Recensie

Als filmpianist gunt George Benjamin de dood de laagste akkoorden

In het kader van het Holland Festival beleidde ‘componist in focus’ George Benjamin live een vertoning van Fritz Langs filmklassieker ‘Der müde Tod’. Hij deed dat adequaat, maar had meer mogen uitpakken.

Still uit Der müde Tod van Fritz Lang (1921)

Film en (klassieke) muziek hebben een vruchtbare relatie. Menigeen ziet beelden bij het horen van muziek en orkestrale filmmuziek stoelt op het idioom van componisten uit de laat-romantiek en de door Wagner geïntroduceerde techniek van leidmotieven.

Precies 110 jaar geleden componeerde Saint-Saëns de allereerste filmscore, het begin van een traditie van klassieke componisten die incidenteel filmmuziek schreven: Vaughan Williams, Copland, Honegger deden het allemaal. Toen films nog ‘zwijgend’ waren, tot eind jaren twintig van de vorige eeuw, werden deze live begeleid door pianisten of een klein orkest.

De Brit George Benjamin, dit jaar ‘componist in focus’ op het Holland Festival, begeleidde al als student zwijgende films. Dit weekend deed hij het eenmalig weer, in de magnifieke setting van het Amsterdamse filmpaleis Tuschinski. Aldoende trad Benjamin in de voetsporen van componist Sjostakovitsj, die in zijn beginjaren ook zijn brood verdiende als bioscooppianist en daarna nog vele filmscores componeerde.

Dood en liefde

Benjamin begeleidde de Duitse expressionistische film Der müde Tod (Fritz Lang, 1921). Deze werd in 2016 gerestaureerd, waarbij het oorspronkelijke kleurgebruik (‘tinting en toning’) in ere werd hersteld: zo baden nachtscènes in een blauwe tint en kleurt het beeld rood bij vuur. Der müde Tod betekende de internationale doorbraak van Lang, die in 1927 de SF-klassieker Metropolis maakte en in 1933 naar Hollywood ging, op de vlucht voor de nazi’s.

In Der müde Tod wil een jonge vrouw (Lil Dagover) haar gestorven verloofde terughalen uit de dood. Zij neemt gif in, ontmoet De Dood en smeekt hem haar vriend weer tot leven te wekken. Hij gaat akkoord, mits zij de dood van drie anderen weet te voorkomen. Lang situeert haar kleurrijke avonturen die moeten aantonen dat ‘liefde sterker is dan de dood’ op exotische locaties: Arabië, Venetië en China.

Adequaat minimalisme

Voor elke episode bedacht Benjamin een eigen stijl, al was zijn gehele spel te kenmerken als quasi-modernistisch – alsof hij in 1921 speelde. Bij de raamvertelling waren zijn noten nog spaarzaam. Als een volleerd bioscoop-pianist paste hij daarna zijn spel aan bij dat wat er op het witte doek te zien was: een hint Liszt in Venetië (à la Liszts Pelgrimsjaren: Italië), pentatone toonladders voor de scènes in China. Voor de figuur van De Dood reserveerde hij de lage tonen, terwijl een fraai opgaande notenreeks de vrouw begeleidde die een lange trap oploopt, richting De Dood – één van de mooiste scènes.

Toch was Benjamins spel uiteindelijk te minimalistisch, met weinig kleuring. Iets meer uitpakken was welkom geweest, de film vraagt erom. ‘Adequaat’ vond iemand na afloop, wat Benjamins optreden uitstekend samenvat.

    • André Waardenburg