Een nieuw begin, drie meter onder NAP

De Zuiderzeewet is honderd jaar oud. De eerste bewoners van de Noordoostpolder waren avontuurlijke boeren, zeggen hun nazaten. „Nu is dit een achtergebleven gebied.”

Het droogmalen van de Noordoostpolder begon na de sluiting van de dijken op 13 december 1940. Foto Ge van der Werff/ANP

Als boer Jan te Selle (56) bij Ramspol de brug over rijdt, weet hij: ik ben thuis. Thuis, dat is de drooggepompte zeebodem van de Noordoostpolder, in 1942 als eerste Flevolandse polder uit de Zuiderzee verrezen. „Dat wijdse. En die wind, daar moet je gewoon van houden.” De korte mouwen van zijn T-shirt wapperen in de bries bij windkracht 5.

Honderd jaar geleden, in juni 1918, verscheen de Zuiderzeewet in het Staatsblad en kon de afsluiting en inpoldering van het water beginnen. Dat wordt deze week gevierd. Het is drie dagen feest, met rondvaarten, optredens en een vlootschouw door prinses Beatrix in Lelystad.

De boeren die honderd jaar geleden naar het zuiden van Flevoland verhuisden, waren vaak door de overheid uitgekocht om plaats te maken voor bouwprojecten op hun oude grond. Lelystad en Almere trokken vooral stedelingen aan. De Noordoostpolder, in de jaren 40 drooggemaakt, was anders. Daar kwamen avontuurlijker types op af.

Drie meter onder NAP

„Mijn vader was een pionier”, zegt Jan Pol, die op een veld in de Noordoostpolder suikerbieten staat de wieden. Kwam in 1942, op de fiets, van het oude naar het nieuwe land. Eerst in de barakken, slootjes graven en drainagebuizen leggen. Later in een boerderij, om het naoorlogse Nederland van voedsel te voorzien. Zoon Pol nam het erf over. Terug naar Drenthe? Hij voelt er weinig voor.

Drenten, Brabanders, Friezen, Zeeuwen na de watersnood: ze vestigden zich allemaal op de vroegere zeebodem, op boerderijen of in dorpen als Ens, Kraggenburg en Luttelgeest. Een nieuw begin, drie meter onder NAP.

„Een multiculturele smeltkroes, dat was het”, zegt boer Jan te Selle. Ook zijn vader was er vroeg bij. Die was met acht koeien en een paard uit de Achterhoek vertrokken. Of de huidige generatie het lef en de spierkracht voor zo’n kunstje zou hebben, hij weet het niet.

Er klinkt trots door in de stemmen van de eerste Polderbewoners en hun nazaten. Hier wonen was een beproeving, maar ook een privilege: de vroegste boeren en dorpelingen werden stuk voor stuk geselecteerd. Inspecteurs van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders gingen de huizen van gegadigden langs om te bepalen wie in de polder thuishoorde. Was je niet getrouwd of miste je de juiste referenties, dan kwam je er niet in.

Oostelijk en Zuidelijk Flevoland hadden dat pioniersgevoel niet, zegt Te Selle. „Die kwamen aan met leren jassies en het geld in de zakken.” Hij kijkt om zich heen. Rechte wegen, bomenrijen, boerderijen opgetrokken uit baksteen en beton. „Hier wisten ze van aanpakken.”

Het Laatse sluitgat, “De Vlieter” bij de drooglegging van de Zuiderzee in 1932. Foto ANP

Achtergebleven gebied

„Ik vind dat ze ‘t nu verkwanselen”, zegt Jan Pol tussen de bieten. Hij leunt op zijn hak. „Met die nieuwe natuur. Voor de landbouw is dat een aderlating.” Hoort erbij, vindt Jan te Selle. Vroeger was er landbouwgrond nodig, nu willen de mensen recreëren. En voor hier een zee was, was er ook al eens land, dingen veranderen. Maar ook hij erkent wat de anderen zeggen: de pioniersgeest kalft af.

Boer Hans Geluk ziet het met zijn eigen ogen. En in de portemonnee. „Vroeger was dit een walhalla, nu is het een achtergebleven gebied”, zegt de 60-jarige Geluk op zijn erf in Nagele, een van de geplande dorpen tussen het boerenland. „Wij zijn echte Poldernaars en echte Nagelezen.”

Op zijn erf staat nu een joekel van een windturbine. Want de akkers staan vol, met tarwe, aardappelen, witlof, bieten, uien – maar daarmee red je het niet. Je moet met vee of een camping aan de slag, of je gaat met zo’n turbine in de weer.

Met de Noordoostpolder gaat het goed, maar het economisch belang van de landbouw loopt terug, maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek deze week bekend. De grond klinkt in, de opbrengsten dalen. Door schaalvergroting zijn er steeds minder boeren. In hun boerderijen nemen nieuwkomers hun intrek. Aardige lui, weet Geluk, maar geen pioniers.

Correctie (19 juni 2018): In een eerdere versie was sprake van het dorp Krabbenburg. Dat moet Kraggenburg zijn.
Correctie (29 juni 2018): In een eerdere versie stond dat boeren honderd jaar geleden naar Zuid-Flevoland trokken. Dat moet zijn: vanaf de jaren vijftig.

    • Rik Rutten