Foto Annabel Oosteweeghel

Ze had haar manieën niet willen missen

Angelique Nossent (50), gebiedsontwerper bij de gemeente Rotterdam, is bipolair en had meerdere manische periodes. Opeens belandde ze in een instelling die ze zelf ontworpen had. „Ik ben er een betere ontwerper van geworden.”

De derde keer dat Angelique Nossent (50) manisch werd, kwam ze in het Delta Psychiatrisch Centrum in Portugaal terecht. Dat was voor haar een gekke plek; zij had jaren eerder het park van die instelling ontworpen. Ze liep rond tussen de planten en bomen die ze zelf een plek had gegeven. Ze vond dat ze het verkeerd had gedaan. Waarom was er geen pad naar de seringen aangelegd? Nu moest ze dwars door de blubber lopen om zich met de bloemen te verbinden.

Eenmaal uit de manie, gaf Nossent tips aan haar psychiater voor de inrichting van de isolatiecel en de huiskamer waar ze in opgesloten had gezeten. De hoeken bij de plafonds moesten rond worden, om te voorkomen dat patiënten de muren op zich af zien komen. En er moest uitzicht op buiten komen, het liefst op iets levends als een boom.

Al elf jaar (sinds die derde manie) maakte Nossent carrière als gebiedsontwerper bij de gemeente Rotterdam, waarvoor ze hele wijken, stationspleinen en parken rondom metrolijnen inrichtte. Maar nu waren de rollen plotseling omgedraaid. In plaats van de ontwerper was zij nu diegene voor wie de faciliteiten waren ontworpen. En wat ook veranderde: ze was ineens geen ‘normale’ werknemer meer, maar iemand met een bipolaire stoornis.

In haar paars-geel-groene huiskamer vertelt Nossent dat zij, naast haar stoornis, een intense vorm van synesthesie heeft. Ze ziet cijfers als kleuren – de vier ervaart ze bijvoorbeeld als groen. „Alles, alles, alles” wat ze ziet is omringd door kleur. De tafel, het theekopje, de interviewer, wijst ze. „De kleuren rond jouw hoofd zijn knalpaars en bewegen. Ik interpreteer die kleuren als energieën, waardoor ik de sfeer in een ruimte kan ‘lezen’ en zie hoe mensen zich voelen.”

Ik was zelfs een keer naar een kerk gegaan en ging op de grond liggen, zo van: Ik ben Jezus

Angelique Nossent

Als kind zag ze de kleuren al. Soms werd ze gepest door klasgenootjes, vertelt ze. „Niet omdat ik een verlegen meisje in een hoekje was, maar omdat ik vreemd werd gevonden. Als ik vertelde welke kleuren ik bij ze zag, werd ik uitgelachen.” Toen ze naar de middelbare school ging, besloot ze: nu ben ik oud en ga ik erbij horen. „Je wil geaccepteerd worden. Je wil leuk gevonden worden. Ik wist: dan moet je niet anders zijn. Vanaf toen heb ik bijna tien jaar lang genegeerd wat ik allemaal zag.”

Ze onderdrukte haar sensitieve kant en richtte zich vooral op fysieke activiteiten, zegt ze. Na de mavo stak ze haar handen in de aarde op de lagere en middelbare tuinbouwschool, en volgde daarna een hbo-opleiding tuin- en landschapsinrichting. Ook werd ze scheidsrechter bij de KNVB. „Ik ben pal tegenover De Kuip opgegroeid. Van jongs af aan ging ik naar thuiswedstrijden van Feyenoord en zat ik op voetbal. Toen ik op mijn eenentwintigste stopte met spelen omdat mijn meniscus scheurde, werd ik één van de twee vrouwelijke scheidsrechters in Noord- en Zuid-Holland. Die rol lag mij wel. Ik wist intuïtief waar de bal heen zou gaan en scheldwoorden voelde ik van tevoren aankomen.”

Vijf manieën in twaalf jaar tijd

Ze was 32 toen ze van haar dochter beviel en in een kraambedpsychose belandde. Haar filter voor prikkels was nooit heel kieskeurig geweest, maar nu was het alsof haar hersenpan zich volledig opende. Zintuigen vermengden zich als nooit tevoren. Wat ze ervoer is niet in woorden uit te leggen, zegt ze. „Alles was fluïde. Alles was één. Een bloem had een geur, een geluid, een vorm, een klimaat, een gevoel. Grenzen vielen weg. Angelique bestond ook niet meer. Er was alleen nog maar sfeer.”

