Recensie

Met een psychopaat, een hacker, jagen op de Taliban

Een originele plot is vaak een ongeloofwaardige plot. Schrijvers kunnen in theorie oneindig veel intriges bedenken, maar wie er een bedacht heeft die zowel spannend als geloofwaardig is, moet vrezen dat anderen vóór hem op hetzelfde idee gekomen zijn. Dat is geen diskwalificatie van het spannende genre, dat het van de plot moet hebben, want origineel of niet – hoe je het brengt blijft de kunst.

Een film biedt meer ruimte voor een verrassende, originele plot dan een boek. Het beeld is meeslepender dan het woord en bovendien duurt zo’n film maar een paar uur; voordat je je realiseert dat het volstrekt onwaarschijnlijk is waar je naar zit te kijken, is het al afgelopen en heb je je uitstekend vermaakt. Bij het lezen heb je tijd om na te denken.

De eerste steen van de Deense auteur Carsten Jensen (1952) begint sterk. Een peloton Deense soldaten bevindt zich in Afghanistan. Ze zijn uitstekend getraind en zwaar bewapend en kunnen niet wachten in de saaie zandbak van de provincie Helmand wat actie te beleven. Jensen schrijft erg goed, vermijdt clichés zonder gekunsteld te worden – een sobere, gespierde stijl. Hij slaagt er ook in de vele manschappen (één vrouw) snel een eigen gezicht te geven. Vooral de schets van Ove Steffensen, de bevelhebber, is raak: deze schrijftafelkolonel begrijpt dat je de Taliban niet kunt verslaan zonder hulp van corrupte lokale krijgsheren en is niet weinig trots op zijn inzicht dat elke oorlog draait om zakendoen.

Na een hinderlaag met zware verliezen werpen de manschappen alle discipline en gezond verstand van zich af en storten zich in de achtervolging op de man die hen verraden heeft, waarna de jagers al snel de prooi blijken. Ongeloofwaardig is dat de schurk van het verhaal – een briljante hacker en ontwerper van videogames die zijn almacht in het spel wil overbrengen naar het niveau van de werkelijkheid, naar leven en dood – daar eerst een periode van verveling en zandhappen in de woestijn voor over heeft gehad. Voor een doortastende psychopaat als hij is deze opzet veel te omslachtig. Hij had op een bermbom kunnen lopen voordat hij met zijn duivelse plan kon beginnen. Volgens mij heeft hij deze opzet niet zelf bedacht, daar is hij veel te intelligent voor, maar zijn schepper. Die vond het origineel.

Een motief in het verhaal is de vergelijking tussen videogames en de werkelijkheid. De echte oorlog is een stuk smeriger en gecompliceerder dan Call of Duty, laat Jensen in schokkende scènes zien. Juist daarom is het onwaarschijnlijk dat de schurk alles en iedereen controleert alsof hij een joystick in handen heeft – bijna tot het einde toe. De eerste steen is goed geschreven, het bloed druipt van de pagina’s, maar ik vond het vergezocht. Al hoeft dat voor de aangekondigde verfilming geen bezwaar te zijn.

    • Marco Kamphuis