Zo proberen gemeenten armoede tegen te gaan

Het bestrijden van armoede is vooral een taak van de gemeente. Zij hebben allemaal een andere methode: van het helpen van kinderen tot het op tijd signaleren van stress.

Badslippers van een dakloze staan te drogen onder de verwarming in de tijdelijke nachtopvang in Den Haag. Foto ANP / Roos Koole

Elke Nederlandse gemeente heeft een eigen aanpak om armoede tegen te gaan. Of hun maatregelen werken, is niet bekend.

Armoede tegengaan gebeurt in Nederland op 380 verschillende manieren. Gemeenten, die verantwoordelijk zijn, hebben elk hun eigen aanpak. Toch zijn er overeenkomsten te ontdekken in hun strategie.

  1. Kosten verminderen

    Stel: je hebt nog 100 euro over voor de rest van de maand en je wasmachine gaat kapot. In dat soort situaties kan de gemeente ‘bijzondere bijstand’ bieden, een vergoeding van urgente onbetaalbare kosten. Alle gemeenten doen dit, maar de een is ruimhartiger dan de ander.

    Ook bij het beperken van de maandelijkse premie voor de zorgverzekering kunnen de meeste gemeenten helpen. Zij regelen ‘collectiviteitskorting’ voor mensen met lage inkomens. Sommige gemeenten doen meer. Nijmegen biedt een zorgverzekering aan zonder het verplichte eigen risico van 385 euro. Dat is duur, maar de gemeente betaalt mee.

    Een paar gemeenten helpen de energielasten te verlagen. Arnhem, Rotterdam en Haarlemmermeer werken samen met ‘De Energiebank’. Vrijwilligers komen dan langs om het huis te verduurzamen met gedoneerde tochtstrips, radiatorfolie en LED-lampen.

    Sociale huurwoningen in de regio Drechtsteden moeten structureel duurzamer worden, vindt de Dordtse wethouder Peter Heijkoop (CDA). „De energielasten zijn vaak echt heel hoog.” Hij wil daarover afspraken maken met woningcorporaties.

  2. Participatie bevorderen

    Wie geen geld heeft, moet niet buiten de samenleving komen te staan, vinden veel gemeenten. Via een ‘meedoe-regeling’ wordt een bepaald bedrag per jaar vergoed voor een cursus, sport of culturele activiteiten. Andere gemeenten hebben een kortingspas (Gelrepas, U-pas, Ooievaarspas) voor wie onder een bepaalde inkomensgrens valt.

  3. Kinderen helpen

    Kinderen die opgroeien in armoede, hebben een groter risico om later zelf ook in armoede te leven. Gemeenten krijgen geld van de overheid dat ze speciaal aan kinderen moeten besteden. Ook allerlei stichtingen en fondsen richten zich op kinderarmoede en helpen de gemeenten.

    Vaak is er financiële hulp voor de ouderbijdrage van school. Maar bijvoorbeeld ook voor zwemles of een tweedehands fiets.

    In de Twentse gemeenten Tubbergen en Dinkelland kunnen ouders zelfs een ‘verjaardagsbox’ vragen voor hun kind, met lekkernijen, slingers en ballonnen. En er wordt een verse taart gebracht.

    Voor sommige mensen is de verjaardagsbox de eerste armoederegeling die ze aanvragen, zegt armoedecoördinator Mariska Jogems. „Er is hier veel schaamtegevoel. Maar de verjaardag van je kind is zo belangrijk dat mensen dat gevoel opzij zetten en een aanvraag doen.” Jogems bezoekt die aanvragers thuis om hen te wijzen op andere gemeentelijke hulp. „Ik heb vier à vijf huisbezoeken per week.”

  4. Gezondheid bevorderen

    In arme gezinnen is vaak minder geld voor gezond eten. En de stress van financiële problemen kost veel energie, waardoor er soms weinig energie overblijft voor het klaarmaken van een gezonde maaltijd.

    Gemeenten vinden het daarom steeds belangrijker om armoede- en gezondheidsproblemen in samenhang tegen te gaan. Door bijvoorbeeld te laten zien hoe je goedkoop én gezond eten kunt klaarmaken. „We willen dat mensen er weer zin in krijgen om gezond eten te maken voor hun kind”, zegt Jogems van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland.

  5. Bekijk ook onze video: Hoe voelt het om arm te zijn in Nederland?
  6. Stress verminderen

    Wie door geldproblemen ‘chronische stress’ heeft, leeft van dag tot dag en handelt impulsiever, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Rond die conclusie is een effectieve manier van armoedebestrijding ontwikkeld, die nu ook in een paar Nederlandse gemeenten getest wordt: Mobility Mentoring.

    Nadja Jungmann, lector schulden en incasso aan de Hogeschool Utrecht, volgt de gemeenten die ermee werken. Het belangrijkste in die aanpak: gemeenten moeten ál hun contacten met de burger kritisch evalueren. Jungmann: „Als iemand een keer niet komt opdagen bij een afspraak en je gaat meteen dreigen dat je er dan mee stopt, dan voeg je stress toe.” Wat wel werkt: een dag voor de afspraak een sms’je sturen ter herinnering aan de cursus. „Als mensen niet aanwezig zijn, komt dat soms door een overlopend hoofd.”

    In Alphen aan den Rijn wordt zelfs geëxperimenteerd met een financiële beloning voor goed gedrag. Bijvoorbeeld: als iemand zich moet inschrijven bij Woningnet (eenmalige kosten: 10 euro), krijgt die als beloning een bon van 20 euro die in te wisselen is bij een aantal supermarkten en kledingwinkels. Jungmann: „Je creëert op korte termijn urgentie om iets te doen dat je op lange termijn verder helpt. En het inschrijfgeld, dat tot uitstelgedrag leidt, wordt ruim gecompenseerd.”

