De schelpduiksters verdienen het geld op Jeju Do

en wandelen door Zuid-Korea. Deel 3: ‘Toen de mist na dagen optrok bleek het eiland van een spectaculaire schoonheid.’
Duiksters op Jeju Do klauteren met bulten van 20 kilo zeewier uit het water. Foto Anita Janssen

Ja hoor lieve mensen onze wandeling rondom het wonderschone eiland Jeju is in volle gang. We zijn begonnen in Seogwipo. Dit op aanraden van een aardige juffrouw achter de Jeju Olle Trail-informatiebalie balie op het vliegveld. Vanwege de prachtige vergezichten! Maar we zagen helemaal niks want Jeju Do (do is eiland) was gehuld in dichte mist. De tocht voerde ons over eindeloze trappen door de jungle naar uitkijkpunten met verrekijkers waar je een Koreaans kwartje in moest stoppen en ook niks door kon zien. Aan het eind van de dag, bleek op onze stappenteller dat we evengoed 22 kilometer en 85 verdiepingen hadden gelopen. Dat weer wel!

Pas na drie dagen trok de mist op en gaf Jeju eindelijk haar schoonheid prijs. In de tussentijd heeft Annie een poging gedaan mij te leren poolbiljarten in de lobby van ons hotel en vragen wij ons nu af of mijn WA-verzekering biljartlakenschade dekt buiten territoriale wateren. We kunnen het niet uitzoeken want de wifi doet het niet (waaipaai zeggen ze hier). Ze hebben hier gelukkig nog geen 5G zoals op het vasteland want daar krijg ik oorsuizingen van.

Maar dit terzijde lieve lezers want dit vulkanische eiland blijkt van een spectaculaire schoonheid. Een knettergroen bebost berglandschap omringd door kristalheldere zee, met enorme kliffen en baaien van lavasteenformaties, die op wonderbaarlijke wijze soms gevormd zijn in hexagrammen als enorme punten zwarte toermalijn. Je moet natuurlijk de ontsierende hoogbouw even buiten beschouwing laten.

Jeju staat voornamelijk bekend om de Haenyeo (duikende vrouwen). Van oudsher zijn de vrouwen hier kostwinner, ze doken 434 anno domini al op schaal-en schelpdieren. Een semi-matriarchaat volgens Wikipedia (wat dat ook moge betekenen). Ik zal proberen om er voor u achter te komen.

Een paar generaties terug waren er nog 30.000 Haenyeo, maar heden ten dage zijn het er nog maar 5.000 en het ziet er naar uit dat dat aantal in de nabije toekomst verder gaat slinken, want de meeste van hen zijn 85-plus. Dat heb ik nu weer met mijn eigen ogen gezien. Hoogbejaarde vrouwen, die, nadat ze vijf uur in het water hebben gelegen zich in hun rubber duikpakken uit het water hijsen en over de lavastenen klauteren met bulten van twintig kilo zeewier op hun rug. Dat ze vervolgens te drogen leggen op de vluchtstrook van de autoweg. Ik heb ze krom zien lopen achter hun rollators vol zeekomkommers, oesters en spartelende inktvissen. En hun mannen maar wachten aan de kant totdat ze het mee kunnen nemen in hun vrachtwagentjes.

O ja, ze kunnen twee minuten hun adem in houden, niet die mannen, maar die vrouwen want ze doen het zonder zuurstof. Chapeau!

    • Tosca Niterink
    • Anita Janssen