DNB verwacht eindelijk hogere lonen

Economische ramingen

De Nederlandsche Bank verwacht dat de economische groei de komende jaren aanhoudt. Door personeelstekorten vlakt die wel wat af.

De drukste winkelstraat van Groningen, de Herestraat. ANP/Remko de Waal

De economie blijft de komende jaren groeien als kool, tenzij het handelsconflict met de Verenigde Staten uit de klauwen loopt. Dat valt op te maken uit de economische ramingen die De Nederlandsche Bank (DNB) maandag presenteerde.

2017 was met 3,3 procent groei van het bruto binnenlands product (bbp) echt een piekjaar. Dit jaar valt de bbp-groei terug, naar 2,5 procent, zo verwacht DNB, en vlakt daarna verder af naar 2,2 procent in 2019 en 1,9 procent in 2020.

Economische ramingen zijn altijd met onzekerheid omgeven. De prognoses van DNB, en ook van andere instituten als het Centraal Planbureau, wijken sterk af van de daadwerkelijke groei, constateerden onderzoekers van DNB zelf eind vorig jaar.

Ramingen worden tussentijds ook fors bijgesteld. Hoe ze kunnen schommelen blijkt uit de DNB-prognose voor 2018. In december ging de instelling aan het Amsterdamse Frederiksplein nog uit van 3,1 procent groei dit jaar. Nu verwacht DNB een fors lager cijfer: 2,5 procent.

Lees ook: Grote fouten in prognoses van economische groei

Het verschil? Een eerste kwartaal dat „tegenviel”, in de woorden van DNB-directielid Job Swank, die maandag een toelichting gaf bij de jongste ramingen. Het bbp nam toe met 0,5 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2017 – lager dan gemiddeld in de kwartalen daarvoor gebruikelijk was. Dat kwam vooral door de haperende wereldhandel, waardoor de Nederlandse export terugviel.

Schaars personeel

Maandcijfers laten inmiddels voor de eurozone zien dat ook het tweede kwartaal tegenvalt. Maar volgens Swank „zien we dit nog niet echt voor Nederland”.

Het eerste kwartaal is volgens DNB dus geen trendbreuk, de economische motor draait door. Zo hard zelfs, dat de grenzen van de capaciteit in zicht komen. „De economie is echt onder hoge spanning aan het komen”, aldus Swank. Het tekort aan personeel, dat goed merkbaar is in sectoren als de bouw, de horeca en de ICT, is inmiddels de belangrijkste belemmering voor werkgevers om de productie uit te breiden, blijkt uit enquêtes van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Schaarste aan personeel draagt eraan bij dat de economische groei in 2019 en in 2020 lager uitvalt.

Eindelijk hogere lonen?

Personeelstekorten zouden moeten leiden tot hogere lonen. Hoe hoger immers de nood bij werkgevers, hoe meer werknemers aan loon kunnen eisen. Dit is precies wat DNB nu verwacht. De gemiddelde loonstijging gaat in de ramingen van DNB van 2,1 procent dit jaar naar 2,6 procent in 2019 en naar 3,1 procent in 2020. „Percentages die we allang niet meer gezien hebben”, zei Swank. „En dat werd ook lang tijd”. Tot nu toe houdt de loongroei geen tred met de economische groei. Uit DNB-onderzoek bleek onlangs dat een belangrijke reden hiervoor de flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt is. Flexwerkers verdienen slechter. Maar nu de werkloosheid zo snel terugloopt – naar 3,5 procent in 2019, „is onze verwachting dat de loondruk significant zal toenemen”, aldus Swank. Inmiddels bieden werkgevers ook weer meer vaste contracten aan.

Of de loongolf die DNB voorspelt, er ook echt komt, blijft onzeker. Vakbond FNV zei onlangs nog grote moeite te hebben loonsverhogingen af te dwingen in cao’s. Swank zelf wees erop dat de vakbonden, die de loononderhandelingen voeren, alleen maar minder machtig zijn geworden.

Escalatie handelsconflict

Of het door DNB geschetste rooskleurige scenario – meer groei, meer banen, hogere lonen – uitkomt, is ook afhankelijk van de wereldpolitiek. De economen van DNB schetsten ook een alternatief scenario, waarin het handelsconflict tussen de Verenigde Staten enerzijds en de Europese Unie en China anderzijds escaleert. In dit scenario gaat het tarief van de VS op alle Europese en Chinese invoer van gemiddeld 5 procent nu naar 10 procent. Ter vergelding doen China en Europa hetzelfde. Nederland wordt dan hard getroffen. Gemiddeld ligt de bbp-groei dan 0,5 procentpunt per jaar lager. Hoewel slechts 4 procent van de Nederlandse uitvoer naar de VS gaat, kan de Nederlandse industrie toch forse schade oplopen als toeleverancier van andere Europese landen, zoals Duitsland, die veel exporteren naar de VS.

Swank noemde het effect „niet erg verrassend voor een kleine, open economie als de Nederlandse”. Maar, zo tekende hij erbij aan, het is een „stevig” scenario. „Er moet nog best wat gebeuren, wil je hier terechtkomen”. Tot dusver heeft president Donald Trump alleen staal en aluminium getroffen met importtarieven (25 respectievelijk 10 procent).

    • Mark Beunderman