Japan is berucht om zijn overwerkcultuur: 100 uur overwerken is normaal

Karoshi In Japan is het volstrekt normaal een gigantisch aantal overuren te maken. De regering probeert daar nu iets aan te doen.

In 2016 sliep 40 procent van de Japanse werknemers tussen de 20 en 50 jaar oud minder dan 6 uur per nacht. Foto Tanja Houwerzijl

In september 2015 pleegde de 24-jarige Matsuri Takahashi zelfmoord. In één maand tijd maakte ze als trainee ruim honderd overuren voor haar werkgever Dentsu, een populair Japans reclamebureau. Een jaar na haar dood, in 2016, werd door de Japanse rechtbank vastgesteld dat haar zelfmoord het directe gevolg was van stress door overwerken. ‘Karoshi’, luidt de Japanse term voor dit fenomeen – dood door overwerken, door hartfalen, een beroerte of zelfmoord.

Japan is berucht om zijn overwerkcultuur. Niet voor niets bestaat er een ‘karoshi-grens’, die officieel op tachtig overwerkuren in een maand ligt. Als ná de dood van een werknemer blijkt dat hij of zij meer dan die tachtig uur overwerkte, kunnen nabestaanden de werkgever aanklagen. Zo kwam ook de zaak van Takahashi bij de rechter.

Haar dood bracht een schokgolf in de Japanse samenleving teweeg, niet in de laatste plaats omdat ze zo jong was. In de maanden die volgden werden vergelijkbare rechtszaken breed uitgemeten in Japanse media, waarop de Japanse premier Shinzo Abe verschillende pogingen deed de overwerkcultuur een halt toe te roepen.

Twee pogingen mislukten. Een campagne genaamd premium friday, waarbij bedrijven hun werknemers één keer in de maand op vrijdag vroeger naar huis zouden sturen, vond nauwelijks gehoor. Weinig bedrijven namen sinds de start in februari 2017 deel aan de campagne, zij die dat wel deden haakten al snel weer af.

Een ander initiatief moest bedrijven overhalen een rustperiode (een fatsoenlijke nacht slaap) tussen twee werkdagen te garanderen, deelnemende bedrijven werd een subsidie beloofd. Maar ook dat bleek niet voldoende: slechts 2 procent van de Japanse bedrijven meldde zich aan.

Een laatste poging, een wettelijke limiet aan overwerken, vond eind mei een meerderheid in het Lagerhuis van het Japanse parlement. Volgens Japanse media is het de meest grondige arbeidsmarkthervorming in zeventig jaar. Concreet houdt het plan in dat Japanse werknemers in één afzonderlijke maand nog maximaal honderd uur mogen overwerken. Voor twee of meer opeenvolgende maanden geldt een bovengrens van tachtig uur.

Lees ook: Karoshi: werken met de dood tot gevolg

Overwerken als deugd

De vraag is nu natuurlijk: is dat genoeg? Er zit een addertje onder het gras. „Of eigenlijk twee”, zegt Satoshi Hagesawa, hoogleraar arbeidsrecht aan de Senshu Universiteit van Tokio. Er worden namelijk twee uitzonderingen gemaakt op de wet: werknemers die specialistisch werk doen, zoals advocaten, accountants en ingenieurs, worden niet langer doorbetaald voor de overwerkuren die ze maken. Het doel: een hogere productiviteit, en dus minder overwerkuren. Daarnaast zal de bovengrens van tachtig uur niet van toepassing zijn op grootverdieners, die ten minste 10,75 miljoen yen op jaarbasis verdienen (ruim 80.000 euro).

„Als je overwerk niet langer hoeft te betalen, resulteert dat niet in minder, maar juist in méér overwerkuren”, zegt Hagesawa, die vreest voor de groep specialisten. Bovendien, zegt hij: „Wat er nu eigenlijk wordt gezegd is dat honderd uur overwerken best acceptabel is. Terwijl dat nog altijd extreem veel is, en twintig uur méér dan de dodelijke karoshi-grens.”

