Raad voor rechtspraak is tegen wetsvoorstel voorwaardelijke invrijheidstelling

Minister Dekker voor Rechtsbescherming wil dat langgestraften niet meer na tweederde van hun straf voorwaardelijk vrijkomen. Ook wil hij strengere verlofregels voor gedetineerden.

Foto David van Dam

De Raad voor de rechtspraak heeft zich uitgesproken tegen het plan van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) om het huidige systeem van voorwaardelijke invrijheidstelling aan te passen. Dekker wil dat veroordeelden niet langer na tweederde van hun gevangenisstraf in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling, maar pas de laatste twee jaar van hun straf. De Raad stelt echter in een maandag gepubliceerd advies dat dit te kort is om gevangenen goed te begeleiden in hun terugkeer in de maatschappij. Het gevaar op recidive zou zo juist groter worden.

De Raad zegt de maatschappelijke signalen waar Dekker zijn wetsvoorstel op baseert wel te herkennen; met name bij grote, geruchtmakende zaken is het niet altijd makkelijk uit te leggen waarom gevangenen vervroegd vrijgelaten zouden moeten worden. Maar dit neemt volgens het adviserend rechtsorgaan niet weg dat het huidige systeem ervoor zorgt dat de reclassering controle heeft over terugkerende gevangenen.

Ook advocaten en de reclassering toonden zich eerder al kritisch over Dekkers plannen: ‘Meer ongeleide projectielen op straat door kabinetsplannen’.

Onderzoek Erasmus Universiteit

De Raad verwijst in haar advies naar recent onderzoek van de Erasmus School of Law. Volgens de onderzoekers wordt in het huidige systeem goed per individu gekeken hoe een veilige terugkeer in de samenleving gewaarborgd kan worden. Er zou geen sprake zijn van een automatisme waardoor alle gevangenen na het uitzitten van tweederde van hun straf vrijkomen.

Zo kunnen gedurende de voorlopige invrijheidstelling voorwaarden gesteld worden, zoals een alcoholverbod of psychische behandeling. Als deze voorwaarden worden overtreden, kan de veroordeelde weer terug de gevangenis in gestuurd worden. Die periode van indirecte controle wordt verkort als Dekkers plannen doorgang vinden.

Bovendien wil Dekker dat het Openbaar Ministerie gaat beslissen over het al dan niet opnieuw vastzetten van een veroordeelde als die de voorwaarden voor voorwaardelijke invrijheidstelling overtreedt. Nu doet de rechter dat. De Raad keert zich ook tegen deze voorgestelde wijziging: “Een belangrijk onderdeel van de rechtsstaat is dat niemand anders dan de rechter bepaalt of iemand (opnieuw) vast komt te zitten.”

Dekkers brief

Maandag stuurde Dekker een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn wetsvoorstel verder toelicht nadat hij zijn plannen in mei al aankondigde. Zo wil hij, naast de strengere voorwaardelijke invrijheidstelling voor gevangenen met een straf van zes jaar of langer, ook dat er striktere verlofregels komen voor gevangenen.

De minister wil dat gedetineerden vanaf het begin van hun gevangenschap worden aangesproken op hun gedrag. Daarbij moeten ze laten zien dat ze willen werken en leren. Dekker:

“Wie meewerkt krijgt kansen, wie weigert vangt bot. Daar staat tegenover dat we gedetineerden die zich van hun beste kant laten zien, ook gaan helpen om zich voor te bereiden op een veilige terugkeer in de maatschappij. Bijvoorbeeld door ze vaardigheden bij te brengen of een diploma te laten halen .”

Het kabinet wil de nieuwe plannen in samenwerking met gemeenten en de reclassering ondersteunen. Dekker wil extra geld vrijmaken voor de nieuwe plannen, oplopend tot twintig miljoen euro in 2020. Daarnaast is de komende vier jaar honderd miljoen gereserveerd voor de Dienst Justitiële Inrichtingen om de werkdruk te verlagen en medewerkers op te leiden.

NRC checkt uitspraak minister Dekker: ‘Wangedrag beïnvloedt momenteel vrijlating uit cel niet’.
    • Christiaan Paauwe
    • Kasper van Laarhoven