opinie

monetair beleid De ECB is veranderd, nu is debat nodig

Een salomonsoordeel is het al genoemd, het besluit dat de Europese Centrale Bank donderdag nam om te stoppen met het speciale opkoopbeleid van vooral staatsleningen dat ruim drie jaar geleden werd gestart. In die drie jaar is er voor 2.000 miljard euro alleen al aan staatsleningen gekocht van de verschillende eurolanden.

Er is nu tegemoetgekomen aan de, vooral noordelijke, eis om het beleid duidelijk af te bouwen. Per oktober worden de maandelijkse aankopen gehalveerd tot 15 miljard euro, om aan het einde van het jaar te stoppen. Maar de ECB houdt de mogelijkheid open hiervan af te wijken als de economie daar aanleiding toe geeft. Bovendien zullen staatsleningen die aflopen worden vervangen door nieuwe, waardoor de voorraad op de balans op peil blijft. En de eerste rentestap omhoog zal pas volgend jaar na de zomer worden genomen.

Zo is een besluit dat op het eerste gezicht duidelijk en definitief oogt, toch rekkelijk gebleven. Dat is gerechtvaardigd. Niemand weet wat er in het eerstvolgende jaar gebeurt. De economie van de eurozone verliest al wat vaart. Of dat tijdelijk is, of duurzaam, is onbekend. Maar de wereldeconomie begeeft zich in woelige wateren. De geopolitieke risico’s, van een handelsoorlog tot het Koreaanse schiereiland en Iran, zijn fors. De prijs van ruwe olie, een van de belangrijkste variabelen in de wereldeconomie, is de afgelopen driekwart jaar met de helft gestegen tot rond de 75 dollar. En instabiliteit op de financiële markten is altijd een risico.

Wat dat betreft lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de ECB vrij laat is met het afbouwen van het opkoopbeleid. En in hoeverre het daadwerkelijk geholpen heeft zal altijd een inzet blijven voor debat.

Los daarvan is het resultaat nu dat de eurozone met een centrale bank overblijft waarvan het balanstotaal, mede door al die aankopen nu het viervoudige is van wat voor de crisis van 2008 gebruikelijk was. De kans is groot dat dit in grote lijnen zo blijft. De volgende economische neergang zal vermoedelijk toeslaan voordat de balans is afgebouwd – een proces dat namelijk vele jaren in beslag zal nemen.

Centrale banken beïnvloeden met hun monetaire beleid van oudsher de prijs van geld: de kortlopende rentes. Maar het opkoopbeleid gaat over langlopende leningen, waarvan de prijs en dus de effectieve rente wordt beïnvloed. Denk aan de hypotheek of de rente op de staatsschuld van de verschillende eurolanden. ECB-topman Draghi zei donderdag te verwachten dat het nieuwe beleid deel zal blijven uitmaken van de gereedschapskist van de centrale bank.

Zo is de ECB dus langzaam veranderd in een instituut dat de gehele rentestructuur, van zeer kortlopend tot langlopend, direct kan beïnvloeden. Of dit tijdens de crisis en de nasleep daarvan tijdelijk gerechtvaardigd is geweest, is al een debat waard. Maar misschien nog wel belangrijker is dat de discussie over wat een duurzame taakverandering belooft te worden nimmer heeft plaatsgevonden.

De ECB is onafhankelijk, en moet dat ook zijn en blijven. Maar Frankfurt heeft, onder Draghi, de uiterste grenzen van zijn mandaat verkend, en wellicht opgerekt. Gezien de uitlatingen van Draghi staat het instituut kennelijk op het punt dit een permanent karakter te geven. Daar mag, nu de wind wat is gaan liggen, best wat meer discussie over worden gevoerd dan tot dusverre het geval is.