Richtprijzen van medicijnen op de schop

Farmaceutische industrie

Hoe krijg je geneesmiddelen goedkoper? Minister Bruins wil ingrijpen in het complexe, 20 jaar oude vergoedingensysteem.

Bruins heeft besloten deze mega-operatie toch in te zetten – in de verwachting kosten te besparen. FOto Rapisan Swangphon John

Reikhalzend is uitgekeken naar de plannen van minister van Volksgezond Bruno Bruins (VVD), om de kosten van geneesmiddelen te beteugelen. Nu de plannen bij de Tweede Kamer liggen, kan worden geconcludeerd: Bruins verplaatst een grote medicijnberg. Maar zijn Kamerbrief van vrijdag leert ook: de berg heeft een muis gebaard.

De grote berg waar beweging in komt, is het Geneesmiddelen Vergoeding Systeem (GVS), waarin bijna twintig jaar niets is gebeurd. In dit zeer complexe systeem bestaan voor alle soorten geneesmiddelen richtprijzen. Zo is de vergoeding voor het ADHD-middel methylfenidaat (Ritalin) maar een paar euro, de prijs voor de kortwerkende variant. Terwijl de langwerkende varianten enkele tientallen euro’s per maand kosten.

Daarom wordt al langer gepleit voor het aanpassen van de richtprijzen. Medicijnfabrikanten voelen daar echter niet veel voor, omdat dit voor veel middelen een prijsverlaging zou betekenen. Bruins heeft besloten deze mega-operatie toch in te zetten – in de verwachting kosten te besparen.

Lees ook: ‘200 tot 300 miljoen te besparen op medicijnen’

In feite pleegt Bruins hier groot, achterstallig onderhoud, dat bovendien alle geneesmiddelen raakt, ook bestaande en vaak goedkope middelen.

In het maatschappelijke en politieke debat over dure geneesmiddelen gaat het echter vooral om nieuwe medicijnen voor onder meer kanker en zeldzame ziekten. Die medicijnen kosten soms tonnen per patiënt per jaar, waardoor de uitgaven aan bijvoorbeeld kankermiddelen in vijf jaar tijd zijn verdrievoudigd.

Daarom zette Bruins’ voorganger Edith Schippers deze nieuwe dure middelen hoog op de politieke agenda. Ze ontplooide ook tal van initiatieven, zoals het inkopen van medicijnen met België en Luxemburg samen.

Bruins komt vooralsnog niet veel verder dan wat Schippers al begin 2016 in haar brief aan de Kamer ontvouwde. Ook hij tamboereert op het gezamenlijk inkopen door zorgverzekeraars en transparantie over prijzen. Hij noemt ook Fair Medicine, een stichting die medicijnen voor een ‘eerlijker’ prijs wil produceren. Nieuw is zijn besluit om in de ‘mand’ van landen waarmee Nederland zijn medicijnprijzen vergelijkt, het royale Duitsland te vervangen door een zuiniger land als Noorwegen.

Medicijnlobby

Wat dat laatste betreft houdt Bruins een kleine slag om de arm: lagere medicijnprijzen mogen er niet toe leiden dat fabrikanten helemaal geen nieuwe middelen op de Nederlandse markt brengen. Hierin echoot de stem van de lobby van fabrikanten en van hun bondgenoot, het ministerie van Economische Zaken (EZ). Dat departement verzet zich namelijk al langer tegen pogingen om de marktmacht van fabrikanten te beperken.

Die marktmacht bestaat uit patenten en vaak ook marktexclusiviteit, waardoor farmabedrijven vrijwel elke prijs kunnen vragen. Om die macht te verminderen pleitte de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving voor ‘dwanglicenties’ en ‘magistrale bereiding’. Bij dwanglicenties verplicht een overheid een fabrikant zijn patent te delen met een andere, goedkopere, partij. Bij magistrale bereiding maakt een apotheker een middel na voor eigen patiënten, mogelijk voor een lagere prijs.

Apothekers die dit doen, zoals sinds kort in het AMC, willen precies weten wat wel en niet mag. Ze krijgen pas dit najaar duidelijkheid van Bruins, die de dwanglicenties laat onderzoeken door een commissie waarin ook het ministerie van EZ een vinger in de pap heeft.

    • Karel Berkhout