Man of vrouw, dat is de vraag

Boekenweekgeschenk

Verbijstering is er over de commotie dat de CPNB weer de voorkeur geeft aan mannen tijdens de Boekenweek. Over die verbijstering is verbijstering.

Foto Levin de Boer en Paula van de Meeren / ANP

De timing had nauwelijks ongelukkiger kunnen zijn. Vorige week maakte de Stichting CPNB bekend dat het thema van de Boekenweek in 2019 ‘De moeder de vrouw’ zou zijn. Het Boekenweekgeschenk en Boekenweekessay, waarvoor elk jaar twee auteurs door de CPNB gevraagd worden, zijn twee mannen.

Eerder werd al bekend dat Jan Siebelink het geschenk zou schrijven. Tegelijk met de bekendmaking van het thema wordt ook altijd de essayist bekendgemaakt – die zich anders dan de auteur van het geschenk wel moet houden aan het thema. De CPNB koos daarvoor Librisprijswinnaar Murat Isik uit. Twee mannen die zich buigen over ‘De moeder de vrouw’. Dat riep vragen en verontwaardiging op, het gevoel vlamde op dat de CPNB de afgelopen jaren onder een soort steen had geleefd en niet op de hoogte was van de discussies over de positie van vrouwelijke auteurs.

Want er was al discussie genoeg. Zo promoveerde vorige maand Corina Koolen op een onderzoek naar de perceptie van vrouwen in de literatuur. Het bleek dat vrouwelijke auteurs literair nog steeds lager gewaardeerd worden dan mannen. Rond dezelfde tijd publiceerde schrijver en criticus Herman Stevens een bundel getiteld Het sterke geslacht. Over vrouwen in onze literatuur. In De Groene Amsterdammer van vorige week schrijft schrijver en essayist Marja Pruis dat het niet te missen is dat „de nieuwe generatie schrijfster haar ruimte opeist” en verweet Niña Weijers in haar column dat boekenchef van NRC Michel Krielaars in zijn wekelijkse columns vooral oog had voor dode, mannelijke auteurs.

‘Vrouwen worden genegeerd’

De commotie over de keuzes van de CPNB viel dus van tevoren uit te tekenen en werd bestendigd in een brief die maandag in zowel NRC als in De Morgen werd gepubliceerd. Bijna driehonderd schrijvers, dichters, critici, uitgevers en letterkundigen ondertekenden een open brief aan de CPNB. Zij vinden dat de stichting ‘de vrouw’ oneigentijds met het moederschap identificeert en dat hier niet uitsluitend door mannen op gereflecteerd zou moeten worden. „Alleen zonen over hun moeders laten horen, sluit naadloos aan op de pijnlijke traditie die de woorden van vrouwen negeert, en anderen voor hen laat spreken”, klinkt het in de brief.

De CPNB zegt heel verbaasd te zijn over de ophef, en dat ze nooit hadden kunnen bevroeden dat het thema zo veel los zou maken. Dat getuigt niet van veel voeling met wat er speelt in het literaire veld of de maatschappij überhaupt. Al jaren wordt de CPNB opgeroepen om het Boekenweekgeschenk vaker door vrouwen te laten schrijven – het bleef bij vier vrouwelijke auteurs in de afgelopen twintig jaar.

De keus voor Jan Siebelink is geen vooruitstrevende keus, maar wel een commerciële: Siebelink is een publiekslieveling met meer dan 700.000 verkochte exemplaren van Knielen op een bed violen.

In een reactie getiteld ‘Moeder aan het roer, niet achter het fornuis’ schrijft de CPNB dat het de bedoeling was juist de sterke vrouw centraal te stellen, en „in geen enkel opzicht een of ander traditioneel of conservatief idee over de rol van de vrouw”.

Lees ook: CPNB had negatieve reacties rond Boekenweek ‘niet verwacht’

Het Boekenweekthema is ontleend aan de titel van een gedicht van Nijhoff, waarin de dichter een vrouw ziet aan het roer op een schip op de Waal. Bovendien, zo licht de CPNB toe, verwijst het thema naar de bundeling van twee romans van Renate Dorrestein over moederschap.

Ook het bezwaar tegen de auteur van het essay Murat Isik, overvalt de Collectieve Propaganda. „Zijn moederfiguren in zijn debuut en in zijn bekroonde roman Wees onzichtbaar bezitten een sterk karakter. […] De kwestie dat hij een man is, heeft ons niet weerhouden; het getuigt volgens ons juist van emancipatie dat een essay met het thema moeder niet per se door een moeder of een vrouw geschreven hoeft te worden.”

Bedroevend

Daarmee raakt de CPNB aan een gevoelige vraag die de kwestie oproept: wie mag zich waarover uitspreken en wie mag waarover schrijven?

De briefschrijvers vinden het „bedroevend dat er anno 2018 nog altijd beargumenteerd dient te worden waarom vrouwen ook (niet te verwarren met als enige) graag iets zouden willen en kunnen zeggen, ook als het om vrouwen gaat.”

Schrijver Arjen van Veelen ondertekende de brief niet: „Literatuur gaat erover je te verplaatsen in een ander, in de lezer, of in een personage. Het bevrijdende van lezen én schrijven is dat je tijdelijk in een ander leven kunt stappen. Dat alleen vrouwen iets over het thema ‘moeder’ zouden kunnen zeggen is een benepen visie op literatuur, en ook op vrouwen.”

Volgens Manon Uphoff, een van de initiatiefnemers, is dat het probleem niet. Natuurlijk wordt het een man niet verboden over het thema ‘moeder’ te schrijven, zegt zij. „God bewaar me. Het is echter een gemiste kans dat de CPNB, die tot twee jaar geleden veertien jaar lang geen vrouw het Boekenweekgeschenk heeft laten schrijven, dit thema kiest en twee mannen vraagt. Het voelt als een provocatie. Zeker nu, in een jaar van allerlei onderzoeken naar genderongelijkheid in het vak, vraag ik me af: lezen ze bij de CPNB geen krant? Ik ben vooral verbijsterd dat de CPNB verbijsterd is over onze reactie.”

De CPNB en de briefschrijvers komen binnenkort bijeen om een samen tot een Boekenweek te komen waarin alle partijen zich kunnen vinden. Ondertussen worden er plannen gesmeed voor alternatieve Boekenweekgeschenken en -essays, en een alternatief Boekenbal, die ten uitvoer zullen worden gebracht als de CPNB te veel vasthoudt aan haar oorspronkelijke opzet.

Lees ook het commentaar: Alleen boeken vanuit mannelijke blik leidt tot literatuurarmoede
    • Nynke van Verschuer