Op bezoek in Panama: het honkballand plakt nu voetbalplaatjes

Panama

Honkballand Panama plakt nu voetbalplaatjes van Panini. Het staatje van Noriega, de Papers en het kanaal is voor het eerst op het WK. „Dit is vooral van moreel belang.”

De aankomst van de nationale ploeg van Panama in Saransk, met Roman Torres, Anibal Godoy and Felipe Baloy. Foto Stanislav Krasilnikov/TASS

In de kleine huiskamer van de familie Vergara, midden in de volkswijk El Chorrillo, klinkt gejuich als Panama al vroeg in het duel met België op voorsprong komt. De tienjarige Yamircin balt zijn vuist. Het is zíjn doelpunt. Vader Yamir Vergara (28) lacht vanaf de bank om de actie van zijn zoon. „Op PlayStation is het heel wat makkelijker voor ons om wedstrijden te winnen. Dat zal straks in het echt wel anders zijn”, zegt de centrale verdediger van de Panamese topclub Tauro FC. „Plaatsing voor het WK is al gigantisch. Ieder succesje is een bonus.”

Woensdag 11 oktober 2017 staat bij alle Panamese voetbalfans voor altijd in het geheugen gegrift. Er voltrekt zich op die avond in het lang niet uitverkochte Estadio Rommel Fernández Gutiérrez een voetbalwonder waar zelfs de grootste positivo niet op had durven hopen. Terwijl de Verenigde Staten verrassend onderuit gaan bij Trinidad en Tobago, wint Panama in eigen huis op de valreep van Costa Rica, door een doelpunt van captain Román Torres. Met slechts dertien punten uit tien wedstrijden plaatst het Midden-Amerikaanse land zich voor het eerst voor een WK voetbal.

Na het laatste fluitsignaal verkeert Panama-Stad in extase. Arm en rijk zijn voor even één in hun geluk, in de achterbuurten en tussen de wolkenkrabbers. De metropool van 1,2 miljoen inwoners heeft nooit eerder zó massaal een sportsucces gevierd. President Juan Carlos Varela speelt op de sentimenten in en kondigt een nationale feestdag af voor alle vier miljoen Panamezen. „De decreten zijn getekend. Jullie verdienen het, leve Panama!”, twittert de politiek leider van het volk. Iedereen vrij, scholen blijven dicht. ‘God is Panamees’, kopt dagblad El Siglo. Niemand spreekt nog een kwaad woord over de zo bekritiseerde Colombiaanse bondscoach Hernán Darío Gómez. El Bolillo – de bijnaam ‘de wapenstok’ kreeg hij ooit nadat hij zijn hoofd kaal had geschoren – heeft woord gehouden: na kwalificaties met Colombia (1998) en Ecuador (2002) leidt hij Panama naar het WK van 2018.

Foto Koen Greven

Boksen en honkbal

„Si se pudo!”, – oftewel ‘Ja, het kon!’ – klinkt het uit tienduizenden kelen als Panama vlak voor het vertrek naar Rusland een uitzwaaiwedstrijd speelt tegen Noord-Ierland. Dit keer is het stadion helemaal gevuld met een rode, swingende massa: La Marea Roja. De internationals worden één voor één als sterren verwelkomd. Het duel eindigt in een bloedeloze 0-0.

Maar voor de veteranen Blas Pérez (37), Felipe Baloy (37), Luis Tejada (36), Román Torres (32) en recordinternational Gabriel Gómez (33) betekent het een emotioneel afscheid van het eigen publiek nog voordat het hoogtepunt in hun carrière moet volgen. Het kwartet zal na het WK stoppen als international en als helden de Panamese voetbalgeschiedenis ingaan. Román Torres, de grote, sterke en zware verdediger van het nationale elftal, zal meer tijd gaan steken in zijn eigen voetbalschool in El Chorrillo. De nummer ‘5’ van Panama is met afstand de populairste speler van het land.

