Fosfaat komt van alle kanten de Kralingse Plas in

Waterkwaliteit De blauwalg in de Kralingse Plas is al jaren een probleem. In een groot project wordt de voeding voor de bacteriën afgeknepen

Foto RM

Het negatieve zwemadvies kwam vroeg dit jaar. Al op 11 mei werd zwemmen in de Kralingse Plas ontraden; te veel blauwalg. Nu zijn de lokale zwemmers wel gewend dat je in de Plas alleen vroeg in het seizoen terecht kan. Naarmate de zomer vordert en het water opwarmt, breekt onvermijdelijk het punt aan dat de bacteriën die ‘blauwalg’ genoemd worden zo overvloedig groeien en gifstoffen afscheiden, dat zwemmen niet meer prettig en mogelijk zelfs schadelijk wordt. Maar begin mei – dat was een nieuw record.

Al jaren worstelen gemeente en hoogheemraadschap met de aanpak van blauwalg in de Kralingse plas. Vorig jaar bleek dat na toevoeging van waterstofperoxide aan het water de visstand daalde, eerder werd een grootschalige, meerjarige aanpak direct gevolgd door de ergste algenbloei in jaren.

Illustratie Helena Keizer/Gemeente Rotterdam

Maar de Kralingse Plas is voor de stenige stad een belangrijke plek. Ieder jaar zoeken ongeveer 3 miljoen mensen plas en bos op om te zeilen, zwemmen, kanoën, wandelen. Dus gaan ze het weer proberen. Ruim 5 miljoen euro trekken de gemeente, het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de Provincie Zuid-Hollander er dit keer voor uit. In februari werd het plan van aanpak naar de gemeenteraad gestuurd, en na volgende zomer beginnen de eerste grote werkzaamheden.

Wat gaat de gemeente doen, en waarom zou het deze keer wel lukken? Het uitgangspunt is in ieder geval eenvoudig; voorkomen dat er (nog meer) voedingsstoffen in het water van de plas terecht komen, een zogeheten ‘bronaanpak’, zeggen Eunice Boereveen en Johan van Tent. Boereveen is projectmanager bij de gemeente, Van Tent is adviseur waterkwaliteit bij het hoogheemraadschap. „De blauwalg is een bacterie met fotosynthese. Die heeft voedingsstoffen nodig voor zijn cellen, vooral fosfor, net als elk levend wezen”, zegt Van Tent. „In het oppervlaktewater in Nederland zit door de intensieve landbouw veel fosfor, en wat dan het beste kán groeien, groeit het best. Dat is vaak blauwalg.”

Stuurknop

Fosfor is, zo legt Boereveen uit, de ‘stuurknop’ voor groei van algen, en die willen ze dichtdraaien. Om te beginnen door het slib op de bodem van de plas af te dekken met zand, en door de sluis voor de pleziervaart zo aan te passen dat die geschut wordt met water uit de plas in plaats van uit de fosforrijke boezem. „Met de sluis gaan we naar verwachting na de zomer van 2019 beginnen, we onderzoeken nu wat voor soort pomp daarvoor het meest geschikt is.”

Maar er zijn veel meer manieren waarop organisch materiaal, voedingsstoffen voor de blauwalg dus, van buiten in het water terecht komen. „Hondenpoep bijvoorbeeld. Nu worden de honden op het hondenstrandje echt uitgenodigd direct naast de plas te poepen, dat moeten we niet willen”, zegt Boereveen. „We kunnen bijvoorbeeld denken aan het uitbreiden van de opruimplicht.” Dan zijn er de ganzen. Als ze het zwemstrandje aan de westkant niet bemesten, zijn ze wel bezig de lange houten steiger te bekleden met een dikke laag poep. „Die steiger wordt dan weer schoongespoten – in de plas.”

Als het heel hard regent, stort om het poeptrio compleet te maken ook het riool over in de sloten die in verbinding staan met de plas. Van Tent: „Dat kan je niet rigoureus afsluiten, je wil ook niet dat de wijken rond de plas blank staan als het regent.”

Iets vergelijkbaars geldt voor het gemaal in het noordwesten van de plas. „Dat gaat al zelden aan, maar het is soms toch nodig.” Dan zijn er nog de boombladeren die in de herfst in de slootjes van bos vallen, of rechtstreeks in de plas. Ook dat is voeding, vult Van Tent aan. „We kunnen in ieder geval vaker bladvissen en overhangende takken snoeien”, zegt Boereveen.

