Twistgesprek: ‘Boerkaverbod is vrije samenleving onwaardig’

Op school, bij de huisarts, in de tram of aan het gemeenteloket: je mag er straks niet meer komen met boerka aan. Maar nog wel op straat. Een twistgesprek tussen en onder leiding van .

Een vrouw in een boerka. Foto Lex van Lieshout / ANP

Dinsdag kwam een einde aan jaren politiek debat over gezichtsbedekkende kleding in openbare ruimtes, waarmee niet zozeer de integraalhelm wordt bedoeld als wel de boerka en nikaab. Een meerderheid in de Eerste Kamer schaarde zich dinsdag achter het wetsvoorstel ‘gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’. De stemming is 19 juni, een formaliteit. De stelling voor dit twistgesprek: dit ‘boerkaverbod’ is een vrije samenleving onwaardig.

MB: „Ik moet niks hebben van een boerka, maar ik ben mordicus tegen deze wet. Mensen doen van alles wat ik afkeur, maar die afkeuring mag niet de maat der dingen zijn. Wetten hoe te kleden, dat is toch iets dat ze alleen in Saoedi-Arabië doen?”

DH: „Ik moet niks hebben van een wettelijk kledingverbod, maar in het geval van de boerka ben ik niet mordicus tegen. Een open, democratische samenleving dwingt haar eigen vorm qualitate qua niet af. Maar als vrijheid wordt aangewend om vrijheid in te perken, moet je misschien op de rem staan.”

MB: „Mij is onduidelijk hoe een boerkadrager zich schuldig maakt aan ‘inperking van vrijheid’. Ze legt dat immers niet op aan anderen. Het kan toch niet zo zijn dat de confrontatie met een boerka wordt beschouwd als ‘beperking van vrijheid’?”

DH: „Een vrije samenleving is als een spel; deelnemers zijn van elkaar afhankelijk. De basis is wederkerigheid. Niet God, maar mensen onderling geven elkaar vertrouwen. Je gezicht bedekken is als de dobbelstenen wegsmijten met ganzenborden.”

MB: „Zijn die 200-400 boerkadraagsters zo’n aanslag op ons vertrouwen dat we dat vertrouwen moeten afdwingen met wetgeving? Ik vind dat vooral iets zeggen over het dramatisch gebrek aan zelfvertrouwen van onze samenleving.”

Daniela Hooghiemstra: ‘De boerka is een statement tegen de openheid waar onze orde op rust’

DH: „Het gaat om een principe. Het categorisch bedekken van je gezicht is een statement tegen de openheid waar onze orde op rust. Naakt in de bus stappen schokt die orde evenzeer.”

MB: „Het islamdebat verwordt tot cultuurstrijd tussen bloot en bedekt. Op Franse stranden zijn boerkini’s verboden want men wil bikini’s, de Duits AfD beeldde vrouwen in bikini af. Wij maken ons tot spiegelbeeld van de Talibaan: bij hun moet het op, bij ons moet het af. Mogen vrouwen niet zelf kiezen?”

DH: „Mag je dan ook naakt in de bus? Ik wil niemand iets aan- of uittrekken, maar vrijheid in de publieke ruimte is niet onbeperkt. Het bedekken van geslachtsdelen en elkaars gezicht kunnen zien, beschouw ik als ondergrens. Zou jij een oudergesprek willen voeren met een juf in boerka?”

MB: „Natuurlijk, ik vind het vervelend om geconfronteerd te worden met een boerka in school of ziekenhuis. Maar waarom een wet? Schiet je dan niet met een kanon op een mug? Instellingen kunnen dat best zelf regelen. Dit is een symboolwet.”

DH: „Niet alleen religies kunnen absolute uitspraken doen over wat vrouwen mogen. Open, seculiere samenlevingen hebben daar ook iets over te zeggen. Dat signaal is van belang. In Saoedi-Arabië gelden regels, in Nederland ook. Een beetje vrijheid offeren om het principe van vrijheid te verdedigen, kan soms noodzakelijk zijn. Wist je trouwens dat het aantal boerkadraagsters in Frankrijk sinds het verbod daar gehalveerd is?”

Lees ook: Een boerka in de tram mag straks echt niet meer

MB: „Het aantal vrouwen zonder hoofddoek in Iran is na de revolutie van 1979 ook drastisch verminderd door het verbod op onbedekte hoofden. Jij vindt het goed dat de staat de religie in toom houdt, Iran doet hetzelfde met secularisme. Maar dan zijn wij niet anders dan zij!”

DH: „Die dictatoriale kant moet het niet op. Maar mag een liberale samenleving nooit grenzen stellen? Je spreekt van ‘wij’ en ‘zij’. Het (proportioneel) opheffen van gezichtsbedekking is ook een poging om die kloof kleiner te maken. Stel dat het vrij ademen sommige boerkadraagsters bevalt? Of is de gedachte aan een mogelijke opvoedende rol van de staat voor jou geheel taboe?”

MB: „De staat is geen opvoeder, maar hoeder van de grenzen van de vrije rechtsstaat, waarin iedereen zijn of haar eigen, bizarre gedragingen mag hebben. Als de grenzen van fatsoen of ongemak worden overschreden, moet niet de staat optreden, maar wijzelf. Boerkamoeders op het schoolplein? Leg hun uit waarom je dat niet wilt, in plaats van je te verschuilen achter een regel.”

DH: „De boerka is niet ‘eigen’, maar een uniforme dracht waarmee in bepaalde landen een repressieve en vernederende opvatting wordt uitgedragen over het wezen van vrouwen. De essentie: elkaar niet kunnen zien in publieke ruimtes is een maatschappelijke hindernis.”

Maurits Berger: ‘Wij maken ons tot spiegelbeeld van de Talibaan: bij hun moet het op, bij ons moet het af’

MB: „Maatschappelijke hindernis? Zijn we echt zo bezorgd over 200 tot 400 boerkadragers, waarvan het merendeel Hollandse bekeerlingen zijn? Al die ambtenaren en mensuren die we besteden aan dat groepje jongelui – dat is ronduit lachwekkend.”

DH: „Meer verboden betreffen zaken die zelden voorkomen, een norm moet toch gesteld. In dit verband citeer ik graag Rousseau: ‘Geen enkele samenleving kan bestaan zonder uitwisseling, er kan geen uitwisseling plaatshebben zonder gezamenlijke regels, en er kunnen geen gezamenlijke regels bestaan zonder gelijkheid.’”

MB: „Prachtig, maar de gezamenlijke regel waar het hier om gaat is vrijheid. En die stelt ons allemaal gelijkelijk in staat om daar op onze eigen en verschillende manieren gebruik van te maken. Als een staat gelijk gedrag gaat voorschrijven, is dat een dictatuur.”

DH: „Het faciliteren van communicatie in een samenleving beschouw ik niet als dictatuur, maar als een kwestie van goede huishouding.”

MB: „Eens, maar faciliteren doe je niet met een verbod.”

    • Steven de Jong