De beloftes aan Japan zijn door Trump gebroken

Wat moet Japan? De ministers waren „verbluft” door Trump. Japan voelt zich nog kwetsbaarder voor Noord-Koreaanse raketten.

Foto Toshifumi Kitamura / AFP

Toen de Amerikaanse president Trump vorige week dinsdag aankondigde dat militaire oefeningen in Zuid-Korea voorlopig worden opgeschort, zal dat veel Japanse functionarissen hebben geschokt. Een topman van de Japanse Nationale Veiligheidsraad, Shotaro Yachi, was immers speciaal naar Singapore gezonden om zoiets te voorkomen. Voor de top tussen Trump en Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un had Yachi nog van Trumps nationale veiligheidsadviseur John Bolton de verzekering gekregen dat de Amerikaanse troepen in Zuid-Korea niet ter sprake zouden komen. Japan was gerustgesteld.

Kort na Trumps opmerking zei de Japanse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Masahisa Sato, een voormalig legerofficier in de Japanse Zelfverdedigingstroepen (SDF), op tv dat hij „verbluft” was dat de oefeningen stopten. „Het zou een enorm effect hebben op de nationale veiligheid van Japan en de rol van de SDF”.

Eenzelfde ongerustheid werd verwoord door de Japanse minister van Defensie, Itsunori Onodera. „De oefeningen van de Verenigde Staten en Zuid-Korea, en de Amerikaanse troepen in Zuid-Korea spelen een cruciale rol in de veiligheid van Oost-Azië.” En: „Hoewel Noord-Korea misschien denuclearisering heeft toegezegd, heeft het nog geen specifieke stappen in die richting gezet, dus we zijn niet van plan onze huidige surveillance-structuur te veranderen.”

Japan vreest dat Trump cruciale elementen van de Amerikaanse veiligheidsstrategie in de regio ontmantelt, waardoor Japan nog kwetsbaarder wordt voor Noord-Koreaanse korte- en middellangeafstandsraketten.

Anders dan Sato en Onodera was premier Shinzo Abe opvallend voorzichtig in zijn eerste reactie: „We zien dit als een eerste stap naar een alomvattende oplossing.” Daar leek hij een reden voor te hebben. Donderdag werd bekend dat Japan een top voorbereidt tussen Abe en Kim, die in september in Rusland zou moeten plaatsvinden. Zaterdag zei Abe in een tv-interview dat het een goed idee is om een internationale organisatie op te richten die de volledige denuclearisatie van Noord-Korea financiert.

Dat Abe een top wil met Kim is uitzonderlijk. De twee landen hebben geen diplomatieke betrekkingen en de laatste ontmoeting tussen Japanse en Noord-Koreaanse leiders was veertien jaar geleden, toen premier Junichiro Koizumi in Pyongyang gesprekken voerde met Kims vader Kim Jong-il.

Lees ook: Zuid-Korea krijgt van Trump stank voor dank

Volgens de Japanse politicoloog Koichi Nakano heeft Abe niet echt een keuze. „Er is een wezenlijk risico dat Japan achterblijft in de snelle ontwikkelingen in Oost-Azië en steeds verder geïsoleerd raakt. Japan is aanzienlijk verzwakt als een regionale macht.”

Een militair bondgenootschap tussen Zuid-Korea en Japan lijkt onwaarschijnlijk. Historische twistpunten, zoals Koreaanse troostmeisjes die in de Tweede Wereldoorlog misbruikt zijn door het Japanse leger, deden een eerdere toenaderingspoging mislukken. Bovendien heeft Zuid-Korea volgens Nakano „geleerd om de banden met China en Noord-Korea te versterken”.

De grootste hindernis voor betere banden tussen Noord-Korea en Japan zijn de Japanners die Noord-Korea in de jaren zeventig en tachtig heeft ontvoerd. Officieel zouden er zeventien Japanners zijn ontvoerd, maar er zijn mogelijk honderden slachtoffers. In 2002 keerden er vijf terug naar Japan. Pyongyang beweert dat acht van de ontvoerden zijn gestorven en dat de vier anderen nooit het land zijn binnengekomen. Japan accepteert deze uitleg niet en heeft gezworen de banden niet te normaliseren voordat dit probleem is opgelost.

Het werd in Tokio als hoopvol ervaren dat Kim in zijn gesprek met Trump niet herhaalde dat het ontvoeringsprobleem de wereld uit was. Die hoop werd de grond in geslagen toen vrijdag door een Noord-Koreaanse staatszender werd gesteld dat de kwestie wel degelijk was „opgelost”.

    • Kjeld Duits