Panama is bij de buitenwereld vooral bekend door het kanaal, oud-dictator Manuel Noriega, zanger Rubén Blades en de Panama Papers. Het is lang een van de weinige landen in Latijns-Amerika geweest waar voetbal níet de populairste sport was. Nederland werd er in 2011 in het Estadio Rod Carew – genoemd naar de voormalige profspeler van de Twins en de Angels – wereldkampioen honkbal. Met name buiten Panama-Stad is dat nog steeds de meest beoefende sport. De bekendste sporters zijn oud-pitcher Mariano Rivera van de New York Yankees en voormalig wereldkampioen boksen Roberto Durán.

Foto Koen Greven

Het nationale voetbalelftal staat 55ste op de FIFA-ranking en wordt ‘de Assepoester van het continent’ genoemd. Tot jarenlange frustratie van journalist en voetballiefhebber Roberto Acuña. Hij draagt op de perstribune zonder enige gêne het rode shirt van het nationale elftal bij het maken van zijn verslagen voor het dagblad Crítica. „Panama is tot het jaar 2000 een soort kolonie geweest van de Verenigde Staten. De invloed van de Amerikanen vond ook zijn weerslag in de sport. Die honkbalden en hielden van boksen”, legt Acuña uit. „Ik volg het Panamese voetbal sinds het WK van 1978. Dat was vaak om hopeloos van te worden. Maar de sport is snel terrein aan het veroveren. Nu staat opeens vrijwel het hele land achter de nationale ploeg. En mag ik voor mijn pensioen toch naar een WK.”

Het Panamese voetbal staat in vergelijking met buurlanden als Costa Rica en Colombia in de kinderschoenen. Slechts 52.000 Panamezen zijn officieel als voetballer geregistreerd. De grote clubs met namen als Tauro, Plaza Amador, Arabe Unido, FC Chorrillo en Sporting San Miguelito komen allemaal uit Panama-Stad zelf. In de provincie is honkbal dominant. Profs uit de nationale voetbalcompetitie mogen blij zijn met 1.000 dollar in de maand. Internationale scouts komen bij gebrek aan niveau amper kijken. „Ik hoop echt dat het WK voor ons meer deuren zal openen”, zegt de negentienjarige Josué Vergara, verdediger van Plaza Amador en Jong Panama. „Het is prachtig om hier de nationale klassieker met Plaza tegen het Tauro van mijn oudere broer te spelen. Maar ik zou heel graag in het buitenland spelen. Veel van de Panamese internationals spelen in de Amerikaanse competitie. Maar ik droom meer van Europa. Zoals Rommel Fernández.”

Foto Koen Greven

De geest van Rommel

Het aantal bekende voetballers dat het land in de voorbije decennia heeft voortgebracht is op de vingers van één hand te tellen: Cascarita Tapia, de tweelingbroers Jorge en Julio Dely Valdés en Rommel Fernández Gutiérrez. Maar ook deze vier spreken met name binnen de landsgrenzen van Panama tot de verbeelding.

Tragisch is het verhaal van Rommel Fernández, die op 6 mei 1993 bij een auto-ongeluk in Spanje om het leven kwam. Zijn geest leeft in Panama-Stad echter nog altijd voort. Het lichaam van Rommel Fernández rust op plek nummer acht van het Cementerio Amador. De begraafplaats ligt vlakbij het inmiddels gesloopte houten huisje in El Chorrillo, de wijk waar hij is opgeroeid. Helario Martínez waakt over het graf van de voetballer. De Panamees houdt de witte grafsteen, waarop een voetbalveld is getekend, dagelijks schoon. „Rommel is de beste voetballer die we hier ooit hebben gehad”, vertelt de beheerder. „En ook al heeft de jeugd Rommel nooit zien spelen, hij is toch een voorbeeld in El Chorrillo. Je kunt beter gaan voetballen dan in drugs handelen. Elk jaar op 6 mei is hier een herdenking. De naam Rommel Fernández mag nooit worden vergeten.”

