Er gaan duizenden mensen te vroeg dood door transvetten, weg ermee

Wat eten we? Transvetten vergroten de kans op hart- en vaatziekten. Oplossing: geen transvet meer in onze voeding.

Haal de transvetten overal ter wereld uit het voedsel, zegt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Wereldwijd gaan er ieder jaar 540.000 mensen te vroeg dood door transvetten, die de kans op hart- en vaatziekten vergroten. Is 540.000 doden veel? Is dat weinig? In 2016 stierven op aarde 54 miljoen mensen, van wie ruim een miljoen aan aids en ongeveer 700.000 aan ondervoeding.

Wat het vooral is, zegt de WHO, is dat die 540.000 transvetdoden (1 procent van alle doden) laaghangend fruit zijn. Die doden zijn te vermijden door geen transvet in het voedsel te verwerken. Verreweg het meeste wordt er expres in gestopt door voedingsmiddelenfabrikanten, omdat het voor meer structuur zorgt. Transvet is makkelijk en goedkoop, maar vervangbaar. Replace Trans Fat is dan ook de slogan van de WHO-actie.

Transvetten ontstaan massaal bij het industrieel harden van vetten, ze zijn ook een bijproduct van frituren en zitten van nature in melk en vlees van herkauwers. Herkauwers hebben bacteriën in hun maag die transvet maken. Het Voedingscentrum schrijft op zijn site dat koeien die in de wei grazen wat meer transvet in hun melk hebben dan koeien die altijd binnen staan en ook ander voedsel dan gras krijgen.

Lees ook: Gezond eten is een kwestie van gezond verstand

Industrieel geharde vetten zijn plantaardige olies, of visolie die door een chemische bewerking hard of smeerbaar worden op kamertemperatuur. De margarines in papieren wikkels zaten in de jaren 90 vol met geharde vetten. Industriële bakkers waren ook dol op transvet. Met andere productieprocessen zijn die transvetten vermijdbaar. In margarine in de Nederlandse supermarkt zit al jaren vrijwel geen transvet meer.

De bedoeling is dat we in Nederland minder dan 1 procent van onze energie uit transvet halen, vindt de Gezondheidsraad. Bij een gezonde calorie-hoeveelheid van 2.000 komt dat neer op 2,2 gram transvet per dag. Dat lukt al. De WHO-actie is aan Nederland dus niet besteed. Volgens het Voedingscentrum eten Nederlanders gemiddeld 1,0 tot 1,5 gram transvet per dag. Dat komt tegenwoordig voor de helft uit zuivel en vlees. De andere helft komt nog van de industrieel geharde vetten en dat aandeel wordt steeds kleiner.

Boter, cake, gebak

Er zijn landen waar mensen dagelijks nog 6,5 procent van hun calorieën uit transvet halen. Iedere 2 procentpunt meer verhoogt de kans op een hartziekte met 23 procent, schrijven Britse en Nederlandse onderzoekers in een artikel waarin ze het succes van vrijwillige transvetbeperking door de Nederlandse voedingsmiddelenproducenten beschrijven. In Nederland eet nog 7,5 procent van de mensen meer dan de aanbevolen 2,2 gram transvetten. Het komt vooral doordat ze zoveel boter, cake en gebak eten.

Lees ook: Vroeger werd margarine als gezond gezien - en terecht

Die vrijwillige transvetmindering begon in Nederland in het begin van de jaren 90, ingezet door voedinghoogleraar Martijn Katan en margarinefabrikant Unilever. Katan vond in onderzoek dat transvet gevaarlijk was; Unilever had nieuwe productietechnologie. In 2003 kwam er een taakgroep vetzuursamenstelling, waarna ook de koekjesbakkers en kant-en-klaarvoedingfabrikanten transvetten gingen vervangen. In een paar andere Europese landen zijn harde normen door de overheid vastgesteld. Nederland loopt met enkele landen voorop. De WHO-actie is voor de rest van de wereld.

    • Wim Köhler