Recensie

Groei en drukte zoals Eberhard het zag

Expositie

Zondag opent in het Amsterdam Museum een expositie over Amsterdam, samengesteld door wijlen burgemeester Van der Laan. Leuk, maar er mist een lijn.

Van linksboven met de klok mee: Allegorie op de uitbreiding van Amsterdam (ca. 1663), Nicolaes Pietersz Berchem; Blowverbodsbord (2006), Hans Bos; Plattegrond van Amsterdam met ontwerp voor de Vierde Uitleg (ca. 1662), Daniël Stalpaert; Canal Parade, (2014), foto Bram Belloni; De eerste file (1926), Internationaal Persfoto Bureau N.V.;

Waar zouden ze nu zijn? De twee kinderen, op de rug gefotografeerd, lopen hand in hand door een desolaat Amsterdam-West, het is 1950. Rechts een net opgeleverd huizenblok, de steigers staan er nog voor, links een verlaten vlakte met elektriciteitspalen. Anno 2018 zijn er ruwweg twee scenario’s: of ze zijn allang uit de hoofdstad vertrokken door de onbetaalbare huizenmarkt, óf ze wonen hier nog steeds, inmiddels zestigers die zich kapot ergeren aan een stad die almaar drukker wordt.

De foto, gemaakt door Dolf Kruger, is een van de tachtig objecten die burgemeester Van der Laan eigenhandig koos uit de collectie van het Amsterdam Museum en het Stadsarchief. Deze foto’s, schilderijen en voorwerpen moeten samen een verhaal vertellen over hoe de stad in het verleden omging met groeispurten en economische bloei.

De Amsterdam Galerij is voor de gelegenheid omgetoverd tot een soort bouwzone, met overal steigers en bouwhout, een ontwerp van bureau Kossmann.dejong. In de lucht hangen kaarten van de stad met de belangrijkste uitbreidingen in het verleden. Tegen de wanden the usual suspects als het gaat om de stedenbouwkundige geschiedenis van Mokum: de Bijlmer, de uitbreiding van de grachtengordel, stadsbestuurders als Monne de Miranda en Floor Wibaut.

Zeven thema’s komen langs: van diversiteit tot economie. Daartussen staan ook kleine, verrassende objecten met funfacts over de stad. Wie wist bijvoorbeeld dat er bijna 250 jaar een historisch pretpark zat op de Prinsengracht 338? En dat het massatoerisme in 1883 begon, met de Wereldtentoonstelling op het Museumplein?

De ideeën over wonen en drukte van Van der Laan klinken door de expositie heen. Soms subtiel, bijvoorbeeld door de keuze voor een portret van PvdA-politicus Jan-‘in gelul kun je niet wonen’-Schaefer. Soms minder subtiel, met zaalteksten als: ‘we moeten de lucht in’ over wonen. In deze teksten gaat het soms mis: uitspraken als ‘we moeten de stad leefbaar en bereikbaar houden’ klinken hol en ambtelijk wollig. Verder lijkt Van der Laan de drukte van nu te willen relativeren door te laten zien dat het wel eens erger is geweest. Zo had Amsterdam in 1959 872.000 inwoners (tegen 853.000 in 2017). En sliepen arbeidersgezinnen in De Pijp of de Jordaan van vroeger soms wel met zijn tienen in een vochtig keldertje.

Met maar liefst zeven thema’s is de keuze voor een associatieve opstelling begrijpelijk. Maar zo een expositie is alleen geslaagd als die de bezoeker één lijn laat ontdekken. Een foto van een slavernij-gedenksteen boven een foto van een huizenmarktprotest uit de jaren zeventig. Ja, het valt allebei binnen het thema ‘vrijheid’. Maar verder?

De toch al vrij smalle passage voelt al snel wel érg nauw. Less is more was in dit geval beter geweest: het uitlichten van één, hooguit twee onderwerpen. Als bezoeker word je overrompeld door een stortvloed aan grote gebeurtenissen en ontwikkelingen zonder duidelijke focus. An sich zijn die objecten heel interessant, maar je kunt een gerecht ook verpesten door te veel lekkere ingrediënten te mixen. Het is niet alleen de stad die te druk is, maar ook deze expositie.

    • Jonas Kooyman