Ook verschenen

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken.

In 2015 leek het langdurige debat beslecht over de kwestie of de velletjes van een rol wc-papier van voren of van achteren moeten worden afgerold. Op 17 maart van beeïndigde de schrijver Owen Williams de strijd met een tweet met de afbeelding die de Amerikaan Seth Wheeler in 1891 had gevoegd bij zijn patentaanvraag voor ‘wc-papier met perforaties op een rol’. (Op zichzelf was wc-papier met een ruwige, goede afveegtextuur al in 1857 uitgevonden door James Gayetty, maar ‘Gayetty’s Medicated Paper’ was te duur om het gladde krantenpapier als afveegmiddel te verdringen.) Op de afbeelding bij Wheelers patentaanvraag rolt het papier naar voren af. Maar in de eerste van zijn vermakelijke ‘vijftien schetsen over feces en urine’ opent schrijver Jaffe Vink het debat weer: hij heeft een Engelse reclame uit 1942 gevonden voor de eerste dubbellaagse wc-papierrollen waarin de vellen achterlangs worden afgerold.

Jaffe Vink: Holy Shit. Prometheus, 117 blz. € 12,50


 

‘Vertrouw de telefoon niet zolang die niet is uitgeschakeld’ – het lijkt een aforisme uit het tijdperk van de smartphone waarmee de gebruikers gratis gegevens leveren die ‘techbedrijven’ te gelde maken. En de uitspraak: ‘niets hindert het zien zo als een gezichtspunt’ had heel goed bedacht kunnen zijn door de huidige Nederlandse premier Mark Rutte. Maar de aforismen zijn van de dichter Don-Aminado , pseudoniem van de Joods-Russische schrijver Aminodav Pejsachovitsj Sjpoljanski die leefde van 1888 tot 1957. Een paar jaar na de Oktoberrevolutie emigreerde Spoljnaski uit Rusland en kwam uiteindelijk in Parijs terecht waar hij ging werken voor een Russischtalig dagblad, schrijft de vertaler, Jan Paul Hinrichs, in zijn nawoord. Toen hij in 1957 stierf leek hij al een ‘figuur uit een voorbij tijdperk’. Maar in de jaren negentig werd zijn werk herontdekt, het eerst in Rusland.

Don-Animado: Aforismen. Vert. Jan Paul Hinrichs. De Wilde Tomaat, 49blz. € 8,90
 

In het begin van De witte stad zet de schrijver, Jule Hinrichs, redacteur van het Financieel Dagblad de lezer op het verkeerde been. Hij begint ‘het verhaal van Lissabon’, zoals de ondertitel luidt, als een roman: met fictie over de meubelmaker Santos die hij eerst van alles laat denken en overwegen en die hij ten slotte zijn werkplaats laat verlaten om de intocht te zien van een olifant, een geschenk van een lokale Indiase vorst aan de Portugese onderkoning Alfonse de Albuquerque.

Maar al in het eerste hoofdstuk blijkt De witte stad toch een ‘normale’ geschiedenis van Lissabon - en eigenlijk van Portugal – die begint in de bronstijd en eindigt met de recente renovatie van de stad na jaren van neergang die veel leegstand tot gevolg had.

Jule Hinrichs: De witte stad. Balans, 287 blz. € 22,50
 

Hinrichs heeft zijn verhaal van Lissabon niet alleen doorspekt met korte terzijdes over bijzondere pleinen, straten en buurten, maar ook met persoonlijke observaties. ‘Ik ben geboren in de stad Aubagne, aan de voet van de Garlaban met zijn top bewoond door geiten, in de tijd van de laatste geitenhoeders.’ Zo begint Mijn kinderjaren in de Provence, de eerste twee delen van de jeugdherinneringen van de populaire Franse ‘volksschrijver’ Marcel Pagnol (1895-1874). Het zijn vaak geestige vertellingen over een idyllische jeugd in een van de mooiste delen van Frankrijk. Maar daarnaast geeft Pagnol een treffend beeld van de sociale stijging, die zo typerend is voor het Frankrijk van het einde van de negentiende eeuw en vaak verliep volgens het patroon van de boerenzoon die onderwijzer werd, wiens zoon het op zijn beurt tot hoogleraar bracht. Maar vooral heeft Pagnol het over zijn belevenissen in de natuur en over het leuke gezin waarin hij opgroeide aan het begin van de 20ste eeuw, toen de Eerste Wereldoorlog nog moest uitbreken.

Marcel Pagnol:Mijn kinderjaren in de Provence. Vert. Marianne Kaas, Rheintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. De Geus, 414 blz. € 18,99
 

Vrouwen in Teheran behoeven geen ‘gouden pikkies’: mannen die moederskindjes zijn, niet werken en nog steeds op vaders zak teren. De vrouwen werken zelf en kunnen er niet een man die nog half kind is bij hebben. ‘Dit hele land staat met één been in de toekomst en met één been in het verleden’, schrijft Thomas Erdbrink over Iran, waar hij sinds 2002 correspondent is.

Nu is de tweede bundeling van zijn Volkskrant-columns verschenen onder de titel Gelukkig nog altijd onze man in Teheran. Erdbrink schrijft over de Iraniërs die hij spreekt, zijn schoonfamilie, politiek, en westerlingen die op bezoek komen en onvermijdelijk allerlei clichés uitkramen. Hij zelf lijkt na al die jaren vergroeid te zijn met het land, lijkt zich evenveel thuis te voelen op een stampend huisfeest in Teheran als op het Leids Ontzet. Het maakt hem een empathische beschouwer en het levert nuchtere, wezenlijke journalistiek op.

Thomas Erdbrink: Gelukkig nog altijd onze man in Teheran Prometheus, 147 blz. € 9,99
 

‘Wie altijd veel sciencefiction heeft gelezen, onderscheidt bij de auteurs in het genre zij die ideeën hebben en zij die werelden scheppen. PKD schept universums’, schrijft toneelschrijver Jack Thorne, in één van de tien bewonderende inleidingen bij de evenzovele verhalen van Philip K. Dick (1928-1982). De bundel Elektrische dromen is een curieuze uitgave, vanwege al die inleidingen en de wat veelsoortige samenstelling: die is gebaseerd op de tien afleveringen van Electric Dreams, de Amazon Prime-serie die vorig jaar op basis van Dick-verhalen gemaakt is. De verbindende factor is dat de schrijver in een scifi-decor het menselijke verhaal weet te vertellen – of het nu in een politiek getinte parabel is of in een visionaire komedie. En voor alle zelfreplicerende machines en andere futuristische, maar al te herkenbare doembeelden geldt: Dick was zijn tijd ver vooruit.

Philip K. Dick: Elektrische dromen. Vert. Irving Pardoen. Lebowski, 237 blz. € 22,50
 

    • Margot Poll