Maar wat is dan wel de juiste methode om de Japanse overwerkcultuur aan te pakken? „De mentaliteit van mensen moet veranderen”, meent Hagesawa. „Japanners zien hard werken als een deugd. Daar is op zich niets op tegen, maar het probleem is dat wij noeste arbeid zijn gaan verwarren met overwerken. In die staat van verwarring zien we overwerk nu als deugd.”

Ik dacht aan hooikoorts, maar na een bezoek aan de huisarts kwam ik erachter dat het werkstress was

Dat gevoel leeft ook onder sommige Japanse werknemers, waaronder Anna (30), die als manager voor een marketingbedrijf in Tokio werkt. Uit angst voor repercussies van haar werkgever wil ze niet met haar volledige naam in de krant. „Mijn vrienden klagen eigenlijk nooit als ze weer eens moeten overwerken – ze lijken er zelfs een beetje trots op. Het toont aan dat ze goed op weg zijn in hun carrière.”

Anna komt zelf overigens met gemak aan de honderd overwerkuren in de maand, berekent ze snel. „Iedere dag werk ik minstens twee uur extra, in drukke tijden maak ik werkdagen van veertien uur.” Nadat Anna precies een jaar geleden een nieuwe baas kreeg, kwam ze zelfs nauwelijks nog aan slapen toe. Ze kreeg last van uitslag, haar ogen werden ineens rood. „Ik dacht aan hooikoorts, maar na een bezoek aan de huisarts kwam ik erachter dat het werkstress was.”

Ze besloot daarop het roer om te gooien: „In juni zal ik ontslag nemen en de tijd nemen bij te komen. Ik verwijt mijn werkgever niets, ik wist dat overwerken normaal is in deze sector. Maar het is wel lastig om met zulke problemen bij je manager aan te kloppen, als je weet dat hij óók om vier uur in de ochtend al e-mails verstuurt.”

Anna betwijfelt daarom of er voldoende draagvlak is voor de aangekondigde hervormingen. „Als ik naar mijn eigen omgeving kijk, dan denk ik: wellicht vindt een groot deel van de beroepsbevolking het helemaal geen probleem, al dat overwerken.”

Lees ook: Wie is voor stress verantwoordelijk?

Dat sentiment kom je bijvoorbeeld ook tegen in de bouw- en zorgsector, waarin men met argusogen naar de aangekondigde hervormingen kijkt. Verzorgingstehuizen en ziekenhuizen hebben grote moeite genoeg personeel te vinden, overwerken is er de norm. Begin mei luidde een groep Japanse ziekenhuizen dan ook de noodklok: zij zijn simpelweg afhankelijk van medewerkers die soms meer dan honderd uur per maand overwerken.

160 overwerkuren in de maand

Zo werkte Sae Ochi (42) tot vorig jaar in een ziekenhuis in Fukushima. „Een beginnend arts werkt gemiddeld tachtig uur per week”, zegt ze. Dat is twee keer zoveel als een normale werkweek en 160 overwerkuren per maand – het dubbele van de karoshi-grens.

Ochi ondervond aan den lijve welke uitwerking dat heeft. „Toen ik tien jaar geleden als arts in Tokio werkte, sliep ik maar twee tot vier uur per nacht.” Ze kreeg steeds vaker een bloedneus tijdens haar dienst. Het gevolg van een verhoogde bloeddruk, bleek later. „Uiteindelijk draaide ik door en deed ik een zelfmoordpoging. Op mijn afdeling kwam dat wel vaker voor.” Toch klaagde ze nooit. „Soms verdween iemand gewoon van de werkvloer, zelfs dan sprak niemand erover.”

Ochi juicht het toe dat praten over de nadelige gevolgen van overwerken na de dood van de jonge Takahashi uit de taboesfeer is gehaald. „Maar jongeren moeten óók leren voor zichzelf op te komen”, benadrukt ze. Anders zal er nooit écht iets veranderen.

    • Bobbie van der List