In het hart van El Chorrillo, bij de Plaza Amador, liggen vele voetstappen van Rommel Fernández. Op het pleintje, waar nu een veld in aanbouw is, leert de grote en sterke aanvaller wat straatvoetbal is. In 1986 speelt Rommel Fernández zich in de kijker van CD Tenerife als hij onverwachts mee mag doen op een toernooi met een selectie van spelers met Spaanse voorouders. Hij verdient een contract en dwingt later een overgang naar FC Valencia af, waar Guus Hiddink dan trainer is.

Hand van steen

Rommel Fernández verliest de concurrentiestrijd van de Bulgaarse spits Luboslav Penev en vertrekt naar Albacete. De Panamees speelt een verdienstelijk seizoen maar alles is in één klap voorbij als hij op zijn 27ste bij een autorit de controle verliest en een boom ramt. Bij elke interland van Panama hangt er sindsdien een spandoek met zijn naam. Zo zal Rommel Fernández er in gedachten in Rusland ook bij zijn als tegen België, Engeland en Tunesië wordt gespeeld.

Het elftal van Panama wordt in Rusland door enkele duizenden fans vergezeld. De levende bokslegende Roberto Durán overwoog als talisman met de ploeg mee te gaan, maar uiteindelijk volgt hij het WK vanuit Panama. De oud-wereldkampioen heeft de volksbuurt El Chorrillo al langgeleden verruild voor een fraai huis in de centraal gelegen wijk El Cangrejo. „Net als iedere Panamees ben ik heel blij dat we eindelijk aan een WK meedoen”, zegt Durán, die een T-shirt met zijn eigen afbeelding draagt. „Ze moeten wel gaan om iets te presteren, want anders kunnen ze beter thuisblijven.”

Durán, die in vier verschillende gewichtsklassen wereldkampioen werd, is een levende legende. Hij weet als geen ander wat winnen is. Tussen 1968 en 2001 stapt hij bij 103 van de 119 gevechten met de armen omhoog uit de ring. „Boksen is heel anders dan voetbal, hè”, legt ‘de hand van steen’ uit. „Zij gaan met zijn twintigen aan een toernooi beginnen. Er is één wereldtitel en die moeten ze met z’n allen delen. Ik heb alles in mijn eentje gedaan en heb zes wereldtitels veroverd. Boksen is veel grootser.”

Toch ziet Durán ook wel gelijkenissen. „Al die voetballers zijn vrienden van mij geworden. Ze zijn net als ik vaak vanuit het niets omhoog gekomen. Ik heb ze bepaalde tips meegegeven. Dat zijn andere dingen dan die de coach ze vertelt. Op het veld zullen ze aan me denken. Ze moeten heel snel zien te handelen. In de ring krijg je anders meteen een klap, bij het voetbal ben je de bal kwijt.”

Panini-album

Hoewel de verwachtingen van de Panamezen niet hooggespannen zijn is het land wel in de ban van het WK. Voor het eerst staat de selectie van Panama in het beroemde album van Panini. Binnen een mum van tijd zijn er meer dan tien miljoen pakjes verkocht. Een spaarzegelactie van supermarktketen Rey, zodat de shirts van het nationale elftal met korting kunnen worden aangeschaft, is een ongekend succes. De vooraanstaande Panamese econoom Ricardo Quiel volgt de WK-gekte van gepaste afstand. „Ik verwacht er eigenlijk heel weinig van. Ik denk dat de ploeg langer bij de Russische douane heeft doorgebracht dan dat ze op het veld zullen staan”, zegt hij gekscherend in de lobby van een hotel in het centrum. „Misschien dat de economie een kleine impuls krijgt. Ik denk dat de impact van het WK vooral van moreel belang is. Het imago van het land is door het uitlekken van de Panama Papers negatief beïnvloed. Alsof het hier niet deugt. Het voetbalelftal heeft gelukkig voor positiever nieuws gezorgd. En nu maar kijken wat het wordt in Rusland.”

    • Koen Greven