Recht & Onrecht

De burger moet kunnen weten hoe de misdaadvoorspeller werkt

In de Verenigde Staten onderzoekt een speciale commissie de ongewenste effecten van systemen als ‘predictive policing’. Maar in Nederland doet de overheid alsof haar neus bloedt, schrijft Marc Schuilenburg in de Politiecolumn.

Politieagenten fouilleren een verdachte. Foto Koen van Weel/ANP XTRA

Nederland is het eerste land ter wereld dat landelijk voorspelt waar en wanneer criminaliteit plaatsvindt. In andere landen, waaronder de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, gebeurt dit nu nog lokaal. De Nationale Politie werkt hiervoor met het Criminaliteit Anticipatie Systeem (CAS). CAS begon in 2014 als pilot in Amsterdam en in vier politieregio’s. Inmiddels is het systeem landelijk uitgerold naar alle basisteams van de Nationale Politie.

CAS laat op een rasterkaart van Nederland in vakjes van 125 bij 125 meter zien op welke plaatsen en op welk moment de kans het grootst is dat High Impact Crimes plaatsvinden. Dat zijn misdrijven als straatroven en inbraken. Algoritmes helpen om de antwoorden hierop te vinden door zich een weg te banen door een berg aan data. Die data komen van aangiftes en criminaliteitscijfers, het central data warehouse van de Nationale Politie, en van openbare gegevens als het aantal uitkeringen per wijk, leeftijden, geslacht en gezinssamenstellingen.

Gericht

CAS wordt predictive mapping genoemd. Daarin kijkt de politie niet naar personen of groepen en worden gegevens over etniciteit niet gebruikt. Ook in andere landen is deze vorm van predictive policing populair om criminaliteit te voorspellen. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld, waar verschillende politiediensten werken met het systeem PredPol. De voordelen van predictive mapping zijn dat sneller kan worden gereageerd op nieuwe incidenten en dat gerichter politiecapaciteit kan worden toebedeeld aan wijken met een verhoogd risico op criminaliteit.

Predictive mapping heeft niet geleid tot grote privacy-schendingen. Belangrijkste reden hiervoor is dat de data-analyse beperkt blijft tot wijkniveau. Dit is anders bij predictive identification. Hierin worden personen en groepen aangewezen als mogelijke misdadigers of slachtoffers. Een voorbeeld hiervan is het politiesysteem van Chicago, de zogenoemde ‘heat list’, die personen aanwijst waarvan wordt verwacht dat ze een misdrijf zullen plegen in de nabije toekomst. Inmiddels staan ruim 400.000 inwoners van Chicago op deze lijst.

Ineffectief

Onderzoek van de RAND Corporation naar deze vorm van predictive policing wijst uit dat ze zowel ineffectief als onrechtvaardig is. De most-wanted-lijst met daarop de smoelen van de meest gezochte misdadigers werkt beter dan het politiesysteem van Chicago. Bovendien leidt ze tot een vorm van profiling die vooral minderheden treft. Zij worden vaker gecontroleerd door de politie van Chicago, ook als ze niets strafbaars doen.

Uit documenten van Buro Jansen en Jansen blijkt dat ook de Nederlandse politie personen en groepen in een vroegtijdig stadium volgt. De politie huurt hiervoor commerciële bedrijven in als Coosto en HowAboutYou die het internet afstruinen naar verdachte zaken en uitingen op platforms als Facebook en Twitter. Met een zogeheten sentiment-analyse worden de aangetroffen data geordend en geanalyseerd, waarbij aan de hand van positief, negatief of neutraal gelabelde berichten personen worden geprofileerd of van een risicoprofiel worden voorzien. Social media surveillance wordt dit genoemd.

Betrouwbaar

In de Verenigde Staten woedt momenteel een stevig debat over de betrouwbaarheid en wenselijkheid van voorspellende systemen. De burgemeester van New York Bill de Blasio heeft zelfs een speciale taskforce in het leven geroepen die onderzoekt hoe overheidsdiensten als de politie algoritmen inzetten om beslissingen te nemen die van invloed zijn op het leven van New Yorkers. Ook gaat de taskforce aanbevelingen doen om deze besluitvormingsprocessen voor het publiek openbaar te maken.

In Nederland doet de overheid alsof haar neus bloedt. De minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker wil algoritmes die worden gebruikt door de overheid niet openbaren. Hij vreest calculerend gedrag van burgers, zo antwoordde hij op vragen van D66, GroenLinks en de SP. Mij lijkt dat Dekker zich er vooral met een jantje-van-leiden van afmaakt. Simpelweg omdat op de overheid de plicht rust om kwesties als discriminatie en privacy-schending te onderzoeken die het gevolg zijn van surveillance-systemen die zich richten op personen en groepen. Zeker als de overheid die systemen zelf gebruikt.

De Politiecolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

Blogger

Marc Schuilenburg

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde filosofie en rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order (2015). Hij ontving de driejaarlijkse Willem Nagelprijs van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie voor zijn boek Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (2012). Samen met Bob Hoogenboom geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.

    • Marc Schuilenburg