De vaten van Christo komen uit Oosterhout

Janus Vaten Janus Vaten maakte ver voordat het hip was of noodzakelijk werd, vaten voor hergebruik. En het familiebedrijf uit Oosterhout heeft een speciale band met kunstenaar Christo.

Een kunstwerk van Christo, met 7.000 opgestapelde vaten NIKLAS HALLEN

Vrachtwagens van Janus Vaten uit Oosterhout rijden deze weken onder speciale begeleiding door Hyde Park in Londen naar het Serpentine-meer. Ze zitten vol lege, stalen vaten die in opdracht van kunstenaar Christo – vooral bekend van zijn inpakkunst – wit, blauw, rood en paars zijn gespoten. De vaten worden gebruikt voor een drijvende mastaba, een afgetopte piramide. De mastaba zal van 19 juni tot en met 9 september te bewonderen zijn in het park van de koninklijke familie van Engeland. Janus Vaten levert de 7.506 vaten voor dit kunstwerk. Al sinds 1966 werkt Christo met vaten van het Oosterhoutse bedrijf.

Janus Vaten is een familiebedrijf dat in 1870 werd opgericht. Tot na de Tweede Wereldoorlog was het bedrijf vooral een kuiperij die houten vaten repareerde. De eerste generatie werkte voornamelijk voor de fabrikanten in de Zaanstreek die hun plantaardige oliën in houten vaten opsloegen en vervoerden. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen stalen vaten in zwang. Houten vaten werden vooral nog gebruikt voor gedestilleerde dranken. Janus Vaten stapte over op staal. Niet dat het bedrijf stalen vaten ging maken. Nee, het haalde lege, stalen vaten op om ze vervolgens uit te deuken, te reinigen en opnieuw te spuiten zodat ze hergebruikt konden worden. Reconditioneren noemen ze dat in de verpakkingsbranche. Ver voordat het modieus werd of als noodzakelijk werd gezien, hield de familie Janus zich bezig met hergebruik.

Nieuwe vaten zijn duurder

Vader Frits Janus (75) en zijn jongste zoon Ton Janus (38) zitten in het kantoor van vader Frits als ze over het familiebedrijf vertellen. „Zolang de jongens de sloten niet vervangen, blijf ik komen”, zegt vader Frits. Toch hebben hij en zijn jongere broer Henk al lang niet meer de leiding. Die is nu in handen van hun vier zoons: twee zoons van Henk en twee zoons van Frits. Zoon Ton: „Mijn broer heeft de eindverantwoordelijkheid, mijn neven en ik doen de commerciële kant en de logistiek.”

Janus Vaten heeft eigen vrachtwagens en haalt lege vaten op in de Benelux, Frankrijk, Engeland , Duitsland en Scandinavië. Verder dan 400 tot 600 kilometer rijden is niet rendabel. Vader Frits: „Je vervoert toch lucht.” Het bedrijf werkt voor oliemaatschappijen en voor giganten in de vruchtensap en de chemische industrie.

Zoon Ton (links) en vader Frits Janus

Andreas Terlaak

Klanten die gereconditioneerde vaten afnemen, doen dat omdat die nou eenmaal goedkoper zijn dan nieuwe. Ton: „Er wordt hergebruikt om economische redenen. Dat was vroeger zo en dat is in deze tijden van recycling en kringloopdenken eigenlijk nog altijd zo. Zo groen zijn we allemaal nog niet.”

Begin deze eeuw groeide de vraag naar kunststof containers. In 2007 sloot het Oosterhoutse familiebedrijf daarom een joint venture met de van oorsprong Duitse verpakkingsgrootmacht Mauser. Samen met Mauser ging het in Oosterhout kunststof 1.000 liter tanks reinigen en klaar maken voor hergebruik. Vader Frits, bedenkelijk kijkend: „Kunststof is goedkoper en lichter, maar moeilijker te reinigen.”

Het familiebedrijf bleef stalen vaten reconditioneren. Toch is de markt voor kunststof containers de afgelopen jaren het hardst gegroeid, vertelt zoon Ton. „In 2007 reconditioneerden we hier 15.000 containers. In 2018, met de twee Franse vestigingen van de joint venture erbij, 250.000.” Hij snapt dat ook wel. „In een metalen vat kan 200 liter, in zo’n kunststof container het vijfvoudige.”