    Raken mensen niet afhankelijk van die financiële beloningen? In de VS niet, zegt Jungmann. Door de beloningen kwamen ze uit de problemen en zakte de stress weg. Ze konden weer op eigen kracht langetermijnplannen maken.

  7. ‘Werkende armen’ ontdekken

    Werkloze bijstandsontvangers zijn bij de gemeente bekend – die verstrekt immers de uitkering. Maar hoe vind je de ‘werkende armen’? Zij maken zo’n 40 procent uit van alle armen, volgens cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

    Tilburg heeft een afspraak gemaakt met de rechtbank. Mensen die daar een bewindvoerder aanvragen – die verantwoordelijk wordt voor hun inkomsten en uitgaven – krijgen éérst een gesprek met een gemeentelijke hulpverlener, om te zoeken naar een minder ingrijpende oplossing. „Soms kan iemand ook een schuldenmaatje krijgen bijvoorbeeld”, zegt wethouder Hans Kokke (SP).

    Het Twentse Tubbergen en Dinkelland heeft een manier gevonden om op het erf te komen van boeren, die soms een erg wisselend inkomen hebben. Zij melden zich niet snel voor gemeentelijke regelingen, zegt armoedecoördinator Mariska Jogems. „Ze hebben hun trots. Ze denken: generatie op generatie is het goed gegaan en dan zou ik de eerste zijn die het niet redt?” Nu heeft de gemeente ‘erfcoaches’. Het woord ‘armoede’ valt niet. Jogems: „Ze kijken mee op het erf en adviseren over investeringen.” Maar als het nodig is, verwijzen ze naar gemeentelijke regelingen.

  8. Schulden voorkomen

    Veel mensen komen in de schulden terecht na een ingrijpende levensgebeurtenis, zoals een echtscheiding of baanverlies. Daarom proberen sommige gemeenten hun inwoners rond die momenten extra duidelijk uit te leggen wat dit betekent voor hun financiën. Ook willen zij meer persoonlijke hulp aanbieden.

    Ook in opkomst: zo snel mogelijk aanbellen bij inwoners die nog maar net een betalingsachterstand hebben. Gemeenten werken samen met woningcorporaties, energiemaatschappijen en zorgverzekeraars. Die geven een seintje als iemand niet betaald heeft, waarna een hulpverlener aanbelt. „Mensen die zich zélf melden voor schuldhulpverlening hebben gemiddeld meer dan 40.000 euro schuld”, zegt Jan Marten de Hoop, ambtenaar van de gemeente Nijmegen. „Dan is het al flink uit de hand gelopen.”

  9. Geldstromen versimpelen

    Tussen de vele toeslagen, armoederegelingen en fiscale aftrekposten raak je al snel het overzicht kwijt. Op allerlei plaatsen zijn daarom ‘formulierenbrigades’. Vrijwilligers helpen met de aanvragen en belastingaangiftes en geven financieel advies.

    In de gemeente Utrecht begint binnenkort een experiment dat nog verder gaat. Van proefpersonen worden allerlei maandelijks terugkerende vaste lasten en inkomsten met elkaar verrekend. Het overgebleven ‘leefgeld’ krijgt diegene op zijn rekening. Via een app is te zien welke transacties daaronder liggen. Voor dit project, dat gebruik maakt van blockchaintechnologie, werkt de gemeente samen met uitkeringsinstanties, de Belastingdienst, woningcorporaties, energieleveranciers en een zorgverzekeraar.

    Vele betaalmomenten worden teruggebracht naar één. Het doel: meer overzicht, minder stress. En een kleinere kans op schulden.

Hoe voelt het om arm te zijn in Nederland? Bekijk onze video:

Werkt het ook?

De beste samenvatting van het Nederlandse armoedebeleid, volgens Roeland van Geuns, lector armoede-interventies aan de Hogeschool van Amsterdam? Pleisters plakken. Het fundamentele probleem ziet hij alleen maar groter worden. „De vaste lasten – huur, gas, water, licht, zorgverzekering – zijn de laatste jaren structureel gestegen. Het wettelijk minimumloon, de bijstandsnormen en toeslagen zijn daarbij achtergebleven.”

Daar komt het ingewikkelde stelsel van toeslagen en inkomensvoorzieningen nog bij – elk met eigen aanvraagprocedure en voorwaarden.

Wie een foutje heeft gemaakt moet soms na meer dan een jaar ineens honderden euro’s terugbetalen. Gemeenten en sociale diensten pleitten onlangs voor een veel simpeler stelsel.

Lees ook:“Wie in armoede leeft, heeft geen energie om verantwoorde keuzes te maken”

Hoe effectief zijn gemeenten in de aanpak van armoede en schulden? Dat weten we niet. „Gemeenten maken weinig budget vrij voor verantwoordingsonderzoek”, zegt Van Geuns. Ook op landelijk niveau is geen alomvattend overzicht van wat gemeenten doen.

Wat wel duidelijk is: de verschillen zijn groot. Sommige gemeenten maken er veel werk van, andere beperken zich vooral tot de verplichte regelingen. Daartussenin zitten, zoals Van Geuns het zegt, „alle grijstinten die je je kunt voorstellen”.

Ook de manier waarop regelingen worden aangeboden verschilt. De ene gemeente informeert burgers actief over de optie van kwijtschelding van gemeentelijke lasten. Andere gemeenten zetten een aanvraagformulier op de website – waarvoor je eerst moet inloggen met je DigID.

Het gevolg, volgens lector Nadja Jungmann: „Het is een soort loterij in Nederland. Het doet ertoe in welke gemeente je woont.”

    • Christiaan Pelgrim