem naar beneden. „Wij strijden tegen de leugens van milieuwetgeving. Want met de huidige regelgeving worden niet de burgers beschermd tegen geurhinder, maar zijn de normen versoepeld. Daardoor kan de overheid mooi weer spelen.”

Piet Catsburg wacht het met interesse af, zegt hij, terwijl hij door zijn enorme tuin loopt. „ Ik hoop echt dat er iets zal veranderen.”

    • Bram Endedijk