‘Sociaal ondernemen kan niet zonder structurele subsidie’

De Stelling Granny’s Finest houdt ermee op. Na zeven jaar bleek de onderneming niet op eigen benen te kunnen staan.

De sociaal-maatschappelijke onderneming Granny’s Finest is van plan een faillissement aan te vragen, zo maakte de directie deze week bekend. Dat is jammer voor een groep van honderden oudere Rotterdamse dames die samen sjaals breiden. Hun producten worden verkocht in een eigen flagship store maar ook in de Bijenkorf. In plaats van salaris voor hun werk kregen zij gezelligheid. De gedachte achter het bedrijfsconcept was eenzame ouderen uit hun isolement te halen. Dat lukte. Maar het bleek niet mogelijk om Granny’s Finest overeind te houden zonder subsidie, zegt een ingewijde. Probleem was onder andere dat de fondsen na zeven jaar liever nieuwe sociale initiatieven wilden gaan subsidiëren, terwijl het Rotterdamse breibedrijf nog niet in staat was om op eigen benen te staan. De stelling is: ‘Sociaal ondernemen kan niet zonder structurele subsidie’.

Niek van Hengel, eigenaar Granny’s Finest:„Geen commentaar.”

Eric Tournier, voormalig investeerder in Downies & Brownies in Rotterdam: „Eens. Ik heb de fout gemaakt de zaak onder te brengen in een bv terwijl ik beter een stichting had kunnen beginnen. Door die bv konden we niet zo makkelijk subsidie aanvragen. Dus dat hebben we niet gedaan. Ik ben niet failliet gegaan omdat ik de stekker er op tijd uit getrokken heb. Maar ik leed wel een verlies van 150.000 euro. Dat kwam ook doordat de Nieuwe Binnenweg, waar we zaten, drie maanden lang open lag. Punt was dat we een dure kok en bedrijfsleider in dienst hadden. Die moesten we wel betalen. Ondertussen moesten we ook twintig mensen met het Down-syndroom begeleiden: een hele intensieve zorgtaak die specifieke vaardigheden vereist. Sommige mensen met Down konden na een week zelfstandig de kassa draaien. Anderen konden alleen maar servetjes vouwen. Die wilden we ook hebben. Om iets goeds te doen en ze mee te laten draaien in de samenleving. Maar voor zo’n zorgfunctie heb je gewoon subsidie nodig.”

Joske Paumen, directeur van de The Colour Kitchen, zoekt een locatie in Rotterdam om nieuwe horeca te openen waar ze mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt opleidt tot keukenpersoneel zoals kok of gastvrouw: „Oneens. Wij hebben de eerste jaren gebruik gemaakt van geld uit fondsen. Dat zou je subsidie kunnen noemen. Maar sinds een paar jaar hebben we dat niet meer nodig. Dat we het hebben gered komt ook doordat onze aandeelhouders een lange adem gehad hebben. Die hebben geaccepteerd dat we de eerste jaren verlies leden. We hebben nu een omzet van 8,5 miljoen euro per jaar, een half procent is afkomstig van fondsen. Dat geld gebruiken we alleen voor innovatie. We hebben wel contracten met gemeentes en het UWV voor het opleiden van uitkeringsgerechtigden die moeilijk aan een baan kunnen komen. Dat kunnen mensen zijn met autisme, die verslaafd geweest zijn en op straat geleefd hebben of met een lichamelijke handicap. Maar wat zij ons betalen, zie ik niet als subsidie. Wij leveren hen gewoon diensten en betalen ook BTW over de inkomsten daaruit. De reden dat wij nu al drie jaar zwarte cijfers schrijven, is dat we een markt hebben weten op te bouwen in bedrijfshoreca. Zo werken we voor verschillende vestigingen van de Rabobank. Daar runnen we bedrijfsrestaurants. We hebben ook publiekstoegankelijke horeca. Die is goed om te laten zien wat je als bedrijf voor de samenleving doet. Maar als je dat puur en alleen zou doen, heb je het als sociaal ondernemer wel moeilijk.”

Josine Strörmann, zette zich als raadslid voor de SP (tot 2018) in voor subsidiëring van de sociale onderneming Magis010 die mensen met een beperking inzet voor groenonderhoud en technische klusjes in Rotterdam: „Eens. Maar ik vind wel dat je heel kritisch moet kijken naar wat een sociale onderneming is. Ik vind bijvoorbeeld dat Granny’s Finest dat niet is. De mensen die er werken zijn veelal oudere dames die goed in staat zijn om zichzelf een weg door het leven te banen. Die zouden gewoon betaald moeten worden voor hun werk als breister. Een bedrijf als Magis010 geeft werk aan mensen die niet heel erg slim zijn, en zich daarom melden bij de sociale dienst. Die kan dan een plek voor ze zoeken op een sociale werkplaats, bijvoorbeeld, omdat ze niet op een andere manier aan werk kunnen komen. Zodat ze op zijn minst een dagbesteding hebben. Bij Magis010 doen ze ook nuttig werk. Daar worden ze blij van. Sommige hebben een zorgindicatie en een uitkering. Anderen krijgen salaris dat betaald wordt uit een toelage van het Rijk. De gemeente moet bijbetalen omdat Magis010 het anders niet redt. Zij hebben nu eenmaal een moeilijke business omdat de meeste werknemers niet constant produceren: soms zitten ze een tijd stil. Dat hou je niet vol zonder subsidie.”

    • Lucette Mascini