Er komen meer agenten, maar Grapperhaus gaat de politie niet veranderen

Nationale politie

De korpschef krijgt iets meer te zeggen, maar de minister van Justitie houdt stevig grip op de Nationale Politie. Dat blijkt uit plannen voor de politie die minister Ferdinand Grapperhaus (CDA) vrijdag presenteerde.

Korpschef Erik Akerboom en minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid tijdens een toelichting op de uitwerking van de investeringen uit het Regeerakkoord en het meerjarenplan voor de politie. Foto Koen van Weel / ANP

Met een speciale persconferentie, een filmpje en een borrel kondigde minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus (CDA) vrijdag op een politiebureau aan wat er de komende jaren bij de politie moet gebeuren. Problemen genoeg, zeker sinds de chaotisch verlopen en min of mislukte centralisering van de politie, vijf jaar geleden. Stroeve, omslachtige procedures, een nijpend personeelstekort, vooral in de provincie, vergrijzing, kritiek op de centrale rol van de minister: de lijst klachten was lang.

Eén gelukje voor Grapperhaus en de politie: er is geld, al in het regeerakkoord beloofd. Het gaat om 290 miljoen euro per jaar extra. Daarvan moeten extra agenten komen, zegt Grapperhaus. Er komen 170 rechercheurs bij om zware criminaliteit en ondermijning te bestrijden, en ook 170 tegen cybercrime. 770 extra wijkagenten worden verdeeld over het land.

Maar wat achterwege blijft, ondanks de kritiek op het functioneren van de Nationale Politie: grote veranderingen. Grapperhaus wil „organisatorische rust”. Want grote veranderingen, daar heeft de Nationale Politie, in 2013 gevormd uit 26 aparte politiekorpsen, er volgens Grapperhaus de laatste jaren al genoeg van gehad.

Met zijn plannen komt Grapperhaus maar gedeeltelijk tegemoet aan het rapport van de commissie-Kuijken over de invoering van het landelijke politiekorps. Die commissie, onder leiding van topambtenaar Wim Kuijken, concludeerde in het najaar van 2017 onder meer dat de minister té machtig was geworden bij de vorming van de nationale politie. Hij is eigenaar, opdrachtgever en toezichthouder van de politie. De minister stelt formeel de begroting van de politie op, keurt ze goed, zit het overleg met Openbaar Ministerie (OM) en burgemeesters over politie-inzet voor én houdt toezicht op de politie. Om de nationale politie een succes te maken, moesten die rollen volgens Kuijken „ontvlochten” worden.

Lees ook: een interview met Wim Kuijken over de nationale politie

Dat gebeurt niet, blijkt uit een brief die Grapperhaus vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. De korpschef krijgt iets meer taken, maar binnen door de minister bepaalde grenzen. Zo krijgt de korpschef „formeel de taak” om begrotingen, ramingen en jaarverslagen op te stellen – maar de minister behoudt al zijn rechten om die stukken zelf aan te passen, en om de korpschef aanwijzingen te geven. Ook voert de korpschef voortaan de gesprekken met vakbonden over cao’s en personeel, maar binnen lijnen die de minister bepaalt.

Dat is logisch, zei Grapperhaus vrijdag: hij is immers politiek eindverantwoordelijk. „Ik moet er verantwoording over afleggen aan het parlement, dus ik zal de plannen van de korpschef ook toetsen.”

Wel krijgt de korpschef een vaste plaats aan tafel in het overleg met OM en burgemeesters – het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) genaamd.

De aanbeveling van Kuijken om dat overleg een onafhankelijke voorzitter te geven, vindt Grapperhaus „onverstandig”. Zo’n voorzitter roept volgens hem „tal van vragen op over zijn benoeming, zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en het is onvermijdelijk dat een onafhankelijk voorzitter invloed krijgt op de sturing van de politie.” Bovendien gaat de minister zich er „dan ook echt meer mee bemoeien”.

Burgemeesters krijgen niet meer bevoegdheden over hun agenten dan ze nu al hebben, blijkt verder uit de brief. Twee jaar na de vorming van de nationale politie werd hun rol al iets groter. Zo beslissen burgemeesters bij vergaderingen van de regionale eenheden, waarvan er tien zijn, mee over de prioriteiten van de politie in hun regio. De „herijking” uit 2015 wordt doorgezet, schrijft Grapperhaus. Volgens hem hebben burgemeesters al veel ruimte om zelf te beslissen wat hun agenten doen. „Zie bijvoorbeeld de discussie over vuurwerk”, zegt Grapperhaus. „Over zo’n veiligheidsvraagstuk kunnen burgemeesters nu zelf beslissen.”

Extra geld en agenten

Een van de eerste extra taken die korpschef Erik Akerboom wat betreft Grapperhaus heeft: bepalen waar de 291 miljoen euro die de politie jaarlijks extra krijgt aan besteed gaat worden. De afgelopen jaren, tegelijk met de vorming van de nationale politie, ging er 250 miljoen euro af.

Akerboom en Grapperhaus kondigden aan 1.100 extra agenten op te willen leiden, boven op de 17.000 die de komende jaren opgeleid moeten worden. Er dreigt namelijk een groot personeelstekort door vergrijzing – van de ongeveer 60.000 agenten gaan er de komende zeven jaar zo’n 14.000 met pensioen. Omdat de aspiranten nog niet klaar zijn, zei Akerboom, „zal de druk op agenten de komende jaren eerst nog toenemen”.

    • Mark Lievisse Adriaanse