In totaal kreeg ze daarna nog vijf manieën in twaalf jaar tijd. „Ik was zelfs een keer naar een kerk gegaan en ging op de grond liggen, zo van: Ik ben Jezus. Toen hebben ze me natuurlijk de kerk uitgezet.”

Op haar werk bleek het lastig om open te zijn over wat er met haar gebeurde, zegt ze. „Mensen denken: ‘Het is moeilijk, je moet er niet aankomen, niet over praten.’ Al is er wel tegen mij gezegd dat het management mij afraadde te solliciteren op een hoge functie vanwege mijn ziekte. Bizar. Ik had alleen tijdens een paar korte periodes in mijn leven hulp nodig.” Het label ‘bipolair’ is „ontzettend stigmatiserend” en geeft een verkeerde indruk van haar competenties, vindt ze: „Ik zie de manieën als uitingen van mijn sensitiviteit, een eigenschap waardoor ik ook hartstikke talentvol ben.”

Lees ook het interview met Esther Gerritsen: ‘Een manie is zo lekker. Je kan álles’

Sterker: ze denkt dat ze een betere ontwerper is geworden dankzij haar manische periodes. Ze werd erdoor wakker geschud, zegt ze. Nog nooit was ze zich er zo bewust van geweest dat ze kan zien hoe iets voelt. Waarom zou ze dat talent niet gebruiken om plekken te creëren die een prettige sfeer hebben? Niet langer wilde ze vanuit haar ratio werken en zich aan de heersende esthetische normen binnen haar vakgebied houden. Een mooi plaatje creëren is leuk, maar het is belangrijker dat mensen zich prettig voelen in hun leefomgeving, besloot ze. Iets wat ze zelf had ervaren toen ze noodgedwongen in haar eigen park had moeten vertoeven.

Ze bleef gebiedsontwerper voor de gemeente Rotterdam maar sloeg wel een nieuwe weg in. Voorheen was ze een van de uitdragers van de ‘Rotterdamse stijl’ waarmee het ontwerpteam eenheid en rust in de woonstraten wilde brengen, zegt ze. De granieten tegels, het straatmeubilair in drie tinten grijs: het is een kille en zakelijke stijl waar Rotterdammers zich niet aan kunnen hechten, vindt ze nu. Tegenwoordig is het haar missie om meer gezelligheid te creëren. Op dit moment leert ze, samen met een ‘tuincoach’, de bewoners van het stadsdeel IJsselmonde hoe ze hun eigen voortuin kunnen ontwerpen.

Zes jaar geleden haar laatste manie

Sinds 2012 noemt zij zichzelf ook een ‘sferoloog’. Ze organiseerde een sfeercongres in het Nederlands Architectuur Instituut, schreef drie boeken over sfeer en doet met haar eigen ontwerpbureau onderzoek naar de relatie tussen sfeer en ontwerp. Als ambassadeur voor Samen Sterk zonder Stigma probeert ze bij de gemeente Rotterdam een veilige werkomgeving te creëren waarin psychische kwetsbaarheden besproken kunnen worden.

Lees ook het artikel over de Duitse schrijver Thomas Melle: Radicale openheid over zijn eigen bipolaire stoornis

Het gaat nu „hartstikke goed” met haar, vindt Nossent. Ze heeft plezier in haar werk en de laatste manie dateert alweer van zes jaar geleden. Ze probeert te voorkomen dat ze roofbouw op haar lichaam pleegt als ze zich in een nieuw project stort, zegt ze. Want ze belandt liever niet nog een keer in een manische periode. „Het is een uitputtingsslag. Je sloopt je lichaam en het is niet goed voor je hersenen. Ik vind het ook vreselijk dat ik lithium moet slikken om eruit te komen. Dat medicijn vlakt je emoties af. Je wordt een doods mens. Net een robot.”

Toch had ze de manieën niet willen missen. Sommigen zouden zeggen dat ze kortsluiting in haar hersenen had, en dat zal best, maar ze gelooft ook dat ze een stukje heeft gezien van een wereld die niet voor iedereen zichtbaar is. „De realiteit is volgens mij groter dan wij kunnen waarnemen. Het is niet zo begrensd als wij denken.”

Correctie (19 juni 2018): In een eerdere versie was sprake van de Stichting Sterk zonder Stigma. Die naam klopt niet en is verbeterd in Samen Sterk zonder Stigma.

    • Manouk van Egmond