Recensie

Geen ontmoeting zonder een ontsnapping

Patrick Modiano

Ook de nieuwe roman van deze Franse Nobelprijs-laureaat wemelt van de spoken: mensen of gebeurtenissen die je liever zou willen vergeten, maar die na tientallen jaren, weer opduiken.

Wie zo’n twintig jaar geleden naar Parijs ging, weet het vast nog: in metrostations vond je plattegronden, waarin stippen oplichtten als je op het knopje van je eindbestemming drukte. Zo wist je precies waar je moest overstappen. Tegenwoordig is er een app voor, maar toen waren er die lampjes.

De verteller van Modiano staan die knoppen van ‘het overzichtsbord dat alle verbindingen liet zien’ in het geheugen gegrift. Voor hem zijn al die stippen evenzoveel ‘fantomen’ waarmee Parijs is bezaaid. Ze verwijzen naar mensen die hij ontmoette, wier route hij heeft gekruist, mensen die hij heeft gekend maar sindsdien uit het zicht zijn verdwenen. Of ze refereren aan plekken waarvan de naam hem vaag bekend voorkomt, zonder dat hij precies het hoe en waarom kan terugvinden.

Al die mensen en die plekken verbindt de verteller uit Slapende herinneringen met de jaren zestig, zijn ‘tijd van ontmoetingen’, ontleend aan de titel van een roman die hij bij een bouquiniste zag liggen.

Ontmoetingen zijn vaak dubbel bij Modiano: enerzijds is er de voortdurende hunkering naar een schuilplaats, naar een ander die luistert en beschermt, anderzijds is er de onbestemde angst voor gevaar en dreiging die diezelfde ander kan uitstralen. In dit boek herinnert de verteller zich dat hij als veertienjarige op vrije dagen alleen door de stad liep. Zijn vader had het druk met ‘zijn zaken’, zijn moeder speelde in het theater. Om enig houvast te scheppen volgde hij steeds dezelfde route.

Een vriend van zijn vader, een Rus, had hem gezegd dat hij even oud was als zijn dochter en dat hij eens contact met haar moest opnemen. Hele middagen staat hij voor haar huis. Als hij aanbelt krijgt hij geen gehoor. Het gevoel van leegte slaat in alle hevigheid toe.

Ontmoetingen die wél plaatsvinden – altijd toevallig – roepen bij Modiano’s alter ego meteen de gedachte op aan ontsnapping. Steeds stelt hij zich gerust met de gedachte dat hij altijd ‘nog wel de kans zou krijgen om ze af te schudden’. Hij kent de achteruitgang van cafés en weet bij welke stoplichten hij snel de deur van een taxi open kan doen. De verteller beschikt over een antenne voor ‘negatieve straling’, vergelijkbaar met ‘het zesde zintuig van truffelhonden’. Plekken waarvan hij aanvoelt dat ze niet deugen verlaat hij zo snel mogelijk.

Tastend naar die jaren zestig, denkend aan zijn tijd op het internaat en aan zondagavonden in gezelschap van mensen die hij naderhand uit het oog verloor, illustreert Modiano weergaloos de grillige werking van ons geheugen. Sommige mensen, sommige dingen wil je liever vergeten. Lang denk je daarin te slagen. En toch, schrijft hij, komen ze ‘onverhoeds, na tientallen jaren, weer aan de oppervlakte, als drenkelingen, op de hoek van een straat, op bepaalde uren van de dag.’ Dat lijk in de hotelkamer, de zware koffer die hij sjouwde voor een vriendin, haar bizarre broer – het zijn bevreemdende, onwelkome herinneringen die zijn geheugen toch uit de mist laat opdoemen.

Er is maar één manier om je daarvan te ontdoen, om ‘dit magere dossier definitief te neutraliseren’, en dat is het te verwerken in een roman. Alleen zo kan hij voorgoed afrekenen met de fantomen die ooit oplichtten op de plattegrond van het metrostelsel van Parijs.

    • Margot Dijkgraaf