Recensie

Het geheim van de verloren zoon

Emuna Elon

Hoe ga je om met een pijnlijke waarheid? Dat laat deze bekroonde Israëlische schrijfster zien in haar onlangs vertaalde, indringende roman Sonja’s zoon, die zich deels afspeelt in bezet Nederland.

Joodse immigranten uit Europa komen aan in de haven van Haifa, in het Britse mandaatgebied Foto Hulton-Deutsch Collection/CORBIS/Corbis via Getty Images

De Israëlische schrijver Joël Blum is in de zeventig. Hij geniet internationale roem, wordt in The New York Times geprezen en reist de hele wereld af om de verkoop van zijn boeken te stimuleren. Maar hij weigert naar Nederland te gaan. Sterker nog, hij mág er niet heen van zijn moeder, die toen ze nog leefde van hem eiste dat hij nooit een voet in Amsterdam zou zetten.

Nu Joëls derde roman in het Nederlands is vertaald, vindt zijn agent het welletjes: de schrijver kan zijn Nederlandse uitgever en lezers niet blijven schofferen. Als Joëls vrouw Bat-Ami die mening ook is toegedaan en tegen haar man zegt dat zijn moeder dood is, neemt Joël, weliswaar met tegenzin, samen met haar alsnog het vliegtuig naar Amsterdam.

Wat er achter die eis van Joëls moeder steekt, is de plot van de indringende, ingenieus gecomponeerde en soms bijna surrealistische roman Sonja’s zoon van de Israëlische schrijfster Emuna Elon (1955). Het verhaal past enerzijds in de rijke literaire traditie van grote schrijvers als Amos Oz, David Grossman en A.B. Yehoshua, wier boeken zich meestal in Israël afspelen en gekenmerkt worden door heldere taal en een groot psychologisch inlevingsvermogen. Anderzijds is Sonja’s zoon ook een ‘Nederlandse’ roman, omdat het verhaal zich deels afspeelt in een gegoed Joods milieu in het Amsterdam van de Duitse bezetting, dat levensecht wordt beschreven.

Sonja’s zoon onderscheidt zich echter van veel Nederlandse romans met die thematiek, doordat er omstreden thema’s uit de geschiedschrijving over de Sjoa in zijn verwerkt. Zo uit het hoofdpersonage Sonja felle kritiek op zowel het ‘collaboreren’ van de Joodse Raad met de Duitse bezetter als op de meegaandheid van de ‘naïeve’ Joodse elite. Ook heeft Elon het over de verstoorde levens van Joodse kinderen, die als baby door hun ouders bij christelijke gezinnen werden ondergebracht. Na de bevrijding moesten die kinderen, vaak tegen hun zin, terug naar hun biologische ouders, die vreemden voor hen waren geworden, met alle gevolgen van dien. Zulke elementen, die in deze roman van wezenlijk belang zijn, zorgen ervoor dat Sonja’s zoon nergens verzandt in clichés over een alom bekend thema.

Band met Amsterdam

In de taxi op weg naar het vliegveld vraagt Bat-Ami Joël waarom zijn moeder hem had verboden naar Amsterdam te gaan. Joël antwoordt dat ze niet wilde dat hij nog een band zou hebben met de stad waar ze haar man had verloren, ‘en haar ouders en haar broers, en het leven dat ze had kunnen leiden’. Tegen haar zoon zei ze altijd: ‘Je hebt een moeder, een zus en jezelf. De rest is niet van belang.’

Alles verandert als op een literaire avond ter gelegenheid van Joëls komst een journalist opmerkt dat de schrijver in Amsterdam geboren is. Joël schrikt, want hij gaat er vanuit dat niemand dit weet. Zijn antwoord luidt dat zijn wieg weliswaar in Amsterdam stond, maar dat zijn familie naar Israël is geëmigreerd toen hij nog een baby was en dat hij zich altijd heeft beschouwd als een geboren en getogen Israëli.

Wanneer Joël en Bat-Ami een dag later het Joods Historisch Museum bezoeken, komt het verhaal op stoom. Op een filmfragment van een Joodse bruiloft tijdens de oorlog herkent Joël ineens zijn moeder en zusje Nettie, maar niet de sterk op haar gelijkende baby die zijn moeder in haar armen houdt. Wanhopig belt hij naar Israël om Nettie om opheldering te vragen. Zij is ontzet als ze hoort dat haar broer in Amsterdam is en het familiegeheim heeft ontdekt. Toch belooft ze hem alles te onthullen, zodra hij terug is in Israël.

Als lezer kom je dat echter niet te weten, waardoor je tot aan het einde van de roman blijft gissen naar wat Sonja tijdens de oorlog precies is overkomen. Je weet alleen dat die baby niet Joël is.

Een week na zijn terugkeer in Israël neemt Joël opnieuw het vliegtuig naar Amsterdam om daar in zijn eentje op een hotelkamer in de Concertgebouwbuurt, om de hoek bij het huis waar zijn moeder met haar man, de arts Eddy Blum, woonde, een roman over zijn afkomst te schrijven. Joël stapt nu als het ware zijn eigen verleden binnen om op die manier de ware geschiedenis van zijn afkomst te reconstrueren en het zwijgen van zijn moeder te kunnen verklaren.

Verweven heden en verleden

Naarmate de roman vordert en de hoofdstukken die zich in het heden afspelen vaker worden afgewisseld door delen uit Joëls roman, raken heden en verleden steeds meer met elkaar verweven. Het maakt het verhaal ongelooflijk spannend. Zo voelt Joël zich, al zwervend door de voormalige Jodenbuurt, op een gegeven moment zelf een opgejaagde Jood, die achter iedere lantaarnpaal de vijand ontwaart. Het knappe aan Elon is dat haar verhaal op zulke momenten nooit larmoyant wordt en volledig overtuigt.

Mooi is ook de psychologie van Joël. die zonder vader is opgegroeid. Als zijn vriendjes hem vragen waarom hij geen vader heeft, verzint hij allerlei verhalen over hem: ‘Ik heb wel een vader! Mijn vader is naar zijn werk, mijn vader zit in het leger, mijn vader is op een geheime missie in het buitenland.’ Het is herkenbaar gedrag voor iedereen die geen vader heeft gekend.

Voor Joël zijn die verzinsels niet minder waar dan de waarheid over zijn vader, die volgens zijn moeder is omgekomen in een oorlog in een ver land. Niet voor niets is hij schrijver geworden.

Elon weet ook Joëls eenzaamheid knap te verbeelden. Zo beseft hij na zijn ontdekking dat hij behalve met zijn vrouw eigenlijk met niemand echt contact heeft, zelfs niet met zijn drie dochters. In dat opzicht lijkt hij op Sonja. Zij koos voor de eenzaamheid vanaf het moment dat ze van de Duitsers met de trein naar Palestina mocht vertrekken om uitgewisseld te worden tegen Duitse krijgsgevangenen. Alleen zo meende ze haar geheim te kunnen bewaren. Een geheim dat alles te maken heeft met de baby die ze bij haar vertrek uit Westerbork in haar handen kreeg geduwd.