Plastic doet precies wat we willen

Plastic is overal

Plastic is toverspul met eindeloze mogelijkheden. Wat we ook willen: we maken het – dun, dik, licht, hard, zacht, hittebestendig, transparant, knalroze, glanzend, broos, isolerend.

Dit gebruikt een Spaanse familie in één week aan plastic. Reuters/Sergio Perez

Het was in de fabriek dat Bianca Burggraven echt „de liefde” voelde. Vorig jaar, op bedrijfsuitje met een bus vol Tupperwareconsulentes naar het Belgische Aalst. Ja, de reis was gezellig en de lunch was lekker en het was opwindend al die vrachtwagens te zien met levensgroot ‘Tupperware’ erop. Maar de meeste indruk maakte de tocht onder begeleiding van de directeur – allemaal over de gele lijn lopen en nergens aanzitten - langs de grote machines. „Dan zie je hoe die kleine korrels een kom worden, een mooie kom, die wel honderd jaar mee kan. Een kom die jaren in de familie blijft. Wow, denk je, hoe kán dat?”

Ze zucht. „Als je dát ziet, weet je waarvoor je het doet.”

Vergeet de moderne afkeer van plastic – dat spul waar de wegwerpmaatschappij zichzelf levend in zal begraven. Nee, Burggraven houdt van Tupperware. Ze houdt van de vorm, de slijtvastheid, het gemak, de kwaliteit, de kleuren. Ze heeft zelfs een erfstuk van Tupperware, de 35-jaar oude koektrommel van haar oma.

Burggraven is drie jaar geleden consulente geworden en het spijt haar dat ze dat pas zo laat heeft gedaan. Tupperware is fantastisch. Op de party’s – ja, die zijn er nog – waarschuwt ze de gasten altijd voor dat goedkope spul van de Action en de Blokker. Dat zit vol met kankerverwekkend BPA en weekmakers. Denken ze daar wel aan als een baby erop sabbelt? En denken ze dan ook aan die arme kinderhandjes in arme landen die het misschien wel hebben gemaakt, want dat kan niet anders voor dat geld.

Burggraven noemt Tupperware liever geen plastic, maar „kunststof”, dan is ze meteen van die imagokwestie af. Van de doemverhalen over oceanen vol rommel en in afval verstrikte schildpadden hoeven haar gasten zich niks aan te trekken. Tupperware gaat decennia mee en daarna kan het in de recycling. Het is, nu ze er zo over nadenkt, eigenlijk heel gek dat er niet veel meer spullen van stevig plastic worden gemaakt. Waarom nog hout? Waarom niet alle fotolijstjes van plastic? Bedden? Kasten? Een heel huis vol plastic?

De natuur bedwingen

Alleen goden en alchemisten waagden zich eraan. De ene stof uit de andere maken. De natuur bedwingen, de werkelijkheid boetseren. Een hand aarde nemen en dat kneden tot iets wat er nog niet is.

Inmiddels zijn we allemaal magiërs. We pompen diep uit de aarde zwart slijk op, kraken de oersoep tot de juiste koolwaterstofverbindingen en rijgen de moleculen als kralen in lange kettingen. Polymeren die, op de juiste temperatuur gebracht, precies doen wat wij willen.

Niets in plastic zit ons dwars, zoals noesten in hout dat doen of barsten in steen. Het is toverspul. We maken het naar wens dun of dik, licht of zwaar, hard of zacht, hittebestendig, transparant, knalroze, glanzend, broos, isolerend, elastisch. We doen er ons dagelijks brood in, smeren het op onze bouwsels, schrijven er liefdesbrieven mee, verpakken er onze benen in of stoppen het ín ons lichaam. Zonder plastic geen pacemakers, geen touchscreens, geen airbags. En er is nooit te weinig van, want dan maken we meer.

Zoveel, dat het nu overal is. Sinds er een klein stukje van Curiosity afbrak, ligt er zelfs plastic op Mars.

In 1942 beschouwen twee auteurs in het artikel ‘Plastics Come of Age’ in Harper’s Magazine de opkomst van dat nieuwe toverspul. „Het is voorstelbaar”, schrijven ze, „dat plastic op een dag het overheersende materiaal wordt, precies zoals staal dat werd.”

