Hij grijpt een stapel broeken en rent weg

Wie: Rodney

Kwestie: winkeldiefstallen

Waar: rechtbank Amsterdam

Rodney is na zes uur wachten in het cellenblok koud en chagrijnig op de zitting verschenen. Hij zit onderuit, benen gestrekt, armen over elkaar. Voor hem vijf vrouwen in toga, allen blond en ongeveer dezelfde leeftijd, op de voorzitter na. Die is wat ouder en grijs. Rodney heeft een donkere huidskleur, is 43 jaar en dakloos. Op de tribune twee mannen van H&M, de winkel waar Rodney in december twee keer en in maart één keer kleding stal. In het dossier zitten nog vier winkeldiefstallen, die het Openbaar Ministerie ‘ter informatie’ heeft bijgevoegd.

De voorzitter houdt hem een aantal stills van bewakingsbeelden voor. „Bent u dat?” Ja, zegt hij, zacht. Hij ontkent alleen ‘tezamen of in vereniging’ te hebben gestolen. „Ik werk altijd alleen, mevrouw!” Op de beveiligingsbeelden lijkt hij steeds in gezelschap van dezelfde persoon, K. een bekende van de politie met de bijnaam Poema. Soms zijn ze met z’n drieën. De mannen komen kort na elkaar de winkel binnen. De één lijkt een grote shoppertas open te houden waarin de ander stapels kleding van de uitstaltafels schuift. Eenmaal grist Rodney daarna nog een grote stapel broeken mee en rent ermee de winkel uit.

Het winkelbedrijf gaf op wat hij precies gestolen heeft. Maar Rodney weet niet meer wat hij op welke datum „allemaal gepakt heeft”. Alleen dat hij er op straat weer zo snel mogelijk vanaf probeerde te komen. Rodney sprak dan winkelend publiek aan, „of ze nog wat nodig hadden”. Hij wilde niet te lang met z’n buit ‘blijven lopen’. Dus als er 10 of 20 euro werd geboden: ‘alles is best’. „Dat is voor mij moeilijk voor te stellen”, zegt een van de rechters. „U weet niet hoeveel mensen kleding nodig hebben”, legt Rodney uit.

„U zit er onwijs onverschillig bij”, zegt een van de rechters opeens. Hij reageert fel. „Nee, nee – ik deed het om te eten en te slapen, voor mezelf. Als ik geld nodig had.”

Rodney is in april door de politierechter veroordeeld voor andere winkeldiefstallen tot zes weken cel, waarvan drie voorwaardelijk. In 2004 kreeg hij voor inbraak en een overval twee jaar cel. De reclassering rapporteert dat Rodney ging stelen toen zijn relatie op de klippen liep. Hij woonde in Groningen, werkte er in de bouw en keerde na een relatiebreuk terug naar de Bijlmer. Daar zwierf hij rond, dakloos. Verslaafd is hij niet.

De Reclassering heeft voor begin juni een plek in een begeleidwoneninstelling in het oosten van het land en adviseert een celstraf daarbij te laten aansluiten. Verder zou hij onder toezicht van de Reclassering moeten blijven. Ook is schuldhulp, dagbesteding en ‘verdiepingsdiagnostiek’ nodig.

„Ik zie een laconiek iemand, maar er is bij u van binnen toch meer gaande. Hebt u hier een rotgevoel over?” De rechter die Rodney eerst nog ‘onwijs onverschillig’ vond, is nu wat aardiger. „Ja natuurlijk”, zegt hij. „Dit zijn dingen die ik niet wil, ik heb een jaar buiten gewoond.” Het gesprek met de Reclassering was ‘tof’ – hij wil graag naar begeleid wonen. „Eindelijk rust, een dak boven m’n hoofd.”

De officier noemt de diefstallen ‘heel vervelend’. Ze neemt alle voorstellen van de Reclassering over en eist een celstraf die precies aansluit op de datum waarop Rodney naar begeleid wonen kan: 150 dagen, waarvan 61 voorwaardelijk en twee jaar proeftijd.

Rodneys advocaat merkt op dat „niemand in mijn praktijk in zo’n rap tempo is afgegleden”. Maar ook dat Rodney steeds bij de politie ‘open kaart’ speelde; een van de diefstallen vindt de advocaat slecht onderbouwd. Het is ook de enige foto waarop Rodney zichzelf niet zei te herkennen.

De rechtbank veroordeelt hem tot precies de straf die het OM eiste: 150 dagen met aftrek en een proeftijd van twee jaar. Gezien het recidiverisico moet hij aansluitend naar de begeleidwonenvoorziening. Hij moet meewerken aan ‘verdiepingsdiagnostiek’ en eventueel psychiatrie of verslavingszorg. Verder geldt een meldplicht, verplichte dagbesteding en schuldhulp.

    • Folkert Jensma