Lakstift, superlijm en áltijd touwtjes

Spullen Een korte serie van Warna Oosterbaan over rommelbakjes. Deel 4: het bakje van Ivo is het bakje van een man in de fietsbranche.

Batterijen, een inbussleutel en muntjes ter waarde van 1,50 euro zwerven in Ivo’s bakje Foto Warna Oosterbaan

Boven in het bakje van Ivo ligt een soort viltstift. „Een zwarte lakstift, voor de fiets”, zegt hij. „Om kale plekjes bij te werken. Daar stip ik ook andere dingen mee aan, race-autootjes bijvoorbeeld. Onderhoud is behoud.”

Ivo Ruijs (44) is fietsenmaker. Eigenlijk goudsmid, maar door allerlei omstandigheden is hij in de fietsenbranche terechtgekomen en dat is in zijn bakje terug te vinden.

Ivo haalt de spullen er een voor een uit. Batterijen. „Geen flauw idee of ze het nog doen.” Een fietslampje. Hij knipt het aan. „Doet het nog.”

Het bakje is een aluminium schaaltje, dat voor zover Ivo weet nooit een ander doel heeft gediend dan het huidige: verzamelplaats voor dingen die geen duidelijke bestemming hebben. „Ik zou niet weten waar je het anders voor moet gebruiken. Het is een bakje-bakje.”

En een levend bakje, de meeste voorwerpen erin worden gebruikt. Zoals een paar touwtjes. „Zijn enorm handig. Dit is geloof ik een schoenveter van mijn schoonmoeder. Moet je altijd meenemen als je op reis gaat. Een creditkaart. Ondergoed, toiletspullen. En een touwtje.”

Een uitklapbare loep, fietsventielen, afstandsbusjes, een rond metalen plaatje waarin de hoofdletter R is geslagen. „Weet echt niet wat dat is. Kan eigenlijk wel weg.”

Een paar knopen. „Je zult er maar eens een nodig hebben.” Houtschroeven. Een half uitgeknepen tubetje Pattex superlijm. „Daar is dat bakje ook wel handig voor. Als je een kind van drie over de vloer hebt, mag dat niet voor het grijpen liggen.” Munten, sleuteltjes waarmee je een kinderzitje op de fiets op slot zet, een pinnetje voor een Lundiakast.

Bij een sleutelring met twee sleuteltjes aarzelt Ivo even. „Dat zijn de sleutels van mijn motor. Die staat al een jaar buiten, bij mijn vorige adres.” Hij kreunt. „Hij staat daar te verroesten, is schroot aan het worden.”

Als alles uit het bakje is gehaald, gaan er een paar dingen niet meer terug. Een ventieldopje gooit Ivo in de vuilnisbak. „Pfft, wat moet ik daarmee.” En een plastic muntje dat in een supermarktkarretje past. „Die gooi ik ook weg, ik heb er al een in mijn portemonnee.” Een inbussleuteltje gaat in de gereedschapskist. De knopen worden opzij gelegd en verhuizen naar een naaidoos. Een paar munstukken ter waarde van 1,50 euro gaan in de huishoudpot.

    • Warna Oosterbaan