Goed bereide klassiekers in de huiskamer van Rotterdam

Rotterdam, juni 2018Restaurant Kaat MosselFoto: Walter Herfst Walter Herfst

Wat is, op een vóórzomerse avond, fijner dan op een terras bij het water te zitten, een fles wijn in de koeler, een maaltijd in het vooruitzicht? Een rondje zwemmen ín het water, ja, wellicht — je hebt mensen die het prettig vinden om zich tussen de nijlganzen, eenden en meeuwen te begeven, hoewel niet veel. Aanzienlijk minder dan er mensen zijn die genoeg hebben aan het terras.

Het terras in kwestie is dat van Kaat Mossel, een restaurant aan de Admiraliteitskade dat in de bijna 28 jaar van zijn bestaan is uitgegroeid tot een Rotterdams icoon. Het is het enige restaurant dat wij kennen met een fotogalerie van bekende bezoekers op zijn website: we herkennen Lee Towers, Bert van Marwijk, André van Duin en Ivo Opstelten die er deze avond echter geen van allen zijn.

Wel is het hier een komen en gaan, blijkt later als we met de mannen aan de belendende tafel in gesprek raken, van Rotterdamse ondernemers voor wie Kaat Mossel als huiskamer dient. De een doet in boten en schepen, de ander is schoonmaker (dat wil zeggen: algemeen directeur van een groep schoonmaakbedrijven), een derde is taxichauffeur (die zal dus een taxibedrijf hebben). Ze noemen elkaar om de haverklap ‘klootzak’, wat in het Rotterdamse taaleigen ongeveer betekent: ‘je bent mijn liefste vriend’.

Omdat ik niet specifiek voor het terras heb gereserveerd, is het bij aankomst nog maar de vraag of er buiten plaats voor ons is, maar na wat getuur op een bij de deur hangend schema kunnen we meelopen met de gerant. Ook met hem komen we later in gesprek. Hij komt oorspronkelijk uit Oostenrijk, kwam op vleugels van liefde naar Rotterdam en werkt al zeventien jaar bij Kaat Mossel. Te zijner ere bestellen we een schappelijk geprijsde fles grüner veltliner (22,95 euro).

De kaart lijkt uit louter klassieke gerechten te bestaan, zoals steak tartaar, gestoofde rundersukade, gebakken en gekookte mosselen en zeetong. Er is ook voorzien in oesters uit Zeeland en Normandië, scampi en kreeft. We kiezen de steak tartaar en de krabkoekjes als voorgerecht (beide 12,95 euro) en bestellen bij de hoofdgerechten tongschar (21,95 euro) en sliptongen (22,95 euro, hier, op zijn Rotterdams, gespeld met een ‘b’) extra de halve portie asperges (10,95 euro) omdat het seizoen er alweer bijna op zit. Intussen lezen we op de placemat het verhaal van de historische Kaat Mossel, een Rotterdamse visvrouw die in 1785 voor tien jaar het cachot in moest omdat ze het had gewaagd ‘Oranje boven’ te zingen. Het restaurant dat haar naam draagt werd door de huidige chef Ron Hirt overgenomen van oprichter Joop Zijlaard.

De structuur van de steak tartaar is prima, oordeelt mijn tafelgezelschap, maar het vlees is al te veel op smaak gebracht met kappertjes, worcestersaus, olijfolie en mosterd, terwijl het ei — dat eigenlijk rauw moet zijn — er als spiegeleitje bovenop ligt. De crabkoekjes, drie stuks, gaan gepaard met zo’n moderne veeg limoenmayonaise op het bord.

De ober vraagt of we even willen pauzeren voordat hij de hoofdgerechten brengt. Dat betekent dat het bedrijfsplan er niet per se op is gericht om de tafels zo vaak mogelijk te verkopen. In populaire restaurants heb je wel eens het idee dat je op de schopstoel zit, hier niet.

De tongschar en de sliptongetjes, ook weer drie, waren perfect, met een mooi krokant korstje en zacht visvlees, niet droog gebakken zoals je wel eens treft. De tongschar was bovendien versierd met garnalen en zeekraal. De asperges waren ook helemaal goed: lekker knapperig.

Van de nagerechten was de tiramisu versterkt met chocoladesaus en gezouten karamelsaus, iets overdone, zou ik zeggen. Alles bij elkaar geen innoverende keuken, maar met goed bereide klassiekers heb je bij Kaat Mossel zomaar een topavond.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.
    • Frank van Dijl