Opinie

    • Frits Abrahams

Bedrogen weduwe

Michael P., de man die bekende dat hij Anne Faber heeft vermoord, maakte vorige week in de rechtszaal een weinig berouwvolle indruk. Dit tot begrijpelijke ergernis van velen.

In de Volkskrant verwoordde de psycholoog Jan Bouman die ergernis. Hij is gepensioneerd medewerker van het ministerie van Veiligheid en Justitie en schrijver van het boek Zitvlees, dat over geweldplegers en hun slachtoffers gaat. Over P. constateerde hij „[dat die] zich nauwelijks iets herinnert, het slachtoffer de schuld geeft en alles, na uitvoerig overleg met zijn advocaten, in een opwelling heeft gedaan.”

Van zijn beroepsgenoten kreeg Bouman de afgelopen jaren weinig bijval. „Ondertussen nemen de daders de hele beroepsgroep in de maling. Daarom schaam ik me. Na veertig jaar werken als psycholoog heb ik niets aan het systeem kunnen veranderen.”

Veel van wat Bouman beweert, herken ik uit mijn ervaring als rechtbankcolumnist, nu alweer ruim 25 jaar geleden. Een zware misdadiger die ruiterlijk zijn schuld toegeeft en spijt betuigt? Ik heb ze zelden meegemaakt. Meestal bleef hun verhaal hangen in een mist van vage, ontwijkende formuleringen. „Ik weet het niet.” „Ik kan het me niet meer herinneren.” Ze leken geen notie te hebben van wat ze hadden aangericht, alsof ze geen geweten en inlevingsvermogen hadden.

Dat trof me ook weer in een heel andere zaak, waarover ik in The New York Times las. Het ging over een vrouw, Zelma Haskell, wier man in 2003 overleed toen ze vijftig jaar getrouwd waren. „Hij was alles voor mij.” Ze was 71 jaar en wist zich geen raad met haar eenzaamheid. Toen ontmoette ze in haar favoriete cafetaria bij haar huis in Brooklyn een serveerster, Alicia Legall, een dertiger nog, afkomstig uit Trinidad en Tobago. Ze konden het meteen goed met elkaar vinden. Haskell: „Ik was zo gelukkig, ik had er een nieuwe dochter bij, ze begon me ook ‘mama’ te noemen.” Haskell had zelf een zoon en een geestelijk gehandicapte dochter die financieel van haar afhankelijk was.

Haskell kocht een tweedehands auto voor Legall. Ook kreeg Legall toegang tot de bankrekening van haar vriendin. Ze vertelde dat ze een bedrag had opgenomen omdat ze een schuld moest afbetalen. Haskell aanvaardde de uitleg, ook omdat Legall terugbetaling suggereerde.

Toen kreeg de zoon van Haskell een briefje van de bank van zijn moeder. Zij had een extra hypotheek van 424.000 dollar op haar huis genomen die ze niet afbetaalde. De zoon begreep er niets van, zijn moeder leidde immers een sober leven. Ze vertelde haar zoon dat ze het geld aan Legall had gegeven omdat die wéér een schuld had. Politieonderzoek wees uit dat Legall al kort na de kennismaking voor meer dan 200.000 dollar cheques van Haskell had vervalst. Van het geld opende ze nieuwe creditcards en betaalde ze haar hobby, het gokken op paarden.

Legall werd veroordeeld tot een straf van drie tot negen jaar gevangenis. Uit niets bleek dat ze ook maar enige spijt had. Aanvankelijk, na haar arrestatie, ontkende ze alles. Later beweerde ze dat Haskell haar en haar gezin – man met twee kinderen – wilde steunen.

Haskell, nu 85 jaar, vertelde na de rechtszaak dat ze nog steeds een door Legall gemaakte selfie van hen samen bij zich droeg. „De herinneringen”, zei ze.

    • Frits Abrahams