In de jaren dertig zijn de eerste plastic borstels, nylonkousen en sieradendoosjes voorzichtig tot het dagelijkse Amerikaanse leven doorgedrongen. Bakeliet, de keiharde, isolerende kunststof uit 1907, heeft eerder al z’n plaats in de elektrotechniek veroverd.

De oorlog geeft plastic een enorme zet vooruit. De oorlog verslindt staal en nieuwe polymeren als polyethyleen, PVC en PET kunnen die leemte vullen. Sommige plastics blijken sterk genoeg voor mortieren en soldatenhelmen.

Plastics zijn revolutionair, schrijven de auteurs geestdriftig. „De mens kan een lijst met eigenschappen maken die hij graag terugziet in een nieuw materiaal. En hij kan – binnen de perken - dat materiaal op bestelling maken, iets wat hij in de hele geschiedenis nooit kon.” Daarna sommen ze de mogelijkheden op: roestvrije harsen, vochtafstotende bekleding voor de New Yorkse metro, synthetische doodskisten. „Plastic is een grote stap richting de beheersing van de fysieke wereld waarin we leven.”

De auteurs krijgen meer dan gelijk. Plastic wórdt het overheersende materiaal. Na de oorlog explodeert de productie voor industriële en huishoudelijke toepassingen. De verpakkingsindustrie groeit ongebreideld en in Amerikaanse advertenties wordt het wegwerphuishouden actief aangeprezen. Hoera, met plastic bekertjes ben je in één klap van ‘de tussen-de-maaltijden-troep’ af!

Niemand denkt aan giftige weekmakers, niemand maalt om plastic soep.

Een melkwit en soepel ceintuurtje

Nelleke Hovestadt, 93 jaar en oma van de auteur, weet nog precies wanneer ze het eerste stuk plastic in handen kreeg. Haar verloofde Adriaan nam aan het einde van de oorlog een ceintuurtje voor haar mee uit Brussel. Melkwit en soepel, heel vreemd. Wat is dat voor spul, vroeg ze. Ze had het nog nooit gezien.

In Nederlandse huishoudens arriveerde plastic later dan in Amerikaanse. Maar de opmars die het materiaal na de oorlog maakte was snel en onverbiddelijk. Na de oorlog waren immers heel weinig dingen te koop, zegt Hovestadt. Nu konden die allemaal goedkoop van plastic worden gemaakt. Haar man Adriaan zag meteen honderden, duizenden gaten in de markt, die met plastic gevuld konden worden.

Lees ook:De plastic-industrie: slecht imago en populair tegelijk

Een paar jaar later stond Nelleke daarom in een klein fabriekje in Yerseke houten borsten glad te schuren. De mal moest in de machine die warme platen in de vorm van een vrouwenbuste drukte, voor het tentoonstellen van bh’s in etalages. Handig! Golfplaten, surfplanken, reddingsboeien en reflectorpaaltjes volgden. De mogelijkheden met plastic waren eindeloos, zegt Nelleke Hovestadt nu. „Wat je maar in gedachten had, kon je maken.”

Het echtpaar kon de kinderen voeden van de plastic-explosie. Maar Earl Tupper werd er echt steenrijk van. Tupper verkocht zijn bewaarbakjes als de bevrijding van de vrouw uit de keuken, terwijl zijn employee Brownie Wise er een bewerkelijk verkoopsysteem bij opzette, met thuisfeestjes georganiseerd door vrouwen. Het bleek een mondiale hit.

Terecht. Plastic ís ook geweldig. Het heeft zoveel mogelijk gemaakt, hoe kunnen we ooit zonder? Vraag eens om je heen, zegt Tupperwareconsulente Bianca Burggraven. „Wie van wie je kent heeft er géén Tupperwarebakje in z’n kast liggen?” Stiekem, wil ze maar zeggen, houden we allemaal van plastic.

Persbureau Reuters vroeg families over de hele wereld een week lang hun plastic afval te bewaren en sorteren. Wat doen de families eigenlijk al zelf om hun plastic afvalberg te verminderen? Hieronder een uniek kijkje in de rol van plastic in het dagelijkse leven.

    • Carola Houtekamer