‘Het leven op de boerderij lijkt romantisch, maar het is hard werken’

Spitsuur Sentine Williams-Kodde (37) en Gavin Williams (45) namen het Zeeuwse akkerbouwbedrijf van haar ouders over. „Het leven op de boerderij lijkt romantisch, maar het is hard werken.”

Sentine: „We hebben veertig hectare land. De uien zijn gepoot, de suikerbieten gezaaid, alleen de aardappels moeten we nog poten.”Gavin: „Ze kijkt ook continu op Buienradar.” Sentine: „Ik ben erg bezig met de elementen.”

Sentine: „Gavin en ik hebben elkaar vijftien jaar geleden leren kennen in een bouwput in Middelburg. We werkten allebei bij hetzelfde bedrijf dat archeologische opgravingen doet – het was een natte bedoening.”

Gavin: „De gemeente wilde een theater bouwen, maar voordat dat kon, moesten wij de bodem onderzoeken.”

Sentine: „Gavin was veldarcheoloog, ik de stagiair.”

Gavin: „Ik kom uit de buurt van Manchester. In 1995 studeerde ik af, maar in Engeland was geen werk. Ik stuitte op een advertentie voor een opgraving bij Almere, daarna deed ik een groot project voor de Betuwelijn. Ik bleef in Nederland en kwam overal: Enkhuizen, Breda, Kerkrade. Toen Sentine zwanger was, zat ik anderhalf jaar in Doetinchem.”

Sentine: „Hij was alleen in het weekend thuis.”

Gavin: „Nu werk ik als senior archeoloog. Ik begeleid projecten, schrijf beleidsplannen en maak offertes. Zo kan ik meer bij het gezin zijn.”

Sentine: „De schoonheid van archeologie is dat je nooit helemaal zeker weet wat je gaat vinden. Het is nooit een schatkamer, een opgraving is een chaos waarvan je een coherent verhaal maakt. Zelf ben ik er ingerold. Mijn ouders hebben een boerderij en minicamping in Zeeland. Ik had een vaag idee om dat over te nemen, maar besloot eerst archeologie te studeren. Daarna vond ik meteen werk.”

Gavin: „Een paar jaar geleden kwam een overname toch weer ter sprake. De ouders van Sentine zijn 69 en 70. Gezien hun leeftijd moest het nú.”

Sentine: „Mijn ouders kunnen niet nog tien jaar wachten. Op een gegeven moment zei mijn vader: ‘Heb je er nog over nagedacht? Anders verkoop ik mijn land.’”

Gavin: „Vijf jaar geleden woonden we samen in Amsterdam. Toen onze zoon Jacob bijna twee was, verhuisden we naar Nieuwendijk, een dorpje vlakbij Gorinchem. Vanuit daar pendelden we naar het kantoor in Amersfoort.”

Sentine: „Toen ik definitief besloot de boerderij in Arnemuiden over te nemen, ging ik minder werken. Ik reed bijna elke dag 125 kilometer richting Zeeland om bij mijn ouders te werken. Dat heb ik twee jaar volgehouden. Sinds januari wonen wij op de boerderij en zijn mijn ouders naar een andere woning in Arnemuiden verhuisd.”

Gavin: „De ouders van Sentine helpen nog steeds mee.”

Sentine: „Zonder hun hulp zou ik de boerderij niet draaiende kunnen houden. Mijn vader weet alles van het land, de gewassen en de machines. Mijn moeder helpt mee op de minicamping.”

Uien en aardappels poten

Sentine: „Van een afstandje is het leven op een boerderij romantisch, maar het is hard werken. Vorig jaar hebben we de camping uitgebreid, dus zijn er meer douches nodig. Ik heb tweedehands sanitair gekocht, we moeten kabels aanleggen en de buitenkant schilderen. Maar tegelijkertijd moeten we ook het land op. Soms gaat dat niet, als het veel heeft geregend bijvoorbeeld. Dan wachten we tot de grond droog is.”

Gavin: „Het is hier allemaal zware klei.”

Sentine: „We hebben veertig hectare land. De uien zijn gepoot, de suikerbieten gezaaid, alleen de aardappels moeten we nog poten.”

Gavin: „Ze kijkt ook continu op Buienradar.”

Sentine: „Ik ben erg bezig met de elementen.”

Gavin: „Veel dingen kunnen we niet inplannen. Je moet dat accepteren, anders word je gek.”

Sentine: „In de winter kan een heleboel, maar in de oogst- en zaaiperiode is dat lastig. Laatst kreeg ik een appje van school: of ik kon helpen als luizenmoeder. Dat wil ik wel, maar wie weet moeten we het land op. In het najaar zouden we voor Gavins verjaardag een weekendje naar Dordrecht gaan, dat ging ook niet door.”

Gavin: „En in september zouden we naar Berlijn gaan.”

Sentine: „Ja, dat gaat ook niet door.”

Gavin: „In de zomer hebben we ook de camping nog. Voor onze kinderen is dat wel geweldig.”

Sentine: „Dan zijn er steeds andere kinderen. Na het ontbijt verdwijnen ze naar buiten. Er staan hier dertig skelters en een trampoline, dus dat is feest.

Het werk gaat altijd door

Sentine: „In de zomer is het een komen en gaan van campinggasten. Er is altijd wel iets: iemand wil betalen of er is een kind met een wond.”

Gavin: „We gaan nu een krijtbordje met tijden aan de deur hangen, waar we opschrijven hoe laat we beschikbaar zijn.”

Sentine: „Als alles op de camping en op het land gedaan is, hebben we ook onze grote tuin. Gelukkig helpt mijn moeder mee, anders zou het een oerwoud zijn.”

Gavin: „Of hadden we er beton gestort.”

Sentine: „In een appartement of huis ben je op een gegeven moment min of meer klaar. Je kunt gaan zitten en denken: ‘ik heb mijn werk gedaan.’ Hier gaat het altijd door.”

Gavin: „Op zaterdag vertrekken de oude gasten en checken de nieuwe in. Alleen op zondag doen we helemaal niks.”

Sentine: „Dit is ons eerste seizoen. Het is een uitdaging, maar omdat mijn ouders er nog zijn worden we gelukkig niet meteen in het diepe gegooid.”

Gavin: „En nu we in het huis zitten, is de overname veel concreter.”

Sentine: „Op papier is het bedrijf nog van mijn ouders. Met deze stap heb ik hen dus wel een pensioen ontnomen. Als ze het vrij zouden verkopen, hadden ze een villa kunnen kopen en lekker kunnen rentenieren. Maar nu blijft het bedrijf in de familie, en dat vinden ze veel belangrijker.”

    • Fabian de Bont