Radicale markten als oplossing voor álles

Radical Markets

Rijkdom kan eerlijker verdeeld worden als vrije markten nóg vrijer worden, is een van de gewaagde stellingen in het spraakmakende Radical Markets. We moeten dan alleen wel af van het concept van privébezit, volgens de auteurs.

De ongelijkheid in het Westen neemt toe en het populisme is doorgedrongen tot de wereldmacht. Het liberalisme heeft zijn beste tijd gehad, zou een conclusie kunnen zijn. Of heeft het misschien nooit een echte kans gekregen, zoals de schrijvers van Radical Markets stellen.

Glen Weyl, econoom bij Microsoft, en hoogleraar rechten Eric Posner (Chicago Law School) willen markten nog vrijer maken. Die zouden dan juist beter functioneren voor de gehele samenleving, in plaats van voor een kleine groep kapitaalkrachtigen, zoals nu in toenemende mate het geval is. Markten zijn en blijven volgens Weyl en Posner de beste manier voor het afstemmen van vraag en aanbod. Maar er gaat in het huidige systeem iets flink mis, iets wat de balans verstoort. Het probleem, onderbouwen ze op elegante wijze, zit hem in privébezit. Dat zorgt overal in de economie voor monopolieproblemen.

Neem zoiets als de markt voor appartementen. Je zou kunnen zeggen dat in Amsterdam of Rotterdam sprake is van een goed concurrerende markt van een paar duizend appartementen die te koop staan, met allerlei verschillende kopers en verkopers. Maar de woningen hebben stuk voor stuk andere kenmerken: oppervlakte, buurt, nabijheid van openbaar vervoer en winkels, bouwjaar, energielabel, enzovoorts. Voor kopers met specifieke wensen valt weinig te kiezen. Verkopers concurreren niet echt met elkaar waardoor hier eigenlijk geen sprake is van een goed functionerende, vrije markt.

Dat geldt voor meer zaken. De perfect concurrerende markteconomie bestaat alleen in theorie en wordt in de praktijk gehinderd door monopolies en de gevolgen van hun marktmacht, zoals inefficiëntie. Posner en Weyl schatten dat de verkeerde verdeling van middelen als gevolg van monopolieproblemen de economische groei met vele miljarden per jaar drukt. Het gaat ze niet alleen om de macht van bijvoorbeeld grote techbedrijven. We moeten af van alle minimonopolies.

Lees ook: Internet blijkt een monopoliemachine

Gebruik in plaats van bezit

Hun alternatief: de economie gebaseerd op privé-eigendom moet op de schop. In plaats van het bezit, moet het gebruik van zaken gestimuleerd worden. Dat willen ze bereiken in een systeem van gemeenschappelijk eigendom, waarin het gebruik van alles altijd ‘te koop’ staat. Niet zoals we nu over (ver)kopen denken, met redelijk vaste prijskaartjes, maar eerder zoals dat gaat op een veiling: iedereen kan bieden en de hoogste bieder wint. Je huis, auto, puntenslijper – alles zou constant in de etalage staan.

Cruciaal is dat de prijs van spullen gebaseerd wordt op waardebepaling door de ‘eigenaar’. Die bepaalt zelf wat iets waard is om te blijven gebruiken. Degene die bereid is het meeste te betalen, wint. Dat is alvast een praktisch bezwaar: vermoedelijk is het een behoorlijke klus om telkens de waarde voor alles te bepalen en registreren.

De waardebepaling ligt ook aan de basis van een nieuwe vorm van vermogensbelasting. Hoe meer iets voor iemand waard is, hoe meer belasting die persoon erover betaalt. Iets een lagere waarde geven in een poging er minder belasting over te betalen, zou afgestraft worden met het risico iets kwijt te raken dat voor jou veel meer waard was geweest. De gedachte is dat de meest vermogenden, die meer te besteden hebben en duurdere spullen kunnen kopen, via deze belastingen meer afdragen aan de samenleving.

Een vastgoedinvesteerder die Amsterdamse appartementen opkoopt en leeg laat staan, zou telkens een hoger bod moeten doen om het te mogen blijven gebruiken voor leegstand en daar ook meer belasting over betalen.

Eén van de, overtuigende, ambities van Radical Markets is om voorbij te gaan aan de traditionele links-rechts-tegenstellingen die de loop van de twintigste eeuw hebben bepaald.

Maar de voorstellen zijn evengoed nogal ontwrichtend en lenen zich niet zomaar voor invoering. Ze staan wel erg ver af van hoe we nu leven en gaan voorbij aan enkele fundamentele vragen. Worden individuele rechten niet te veel geofferd voor het collectief? Hoe zit het met zoiets basaals als de bestaanszekerheid van mensen, als je altijd alles kunt kwijtraken? Zelfs al stelt Radical Markets een redelijke termijn voor waarop je je huis moet verlaten, dan nog voorkom je niet dat met het opheffen van privébezit wordt getornd aan een cruciaal beginsel.

En passant pleiten ze ook nog voor de oprichting van ‘datavakbonden’ voor gebruikers van techbedrijven als Google en Facebook. Zo komen er voor allerhande grote uitdagingen van deze tijd goed onderbouwde, outside the box-oplossingen voorbij. Dat maakt het een verfrissend en wervelend boek voor lezers met interesse in radicale nieuwe oplossingsrichtingen. Of het de critici van doorgeschoten marktdenken en ‘economisme’ kan overtuigen, is – gezien het pleidooi voor juist nóg radicalere markten – de vraag.

    • Laura Klompenhouwer