Lionel Messi? IJslanders hebben geen ontzag voor de Argentijnse superster

Argentinië-IJsland

IJslanders zien Lionel Messi als een gewone sterveling, die goed kan voetballen en speciaal in de gaten moet worden gehouden.

Lionel Messi mist een penalty in de wedstrijd tegen IJsland. Foto Carl Recine/Reuters

Huh! Huh! Huh! De IJslandse strijdkreet klonk twee uur na afloop van het WK-debuut tegen Argentinië nog luidkeels uit duizenden kelen in een haag rond de spelersbus. Een saluut aan de vikingen die op het veld de gaucho’s in bedwang hadden gehouden. Zelfs de grote Lionel Messi kreeg het kabouterland niet klein.

Of de IJslanders van de 1-1 uitslag opkeken? Niet echt. Waarom zouden ze? Twee jaar geleden openden zij het EK in Frankrijk met eenzelfde resultaat tegen Portugal, met die andere superster, Cristiano Ronaldo. Het is bijna business as usual dus. IJslanders kijken hoe dan ook niet op tegen grote namen. Ronaldo of Messi krijgen hun respect, maar op ontzag hoeven ze niet te rekenen. IJsland is IJsland, altijd koel en berekenend.

Barcelona-ster Messi boezemt de voetballers, die allen uitkomen in lager geclassificeerde competities dan de Spaanse Primera Division, ook geen angst in. Een speler opofferen om hem voortdurend te schaduwen? Gekkenwerk, vindt bondscoach en deeltijdtandarts Heimir Hallgrimsson. Messi krijgt zonedekking, maar wel op de IJslandse manier. Dat betekent hem insluiten bij balbezit en vooral niet ‘happen’, want dan wordt je uitgespeeld.

„Gewoon de aanvoerlijnen naar hem afsluiten”, vertelt de voormalige Heerenveen-spits en maker van het IJslandse doelpunt, Alfred Finnbogason, koeltjes. Hij is wel zo reëel met zijn vaststelling „dat Messi gelukkig niet zijn beste dag had”.

Defensief spel

Ja, IJsland speelt defensief. In zekere zin is het niet uitnodigend om naar te kijken, maar het veruit kleinste land dat aan het WK meedoet – het inwonertal van 340.000 komt overeen met dat van Utrecht – heeft geen keus. Kleine luiden dienen andere wapens te gebruiken om de adel op het voetbalveld te bestrijden.

Voor IJslanders betekent dat georganiseerd en gedisciplineerd verdedigen, maar vooral elke vorm van eigenbelang uitschakelen. Het team is heilig, beseffen alle spelers, die zich compromisloos aan dat adagium ondergeschikt maken. Dat de buitenwereld die houding soms bekritiseert, het zij zo. IJslanders blijven realistisch.

Over Messi zegt supporter Magnus Sigurdsson voor aanvang van de wedstrijd uitdagend: „We kick him in the ass.” De IJslander neemt nog een slok bier en krult zijn wangen tot een gulle lach. Prachtige voetballer, daar niet van, maar Sigurdsson, wordt er koud noch warm van. Ja, hij is onder de indruk van Messi’s voetbalkwaliteiten, maar gevaar is te neutraliseren. Toch?

Zijn makker Svein Sveinsson, die net als Sigurdsson voor 1.600 euro een dagje op en neer naar Moskou is gereisd, voert met een stoot ironie het trackrecord van IJsland als ander argument aan: „Wij hebben nog nooit een WK-wedstrijd verloren.”

De mannen genieten. Tot voor twee jaar hadden ze niet kunnen bevroeden ooit op een groot voetbaltoernooi hun land te kunnen aanmoedigen. IJsland was decennia lang kanonnenvoer voor vrijwel alle voetballanden. Succes leek een utopie. Tot de vele spelers in buitenlandse competities steeds beter werden en er een generatie ontstond die zich in 2016 plaatste voor het EK en daar tot de kwartfinales reikte. Het voetballand IJsland ontwaakte.

Tot grote voldoening van voetballiefhebber Robert Blanco, een ict-student uit Reykjavik en een bij hoge uitzondering donkergekuifde IJslander. Hij is met speciale gevoelens bij het duel met Argentinië. Blanco heeft een Argentijnse moeder, vandaar. Zij ontvluchtte dertig jaar geleden haar sobere bestaan in Zuid-Amerika en kwam in IJsland terecht, waar een ontmoeting met een Poolse seizoenarbeider tot zijn geboorte leidde. „Dat de scheidsrechter een Pool is, maakt deze wedstrijd helemaal bijzonder”, zegt hij gniffelend.

Vanwege zijn Argentijnse bloed prijst hij zich gelukkig Messi te kunnen bewonderen, Maar hoe uitzonderlijk goed de vijfvoudig winnaar van de Gouden Bal ook mag zijn, boven alles voelt Blanco zich IJslander. Hij hoopt dan ook op minimaal een gelijkspel. Blanco krijgt zijn zin, al had IJsland er wel een gemiste penalty van de kleine, grote man uit Barcelona voor nodig.

Niet helemaal gerust

Waar IJslanders de klasse van Messi min of meer voor kennisgeving aannemen, zijn Argentijnen vooraf – en achteraf terecht – niet helemaal gerust op een goede afloop. Martin Branne, bebaard hoofd met zonnebril, twee biertjes in zijn handen en gehuld in het shirt met de naam Maradona, de Argentijn die Messi voorging als nationale voetbalheld, denkt dat IJsland ook door een tweevoudige wereldkampioen moeilijk te verslaan is. Argentinië is koning Messi, omringd met matig getalenteerde onderdanen, is zijn analyse. En hij wijst op de moeizame kwalificatiereeks voor het WK in Rusland. Het is een klein wonder dat Argentinië mag meedoen.

Branne heeft, net als alle Argentijnen, vooral hoop. Want Argentinië blijft Argentinië, een groot voetballand, tweevoudig wereldkampioen en finalist bij het vorige WK. En Messi blijft Messi, een groot voetballer. Maar veel meer dan hoop is het niet, erkent hij ruiterlijk. Om plotseling in extase te raken. Naast hem duikt Chapu op, een jonge, gezette, Argentijnse zanger, die landelijke faam verwierf met zijn hit ‘Traeme la Copa, Messi’, oftewel: ‘Breng me de cup, Messi’.

De Argentijn grist zijn telefoon uit de zak, posteert zich handig, maar pontificaal naast Chapu en vervolgt na een selfie met de zanger het gesprek. „Waar hadden we het over? Ach ja, IJsland, Argentinië en Messi. Ik weet het niet. Ik weet het niet.” Waarna hij naar zijn tribuneplaats moet en het afscheid bijna krijsend begeleidt met de hartenkreet: „Traeme la Copa, Messi. Por favor.”

    • Henk Stouwdam