Rusteloos

De stad uit (slot)

Veel Amsterdammers denken er stiekem weleens over na: de stad uit, weg van de drukte. Journalist en radiomaker Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een klein dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

Ben je de plek waar je woont? Die vraag stel ik mezelf wel eens.

Mensen die op één plek zijn geboren en altijd op die plek hebben geleefd, ontlenen hun identiteit aan die plek. Zij zijn die plek.

In mijn dorpje zijn er veel mensen die er altijd, hun leven lang wonen. Of soms wonen ze even ergens anders of zijn ze elders begonnen, maar dan toch heel lang in mijn dorpje. Als ze op een andere plek moeten zijn, voelen ze zich ontheemd, losgezongen van hun plek, losgezongen van wie ze zijn. Ik ben voor hun een passant, een vreemde vogel die nog niet zo lang geleden neerstreek en misschien wel blijft ook. Misschien wel, omdat vreemde vogels soms trekvogels zijn en wel eens van domicilie willen veranderen. Voor de zekerheid gaan ze er vanuit dat ik vertrek, dan kan het altijd meevallen.

Maar ik wil niet vertrekken.

Laatst las ik een wetenschappelijk onderzoek, waaruit bleek dat stadsmensen en dorpsmensen aantoonbaar verschillen. Dorpsmensen gedijen goed in een omgeving waar rust is, de natuur maakt gelukkig, terwijl stadsmensen juist enorm opleven bij de chaos en het rumoer van de stad. Het heeft te maken met de mogelijkheid van de mens tot herstel van de zelfcontrole, controle die onder druk kan komen te staan in stress-situaties. De stadsmens is geëquipeerd om snel te herstellen, de dorpsmens heeft daar langer voor nodig. Het is dus niet per se verstandig om in een dorp te gaan wonen om het geluk te hervinden. Geluk heeft te maken met hervonden zelfcontrole en die kan een opdonder hebben gekregen.

Toen ik dat las, viel het kwartje.

Mijn man ging dood en het lukte me niet om mezelf in die prikkelrijke stad waar ik leefde, terug te vinden.

Het dorp gaf mij mezelf terug.

Ik herstelde.

Ik werd geen dorpsmens, maar ik herstelde.

Laatst heb ik gedaan wat ik lang niet durfde.

De nieuwe man gevraagd of hij wil.

Met mij. In mijn huisje. Op mijn platteland.

„Zou je je kunnen voorstellen”, vroeg ik met een voorzichtigheid die mij eigenlijk vreemd is, „zou je je een béétje kunnen voorstellen dat je hier met mij, bij mij in mijn huisje zou komen wonen. De stad uit?”

Ik durfde het antwoord niet af te wachten en liep naar de keuken om een glas wijn in te schenken.

Toen ik terugkwam zag ik een grijns die langzaam breder werd.

Zijn donkere ogen gingen glanzen, om zijn mond zag ik de trekken die ik zo goed ken. Geamuseerd, licht spottend.

Wat denk je?, vroeg hij.

Dit was de laatste aflevering van De stad uit. Uitgeverij Podium publiceert volgend jaar de gelijknamige verhalenbundel.