Recensie

Op Oerol ontmoeten mens en natuur elkaar

Oerol Natuur is overal op Oerol. Maar op de 37ste editie van het theaterfestival op Terschelling gaat het ook over de rol van de mens.

Oerolbezoekers kijken met een verrekijker naar het ‘Nieuw Antropoceens Peil’ van kunstenaar Marc van Vliet: 160 palen die de waterhoogte van de verwachte stijgende zeespiegel in de 22ste eeuw weergeven. Foto ANP / VINCENT JANNINK

Overal op Terschelling is de natuur overweldigend dichtbij: in het ruisende riet, in de wind die ruist in de boomtoppen, in de brullende branding bij nacht.

De band tussen mens en natuur is zo altijd een prominent thema op Oerol, maar op deze 37ste editie is de context niet zelden ontnuchterend. Theatermakers onderzoeken hun relatie met de natuur, proberen de mensheid een stapje verder te helpen of zien hoe zijzelf en hun thuis(ei)land worden uitgebuit.

De openingsvoorstelling Foreign tongues van het Oostenrijkse dansgezelschap Liquid Loft berust op een soundtrack van gespreksflarden uit heel Europa; voor Oerol voegde choreograaf Chris Haring er zelfs enkele Friese fragmenten aan toe.

De dansers dragen boxjes bij zich, waaruit stemmen klinken: een kind dat een liedje zingt, een man die zijn stem verheft, het lachen van een vrouw. De performers playbacken, terwijl hun lichaamstaal het gesprokene onderstreept. Hoewel deze interactie tussen taal en lijf boeiend is, vindt de voorstelling maar moeizaam z’n plek op de zandafgraving bij Halfweg. Een bijzondere setting kan een festivalperformance naar een hoger plan tillen, maar hier worstelen de dansers juist zichtbaar met hun plek. Ze klimmen en dalen, zoeken en draaien, maar veel van hun tochten door het mulle zand voelen betekenisloos.

Slikken en glimlachen

Toen Oerol aan theatermaker Laura van Dolron vroeg waar zíj graag wilde spelen, antwoordde ze: ‘sowieso niet in het bos.’ Maar Van Dolron staat nu toch in het Formerumer Bos, waar ze filosofeert over haar angst voor de natuur in haar welbekende stand-up-philosophy-stijl. Luchtig ontleedt ze haar gedachten, duikt de diepte in en komt happend naar adem weer boven. Ze heeft zich vergist: bomen interesseren zich niet voor wie er rond hun stammen scharrelt, zo concludeert ze. De maatschappij daarentegen bekritiseert, (ver)vormt je zelfbeeld en wanhopig probeert de mens de natuur ‘op te leuken’ met lampjes of muziek. Waarom ik bang ben voor het bos is een mooie, sobere performance die je laat slikken én glimlachen.

Stroperig

Faust™ van het Noord Nederlands Toneel ontbeert elke vorm van lichtheid. De bewerking van Goethes klassieker speelt ’s avonds in het Hoornse Bos. Muziek door enkele musici van het Noord Nederlands Orkest dendert over het grasveld, terwijl Faust (Veerle van Overloop) en Mefisto (Tom Jansen) erop los discussiëren. Na de loeiharde opening, die qua beeld en muzikale kracht hoge verwachtingen schept, blijkt van opbouw verder geen sprake. Regisseur Hendrik Aerts heeft zich flink vertild aan deze productie. Faust™ kabbelt maar voort in een moedeloos makende, tekstuele stroperigheid. Af en toe knalt er wat visueel-auditief vuurwerk in het rond, maar er is geen redden aan. Als je afgepeigerd van de tribune strompelt, kan alleen een Juttersbitter de nacht nog redden.

Voor De wereldvergadering heeft Orkater iedereen bijeen geroepen. Alle wereldburgers - Afghanen tot Zwitsers - hebben zich verzameld op Terschelling: we moeten dringend eens wat zaken met elkaar bespreken. Hoe is het met de wereld? Hoe zorgen we ervoor dat die niet aan de mens ten onder gaat?

De voorzitter (Tobias Nierop) wil het samenzijn zo ordentelijk mogelijk aftrappen, maar het wordt al snel een rommeltje. Er duikt een vergeten astronaut op, een overijverige jongeman meent dat de voorzitter beter een zwarte vrouw kan zijn en de kruidenier wil even laten weten dat ze pelpinda’s heeft meegebracht.

De tekst van Raoul Heertje, Sanne Vanderbruggen en regisseur Michiel de Regt is scherp en humoristisch. Hadden we God niet moeten uitnodigen? De wereldvergadering is alles wat je hoopt van een festivalvoorstelling: de tomeloze energie van de zes acteurs, goed uitgevoerde nummers en een prachtig samenspel tussen voorstelling en omgeving.

Zwetende volksdans

Op een minder poëtische locatie, dorpshuis ET10 in Midsland Noord, speelt de jeugdtheatervoorstelling Uniform (ode aan de meeloper) van Maas theater en dans. Theatermaakster Nastaran Razawi Khorasani brengt vier figuren samen in een schoolfeestachtige setting. Allen zijn herkenbaar aan hun kleding: arts, soldaat, conciërge en caissière. Hun routines verworden langzaam tot een collectieve dans, en dan wordt onder hun kleding langzaam een uniform zichtbaar. De volksdans die volgt, is een uitputtingsslag. Zweet parelt over de slapen, terwijl synchroon wordt gesprongen en getrapt. Spiegels vermenigvuldigen de gestalten van de dansers visueel tot een peloton dat collectief blijft bewegen in een veranderende omgeving. Het gaat lang door, deze gezamenlijke dans, tot de hypnotiserende routines hun kracht beginnen te verliezen. De strakke choreografie ten spijt, verdwijnt de spanning dan uit de voorstelling.

Slepen met zandzakken

In Stones in his pockets van Toneelschuur Producties is Terschelling de ‘authentieke locatie’ voor een peperdure Hollywoodfilm: Hansje Brinker builds a dyke. Op een grasveld bij Lies, omzoomd door bomen, staan Jan (Benjamin Moen) en Kasper (Daniel Cornelissen) op de set. Daar blijkt de realiteit minder glamoreus dan verwacht: als figuranten slepen de eilanders vooral met zandzakken.

Moen en Cornelissen spelen alle personages: van de hysterische productiemedewerker tot de regisseur die alleen uit zijn ivoren toren komt als het echt niet anders kan, tot de eilanders die hun geboorteland én zichzelf uitgebuit zien worden.

Het stuk van Marie Jones uit 1999 speelde zich oorspronkelijk af in Ierland, maar regisseur Maren E. Bjørseth heeft de voorstelling effectief verplaatst. In de hechte eilandgemeenschap blijkt uiteindelijk toch iemand buiten de boot te vallen. Door de snelle rolwisselingen en het sterke acteerwerk verliest Stones in his pockets nergens vaart. Luchtige momenten en drama grijpen prachtig in elkaar. Een voorstelling, zoals je die graag op Oerol ziet.

    • Elisabeth Oosterling