Recensie

Zalig eten, niet hip: als een kind zo blij dat dit nog bestaat

Journalist en recensent Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.

In de mallemolen van het culinaire leven, waarin steeds weer nieuwe restaurants met nieuwe concepten tot leven komen, hadden we behoefte aan iets vertrouwds, iets duurzaams, iets dat er al lang is en blijft. En zo kwamen we terecht bij een allercharmantst restaurantje in het centrum van Amsterdam: La Cacerola. Het kan zich met recht een golden oldie noemen: in 1958 opende het toen nog Spaanse restaurant voor het eerst zijn deuren. Vijfenveertig jaar lang zwaaide Amy de scepter; ze is inmiddels ruim boven de 80, maar woont nog naast de zaak. Ergens vaag in onze herinnering hield zich het beeld van een romantisch, artistiek café schuil en nu we er na jaren terugkwamen, zag het er nog steeds zo uit. Een stoer betegelde vloer, veel donker hout, de originele houten tafels doen nog dienst en vanaf de muur kijkt een toreador toe. We zijn als een kind zo blij dat dit nog bestaat en voelen ons meteen thuis.

Dat komt ook door de vriendelijke en kundige gastvrouw, de vriendin van de patron-cuisinier, die de zaak vijf jaar geleden overnam. Ze gidst ons kundig door de menukaart, geeft goed wijnadvies en zorgt dat de sfeer persoonlijk is. Toen ze begonnen, vertelt ze, was La Cacerola nog puur Zuid-Amerikaans met een tikkie Spaans, maar inmiddels zijn ze teruggekomen van zoveel vlees op de barbecue en is het rundvlees zelfs helemaal in de ban gedaan. Er wordt meer met groenten gekookt, met vis en het vlees is vooral wild, met hier en daar een beetje varken en gevogelte.

Qua ecologische voetafdruk zit het dus wel snor, qua dierenleed komt er toch pontificaal foie gras voor in ons verrassingsmenu; we zijn te laf (en te dol op foie gras) om het terug te sturen. Het is het enige waar we onze wenkbrauwen van optrekken, want verder bezorgt La Cacerola ons een gouden avond; alles valt op z’n plek!

We kiezen het viergangenmenu van de chef (39,50), maar dan wel met de opdracht ons allebei andere gerechten voor te schotelen. De chef imponeert meteen met een riante amuse van verse artisjok, tuinbonen en doperwten met een dunne, lichtzure mayonaise; het komt samen met flinterdun getoast brood met makreelsalade en goede olijfolie.

Vervolgens krijgt de één vier geschroeide St. Jacobschelpen in beurre blanc en geroosterde prei met een plakje mooi uitgebakken – dus niet te harde – coppa van wildzwijn. Voor de ander is er rode biet met ingelegde komkommer met mierikswortelmayonaise, dille en oestercrème, een zalig en uitgebalanceerd gerecht.

Vervolgens komt dus die foie gras, warm geserveerd als een crème brûlée inclusief hard laagje met wat steranijs, een brioche en rabarber met vanille… wat een verleidelijke zondeval! De ander krijgt een Braziliaanse klassieker van La Cacerola’s kaart: escondidinho. Het is pompoenpuree, bijzonder pittig trouwens, waarin stoofvlees van ree verstopt zit en dat afgedekt is met mascarpone en parmezaan.

Het hoofdgerecht is voor de één lamsvlees van de barbecue, gemarineerd in yoghurt met tandoorikruiden en -jus, met romige aardappel-dragonsalade. De ander ontfermt zich over een bescheiden rode mul, gewoon gebakken, met wat zure caponata en een tomatentapenade – een eenvoudig maar bevredigend bordje eten.

We sluiten af met een moelleux van chocola en rauwmelkse kazen – beide uitstekend – en drinken er een glas Macvin (7,-), onvergist druivensap versterkt met marc uit de Jura bij. Wat ons brengt op de wijnkaart: klein en eigenzinnig. Zo komt er een ‘halve’ fles (50 cl) kruidige, smakelijke Bierzo uit Spanje op tafel (Dominio de Tares, 33,-) en zijn we ook te spreken over ons aperitief, een frisse Sylvaner (6,50). Er is ook nog een lief wijnschriftje met speciale wijnen, maar dan moeten we dieper in de buidel tasten dan ons budget toestaat.

Met enige aarzeling geven we dit adres prijs. We gunnen de uitbaters meer gasten, het zou oneerlijk zijn deze vondst voor onszelf te houden. Maar stiekem hopen we dat alles zo blijft als het nu is.

    • Petra Possel