Een relatief nieuwe bron van fosfaten ligt in de festivalminnendheid van de stad: na elk groot festival aan de westkant van de plas moet het gras opnieuw worden ingezaaid en bemest. Een deel van die mest spoelt via de drainage vervolgens de plas in. Het doel is uiteindelijk, zegt Van Tent, om het water in de plas zoveel mogelijk te isoleren van zijn omgeving.

Op de vraag hoeveel die verschillende bronnen bijdragen aan het probleem, 8moeten de twee het antwoord schuldig blijven. Van Tent: „Dat hangt af van zoveel verschillende factoren, dat het geen zin heeft om dat precies uit te rekenen. We hebben een systeemanalyse gemaakt. We weten dat het slib op de bodem, de zogeheten interne bron, de belangrijkste boosdoener is, en in mindere mate de inwatering via sluis – een externe bron van voedingsstoffen. De hoeveelheid voedingsstoffen via de sluis is ongeveer gelijk aan alle andere externe voedingsbronnen bij elkaar.” Boereveen maakt een voorbehoud: We zullen de fosfaten nooit naar nul kunnen terugbrengen. En het blijft natuur, we grijpen in in een ecosysteem. Dan kunnen er in een overgangssituatie onverwachte effecten ontstaan. Maar het doel is een gezonde plas, met helder water en veel biodiversiteit.”

Landelijk

Het is een landelijk probleem, de overdaad aan blauwalgen. Lisette de Senerpont Domis doet aan het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) onderzoek naar oppervlaktewateren. „Het is het gevolg van de keuze voor intensieve landbouw”, zegt ze. Toen de fosfaten in de jaren ‘80 uit de wasmiddelen verdwenen werd de waterkwaliteit beter, en ook door de inmiddels strengere mestnormen komen er nu minder voedingsstoffen in het water terecht. „Maar die jarenlange overbelasting heeft zijn sporen achtergelaten op de waterbodems; daar ligt een archief aan fosfaten, die vrijkomen in het water. Deze zogeheten interne nalevering is in Nederland een groot probleem, en het is ook één van de redenen dat er veel wordt gebaggerd.” Als ondiepe plassen zoals de Kralingse Plas eenmaal zijn ‘omgeklapt’ van helder water naar een troebele algenplas, is het heel moeilijk om dat te herstellen, zegt De Senerpont Domis. Het omslagpunt voor de terugweg ligt niet bij dezelfde grenswaarden: „Je moet het water veel schoner maken dan het was om weer tot een helder systeem te komen.”

Vuistregel

Overigens zijn blauwalgen op zichzelf niet altijd gevaarlijk. Het is pas als ze overheersen dat de grootste ontstaan, zegt De Senerpont Domis. Niet alle blauwalgen zijn bovendien giftig, en ook de giftige zijn dat niet altijd. „Als vuistregel geldt dat drijflagen riskant zijn. Dat is als er zoveel blauwalgen in water zitten dat ze aan de oppervlakte komen drijven. In die lagen kan zoveel toxische stof zitten, dat honden maar ook mensen daar aan kunnen overlijden.”

De vorige keer dat de gemeente en het het hoogheemraadschap het probleem grootschalige aanpakte had dat niet het gewenste resultaat. Ook toen werd de bodem van de plas met een laag zand bedekt. De eerste resultaten in 2012 waren veelbelovend – helder water, goede waterplanten, herstellende visstand – maar die zomer was de algenbloei erger dan ooit. Het bleek fout te zijn gegaan bij de aanleg van de natuurvriendelijke oevers. Door de windwerking en stroming kwam het slib uit die oevers over de hele bodem terecht. Daarnaast bleek de beschoeiing niet stabiel.

Het valt op dat ook nu nog veel onzeker is – veel plannen moeten nog worden uitgewerkt. „We nemen de tijd om zorgvuldig te onderzoeken hoe je dingen aanlegt”, zegt projectmanager Boereveen. Pas als de plas zoveel mogelijk is geïsoleerd, komt er een tapijt van 20 centimeter zand te liggen over het slib op de bodem: vergelijkbaar met 11.000 vrachtwagens zand. Ook die maatregel heeft zo zijn complicaties; nog niet duidelijk is bijvoorbeeld hoe de zandlaag moet worden aangelegd in de jachthavens bijvoorbeeld, waar palen in de grond voor trillingen zorgen. Of aan de natuurvriendelijke oevers, waar ondiepten met waterplanten een goede plek zijn voor vissen en vogels. „Ja, die oevers komen weer terug, maar we gaan zorgen dat het probleem zich niet herhaalt”, zegt Boereveen.

    • Elsje Jorritsma