Van de honderd werknemers in Oosterhout, werken er dertig in dienst van de joint venture. Vader Frits: „Onze zoons zitten aan de linkerkant in het warme bad van het familiebedrijf en aan de rechterkant in de joint venture waar alles verantwoord moet worden en budgetten heilig zijn. Dat houdt ze fris.” Zoon Ton: „Het is fijn om een grote vriend als Mauser te hebben. Via Mauser kom je bij de groten aan tafel.” Zoon Ton laat de machines zien die gebruikte stalen vaten reinigen en de staalkorrels waarmee ze worden geschuurd. Hij gaat voor langs de machines die de kunststof containers schoonspoelen en legt uit dat het droog krijgen nog niet zo gemakkelijk is.

Hij toont ook de hal waar nieuwe stalen vaten worden gemaakt. „Sinds 2012 maken we ook nieuwe vaten. Terwijl de markt voor gereconditioneerde vaten al jaren redelijk constant blijft, groeit de productie van nieuwe vaten bij ons licht.” Er liggen voorbedrukte glanzende metalen platen klaar om tot vat gemaakt te worden. „De olie-industrie houdt van mooie designs. De voorbedrukte platen maken hun vaten een stuk duurder, maar dat hebben ze er voor over. De marketingafdeling van dat soort jongens is nog lang niet toe aan tweedehands vaten.”

De rondleiding eindigt bij de laatste klaarstaande vaten voor het kunstwerk van de inmiddels 83-jarige Christo. Vader Frits: „Christo zat in 1966 met de twee Nederlandse kunstliefhebbers Mia en Martin Visser in de auto. Hij zou voor hen een kunstwerk van stalen vaten maken voor een tentoonstelling in het Van Abbemuseum in Eindhoven. En toen zagen ze vanaf de snelweg Janus Vaten liggen en dachten: daar moeten we zijn. Stonden ze ineens op de stoep. Twee uur lang leidden mijn vader en ik ze rond. We probeerden er tevergeefs achter te komen wat Christo wilde.”

Een schets van een van de kunstwerken van Christo

Andreas Terlaak

Twee maanden later kwam er via de post een tekening op karton. De tekening hangt nog altijd op het kantoor van vader Frits. „Tijdens de rondleiding had hij niets opgeschreven, maar hij had een toren van vaten getekend in precies de kleuren en de maten vaten die wij hem hadden laten zien.” Vader Frits bouwde het kunstwerk van 56 vaten volgens de tekening. Hij hielp het opbouwen in het museum en later nog eens in de tuin van Mia en Martin Visser.

Niet te netjes

In 1977 was Christo er weer. Nu met de conservator van het Kröller-Müller, die een vergelijkbare vatentoren wilde hebben. Christo kwam nog naar de werkplaats toen ze de vaten gingen spuiten, vertelt vader Frits. „Om erop toe te zien dat we het niet te netjes deden, allemaal.”

Lees ook: Christo is vooral bekend van zijn inpakkunst. Hij pakte bijvoorbeeld 160 Zwitserse bomen in: de natuur veranderd in nutteloze kunst

Sindsdien kwam de kunstenaar keer op keer terug naar Oosterhout als hij vaten wilde gebruiken. De laatste jaren hebben hij en zijn team het steeds als ze in Oosterhout zijn over hun plannen voor een 150 meter hoge mastaba in Abu Dhabi. Voor de afgeknotte piramide, die de grootste ter wereld zou zijn (de piramide van Gizeh is 147 meter), zijn zeker 450.000 vaten nodig. Zoon Ton: „Er is al onderzoek gedaan naar lakken die houden in de woestijn. We zouden voor zo’n project ter plekke een productielijn moeten bouwen. Maar of de piramide er ooit echt komt, weten wij ook niet.”

Voorlopig is Janus Vaten vereerd dat het de vaten mag leveren voor het kunstwerk in Hyde Park. Op 30 mei rijdt uit Oosterhout de laatste van de dertig vrachtwagens volgeladen met 264 vaten weg. Bij de officiële opening van het kunstwerk op 18 juni zullen vader Frits en zoon Ton zeker aanwezig zijn. Zoon Ton, trots: „De piramide is hol. Het hoofd van onze technische dienst bedacht een manier om de vaten aan de onderliggende constructie te bevestigen.”

Correctie 16-6-2018: In een eerdere versie van dit stuk stond Kröller Möller. Dat moest Kröller-Müller zijn. Hierboven is dat aangepast.

    • Esther Wittenberg