De ontvangst in 1962 was vijandig

Foto Rien Zilvold

De Schroothoop? Het Vliegtuigongeluk? Of toch maar zijn oudste naam: De Schrootfraude, naar een in 1963 geruchtmakende zwendel rond gesubsidieerd schrootmetaal?

Corporate Entity heet het imponerend beeldhouwwerk van Wessel Couzijn officieel. In het Nederlands: Belichaamde eenheid. Maar dat weet bijna niemand. Sinds 1992 spiegelt het in een vijver voor het hoofdkantoor van Unilever aan het Weena: een door een speciale bronslegering prachtig groen uitgeslagen sculptuur van zes meter hoog, veertien meter breed, acht meter diep en 18.000 kilo zwaar. Een centraal, abstract figuur verheft zich als een Phoenix boven twee zijdelen van uiteen spattende flarden en fragmenten.

Toen het beeld op 27 november 1962 op drie opleggers met enige fanfare Rotterdam werd binnengereden, was de ontvangst ronduit vijandig. „Ze hebben een hoop rommel voor de deur geplempt”, citeert Chris Ebbe in een recent blog een oudere Rotterdammer, die zich opwond over geldverspilling van de hoge heren. Een reporter van Trouw, die rond het beeld postte, ontmoette een snerende postbesteller en een groep diplomatiek zwijgende zakenlui die opdrachtgever Unilever niet voor het hoofd wilde stoten.

‘Lust om te spotten’

Maar de elite sloot resoluut de rangen tegen het populistische gemor. Burgemeestersvrouw J. M. van Walsum-Quispel sloeg een wat defensieve toon aan tijdens de onthulling van Belichaamde eenheid op 11 juni 1963. „De Nederlander, en de Rotterdammer in het bijzonder, heeft een ingeboren lust om te spotten met wat hij niet begrijpt (...) En al gauw is een sarcastische bijnaam geboren”, tekende Het Vrije Volk uit haar mond op. Men moet dat „grote, misschien domme, misschien hardleerse, maar zeker onbarmhartige publiek van leken” enige tijd en gewenning gunnen, pontificeerde ze voort.

Professor Hammacher van het Boymans peperde Rotterdam in dat het nu een modernistisch voorbeeld was voor Nederland, zo niet de hele wereld.

Ook het Vrije Volk hield zijn sociaal-democratische lezers in het kader van de volksverheffing voor dat ze trots moesten zijn op Belichaamde eenheid. Buitenlandse kunstcritici van naam, „zoals P.Courthion en M. Seuphor uit Parijs en F. Russoli uit Rome” waren helemaal naar de Maasstad afgereisd om het beeld te zien dat „zijn functie van gestolde droom met beklemmende kracht uitoefent”. Het proletarisch gemoed werd gemasseerd met het weetje dat Rotterdam hiermee „vermoedelijk het grootste bronzen beeld ter wereld” in huis had, en dat Amsterdam stevig achterliep op het punt van abstracte plastieken in het straatbeeld (De Maasbode).

Maar wat betekende Belichaamde eenheid? De directie van Unilever had Wessel Couzijn in 1958 geheel de vrije hand gegeven: men wilde een abstract, monumentaal sculptuur dat dynamisch moest contrasteren met het zeer strakke hoofdkantoor aan de Rochussenstraat. Bij oplevering verkocht het concern Belichaamde eenheid als een ode aan de mens – zeg maar: de manager – die orde schept in complexe organisatiestructuren. Toch straalt het beeld niet zozeer controle en orde uit, maar eerder controle-verlies en desintegratie. Linkse critici zagen in het de dreigende, stekelige vormen inherente kritiek op de macht. Couzijn, die het beeld The Manipulator had willen dopen, hield zich verre van platvloerse politieke interpretaties. Hij erkende dat de vormen „geteisterd en wreed” zijn. „Maar het leven is ook niet zo’n zoetsappige aangelegenheid.”

Goede public relations

Voor Unilever – en maecenas-in-chief Sidney van den Bergh – was Belichaamde eenheid hoe dan ook geslaagde public relations. Critici prezen de lef en goede smaak van de multinational: volgens Pierre Jansen van het Parool bewees het concern dat het „zich niet gaande houdt met het kleine knijpwerk.” Na de verhuizing naar het Weena in 1992, waar de vastgoedjongens zich van de gemeente helemaal mochten uitleven, bleek Belichaamde eenheid zelfs een diepte-investering. Samen met het nieuwe Unileverkantoor van Jan Hoogstad vormt het daar een oase van allure en smaak tussen de lompe projectontwikkelaarshorreur. De goud blikkerende ‘bordeelesthetiek’ van het ‘Weenwijf’, dat Unilever vanaf de gevel van Holland Casino in de rug kijkt, versterkt dat effect.

Al blijft het een Schroothoop natuurlijk. Rotterdammers zeggen dat nu met geamuseerde tederheid, al hebben ze de groenbronzen kolos nu ook weer niet in het hart gesloten, zoals burgmeestervrouw Van Walsum-Quispel in 1963 voorspelde. Dat was immers ook gebeurd met Verwoeste Stad – alias ‘Jan Gat’ – van Ossip Zadkine, dat zij tien jaar eerder had onthuld. Op dat punt zag criticus Pierre Jansen het scherper: anders dan Zadkine, met zijn „literaire tranerigheid en zijn dubieuze instinct voor het gebaar”, was Belichaamde eenheid, „onvatbaar voor lieve associaties”, iets te weerbarstig, agressief en onpeilbaar voor ansichtkaarten. Een icoon van Rotterdam werd het niet, wel een monument voor de lef en ambitie van de wederopbouw.

Coen van Zwol
    • Coen van Zwol