Colombia kiest een nieuwe leider, met een oude leermeester

Iván Duque

Hij belooft een schone start, maar Duques carrière is ook verbonden met een omstreden ex-leider. En wat gebeurt er met de vrede?

Iván Duque viert zijn stembuszege met zijn vrouw María Juliana Ruíz. Hij won de tweede ronde van de presidentsverkiezingen met 54 procent van de stemmen. Foto NACHO DOCE/Reuters

Iván Duque (41), zondag met 54 procent van de stemmen gekozen tot president van Colombia, is een grote nieuwkomer in de politiek van het Zuid-Amerikaanse land. Voor veel van zijn kiezers was die onervarenheid juist een reden te stemmen op de centrum-rechtse technocraat, die de jongste president uit de geschiedenis zal worden. Zij omarmden zijn belofte om de omvangrijke corruptie aan te pakken, die het land (en de hele regio) teistert. „Ik krijg de kritiek dat ik onervaren ben, ik heb inderdaad geen ervaring met corruptie en daar ben ik trots op”, grapte Duque daarover tijdens campagneoptredens.

Maar of Colombia onder Duque inderdaad een nieuwe weg inslaat, moet nog blijken. Zijn politieke carrière leunt sterk op de steun die hij kreeg van Álvaro Uribe, president van 2002 tot 2010. De nog altijd zeer invloedrijke, uiterst rechtse Uribe is Duques politieke leermeester. Hij was het die Duque in 2014 vroeg zijn topbaan bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank in Washington op te geven om in Colombia senator te worden voor Uribes centrum-democraten.

Duque – opgeleid als advocaat, ex-lid van een rockband en fervent voetbalfan – woonde en werkte een groot deel van zijn leven in de Verenigde Staten. Latijns-Amerikaanse media vergelijken hem wel met de Franse president Macron: allebei zijn ze jong, tweetalig, ambitieus en gingen zonder veel politieke bagage het presidentschap aan. En ook Duque heeft ingrijpende hervormingsplannen: een liberaler marktbeleid, lagere belastingen, minder overheidsuitgaven en ruim baan voor buitenlandse investeringen in de mijnbouw en oliesector.

Lees ook: Vredesverdrag met FARC inzet van Colombiaanse presidentsrace

Stropop van voorganger Uribe?

Zijn critici beweren dat Duque niet meer is dan een marionet van Uribe, die via deze omweg terug zou willen keren in het machtscentrum. Zelf kon Uribe na twee termijnen niet meer kandidaat zijn. Ook wordt hij verdacht van banden met extreem-rechtse paramilitairen.

Net als Uribe is Duque fel tegenstander van het vredesakkoord dat de huidige regering sloot met guerrillabeweging FARC. Dit maakte een einde aan een halve eeuw burgeroorlog, waarin meer dan 200.000 doden vielen. Maar er leeft ook brede ontevredenheid over het verdrag: veel Colombianen vinden dat de FARC na alle jaren van terreur te makkelijk wegkomt. Als senator heeft Duque zich altijd hard uitgesproken tegen het akkoord, dat hij te coulant noemt voor de FARC en te weinig gericht op de slachtoffers. „Ik wil ook vrede, maar wel vrede met gerechtigheid”, was een van zijn campagneslogans.

De stembusgang van zondag was daarmee ook deels een (nieuw) referendum over het vredesverdrag, dat in 2016 al eens nipt weggestemd werd. Het grootste deel van het akkoord ligt inmiddels wettelijk vast. Wel verloopt de implementatie moeizaam. Duque belooft aanpassingen en wil via decreten of wetsvoorstellen aan het verdrag sleutelen. Hij sprak zich al uit tegen het feit dat ex-leiders van de FARC nu in de volksvertegenwoordiging zitten. Sinds de strijdgroep zich omgevormd heeft tot politieke partij, heeft ze recht op tien vaste zetels, terwijl haar leiders nog niet berecht zijn noch openheid hebben gegeven over hun daden.

Het is onduidelijk wat eventuele aanpassingen betekenen voor de stabiliteit en vrede in het land. En voor het lot van de 7.000 ex-guerrillero’s die proberen een nieuw leven op te bouwen. Als het verdrag ontrafelt zouden dissidente FARC-facties de wapens weer op kunnen nemen, wat Duque een alibi zou geven de militaire optie terug op tafel te leggen. Het is ook mogelijk dat Duque, eenmaal aan de macht, meer afstand van Uribe zal nemen. De huidige president Santos, die ook lang gold als Uribe’s protegé, deed dit in ieder geval wel.

Duque wordt vergeleken met Macron: ambitieus, jong en politiek onervaren

Links viert goed resultaat

Makkelijk zal Duques presidentschap in elk geval niet worden. Hij erft een land met ernstige problemen. De economie is zwak en er is een nieuwe piek in de drugshandel en het bijbehorende geweld. In de gebieden die voorheen in handen van de FARC waren, is een vacuüm ontstaan en wemelt het van de paramilitairen en andere drugsbendes. Duque wil de oude, vastgelopen ‘War on Drugs’ weer oppakken en samen met de VS een hard anti-drugsbeleid gaan voeren.

Dan speelt er nog de crisis in buurland Venezuela. Meer dan een half miljoen Venezolanen zijn naar Colombia gevlucht en dagelijks komen daar duizenden andere wanhopige, hongerige mensen bij. Dit zorgt voor spanning in het grensgebied. Ook de moeizame vredesonderhandelingen met guerrillabeweging ELN zal Duque moeten zien vlot te trekken.

Makkelijk zal Duque het ook niet krijgen met de sterkere linkse oppositie. Tegenkandidaat Gustavo Petro mag zondag met 12 procentpunt verschil verslagen zijn, voor veel linkse Colombianen was dit resultaat een overwinning. Nooit eerder trok een progressieve kandidaat zoveel kiezers, in een land dat een halve eeuw lang een diepe afkeer had van links vanwege de burgeroorlog met de marxistische FARC. „Acht miljoen mensen hebben op mij gestemd en die mensen laat ik niet terugkeren naar de oorlog”, riep Petro geëmotioneerd op verkiezingsavond.

President Juan Manuel Santos (65) werd in 2016 onderscheiden met de Nobelprijs voor de Vrede. Lees daarover: Vredesprijs terwijl de vrede wankelis
    • Nina Jurna