Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Een grotere lul als mij

In een achteraf bezien toch wel desperate poging om van mijn reportagebundel een verkoopsucces te maken vond ik mezelf als getuige-deskundige van de voetbalwedstrijd Marokko-Iran terug op een barkruk in VI Oranje blijft thuis, ’s lands beruchtste talkshow. Ik had daar vaker gezeten, niets kon mij nog verrassen. Nieuw was wel dat presentator Wilfred Genee een apparaat met knopjes bediende waaruit boeren en scheten kwamen, hij bespeelde de machine graag. Ik telde de boeren, na twaalf boeren was ik.

Mijn bijdrage was dat ik zei dat ik niets had meegemaakt in het Iraanse restaurant waar ik naar Marokko-Iran had gekeken. Er was niets gebeurd om over naar huis te schrijven – hé, zo heette mijn reportagebundel ook zo ongeveer.

Boekje omhoog, boekje omlaag, zelfreflectie, over tot de orde van de dag. René van der Gijp over zijn eerste hond: „Die had een nog grotere lul als mij.”

Tijdens het eerste reclameblok zakten we dan toch door de ondergrens. Met een plof, alsof de grond onder onze voeten werd weggetrokken. Zijn naam: Jaco Kirchjunger.

Jaco was een totaal overbodige publieksopwarmer, iedereen hier was al warm, een aantal vrouwen was door die hondenlul zelfs al heet, maar het kon nog veel warmer, vond Jaco. Hij schreeuwde ons aan. Ik moet verbaasd hebben gekeken.

„Marcel van Roosmalen zit nog aan de bar!!!”

Daarna: „Geef ’t ’m!!”

Ze brulden.

„Wie heeft dat boek?”

Jaco wilde vingers zien. Ik wist het antwoord al, maar keek toch met een schuin oog. Nul vingers, dacht ik al.

Jaco: „Al-le-maal dat boek halen! Begrepen?! Applausje voor jezelf, nu!”

Ze gaven het. „En rechtop! Straal die energie uit, rug recht, want anders wil jij niet in beeld komen! E-ner-gie! Come on, ik zie de mannen al weer. Johan – the legend – Derksen, ik zie ’m jongens! En drie – twee – en één…..”

Hij gaf met de handen boven het hoofd het goede voorbeeld.

„En daar gaan we … ooohh yeah …”

Ze werden gek, de wave werd ingezet. Ik keek zoekend naar bevestiging om me heen, met een blik van: die is niet helemaal honderd, toch? Toch?

Ik telde de boeren, Johan vergeleek Poetin met Hitler, laatste reclameblok.

„Check je telefoon! Ben je al in beeld geweest?”

De jongen naast me was vier keer in beeld geweest.

„Komt door jou.”

„Geen dank”, zei ik.

„Nog een keer alles geven!”, schreeuwde Jaco. „Niet inkakken. Als je onderuitzakt, zakt je onderkin mee… Dakkie eraf!”

Ik zat nog negen minuten met mezelf op die kruk, mijn blik kruiste die van Jaco, die een duim opstak. Een geruststellende gedachte kwam op, vrij naar René van der Gijp: er was een nog grotere lul als mij in de zaal.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen