Opinie

    • Tom-Jan Meeus

De avond waarop het kabinet in het geheim dineerde in het Rijksmuseum

Deze week: de avond waarop het kabinet heimelijk dineerde in het Rijksmuseum. Ofwel: Rutte III en de strijd tegen de klassieke conserverende krachten in Den Haag.

Vorige week maandag hadden de leden van Rutte III een bijzondere avond. Sommige bewindslieden waren er de laatste dagen nog vol van.

Zij dineerden in het geheim in het Rijksmuseum, omgeven door werk van Rembrandt.

Het is een gewoonte van het museum om elk nieuw kabinet zo’n diner in zijn eerste jaar aan te bieden. Rutte deed dit dus al voor de derde maal. Voor bijna alle andere bewindslieden was het de eerste keer.

Een betrokkene zei: je bent als minister het beste als je rechtstreeks contact met de burger hebt, hoe rauw soms ook. Maar in het Rijks mochten we, als nieuwe bewindslieden, even wegdromen bij een voorbij gevoel van voornaamheid en traditie.

Het vatte, onbedoeld, de Haagse stand van zaken aardig samen.

We beginnen volgende week, met de tussenrapportage van de staatscommissie-Remkes op donderdag, een nieuwe ronde waarin ons traditioneel ingerichte staatsbestel wordt geconfronteerd met een verlangen naar vernieuwing.

Maar gelijktijdig – en dat is minder goed zichtbaar – blijven de traditionele krachten in dat bestel buitengewoon vaardig in het behartigen van hun belangen en het beschermen van hun invloed.

Of het nu om benoemingen gaat, om beleid dat rigoureus wordt aangepakt, of om het bestel zelf – in Den Haag heb je altijd stille spelers die, gewapend met procedures, de status quo verdedigen.

Liever Rembrandt dan Remkes.

Nu was het voor alle bestelcritici sowieso een ontnuchterende week. GeenPeil, de vertakking van GeenStijl die in 2015 met succes het Oekraïne-referendum afdwong (‘RED DE DEMOCRATIE!’), stootte voor de tweede keer in korte tijd zijn neus.

Vorig jaar bleek de belangstelling voor de politieke partij GeenPeil bij de Kamerverkiezingen nogal beperkt: 4.945 mensen stemden op deze reddingspoging van de democratie; 0,05 procent van de stemmen.

En deze week maakte GeenPeil bekend dat het bij lange na niet genoeg handtekeningen ophaalde om een referendum over de Donorwet af te dwingen.

Pas over twee weken weten we officieel of het echt niet doorgaat – de Kiesraad moet alle stemmen nog tellen – maar initiator Bart Nijman, adjunct-hoofdredacteur van GeenStijl, zag er op zijn eigen site geen heil meer in. „Ik denk dat enige bescheidenheid nu wel op zijn plek is”, zei Nijman.

Ik zou zeggen: nou Bart, probeer dat even vast te houden.

Het betekent dat de Donorwet nu definitief gered lijkt, en dat de afschaffing van het raadgevend referendum, over een paar weken door de Eerste Kamer, is teruggebracht tot een administratieve kwestie.

Maar de ironie is: die staatscommissie-Remkes kán dit hele debat voordien al op een nieuw spoor brengen.

Twee zaken spelen hier. De samenstelling van de staatscommissie kwam betrekkelijk laat rond, waarbij Tweede Kamer-voorzitter Arib (PvdA) afdwong dat enkele uitgesproken voorstanders van meer burgerparticipatie (zoals het correctief referendum) aan de commissie werden toegevoegd.

En in gesprekken die voorzitter Remkes, de VVD-routinier, de laatste tijd in Haagse binnenkamers voerde, liet hij merken dat zijn commissie inderdaad het correctief referendum wil omarmen.

Het is me onduidelijk welke plannen hij donderdag in dat tussenstuk al wil brengen – maar iemand wees me erop dat Remkes vorig najaar, op BNR, al zinspeelde op hernieuwde aandacht voor het correctief referendum.

Er komt bij, begrijp ik, dat de staatscommissie voelt voor ‘constitutionele toetsing’, waarbij de rechter – bijvoorbeeld de Raad van State – oordeelt of nieuwe wetgeving in overeenstemming is met de Grondwet.

Een oud maar vergaand idee – omdat het de Eerste Kamer vrijwel overbodig zou maken.

Dus je kunt er vergif op innemen dat deze plannen, mochten ze donderdag bekend worden, de coalitie verdelen.

Rutte zei twee jaar terug nog dat hij „totally against referenda” is, en bijvoorbeeld het CDA is traditioneel tegen een andere rol voor de senaat.

Wel zien ze in de coalitie een tactisch voordeel. Ze zijn daar erg tevreden over hoe ze media-aandacht voor de oppositie wegnemen door steeds coalitieconflicten te etaleren. Ook deze thema’s zijn vermoedelijk zeer geschikt voor zo’n opzetje.

Dit neemt allemaal niet weg dat het voor bestelvernieuwers een doorbraak zou zijn als een VVD-prominent als Remkes dit type ideeën omarmt.

De paradox is wel dat Remkes, nu nog commissaris van de koning in Noord-Holland, volgend jaar vrijwel zeker voor de VVD toetreedt tot dezelfde Eerste Kamer.

Zijn verwachte transfer is deel van een banencarrousel, waarbij talrijke hoge politieke, ambtelijke en adviseursfuncties rouleren.

Bekend is de nieuwe vicepresident van de Raad van State: afgelopen dinsdagavond lichtte minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) een kleine delegatie op de Raad van State in over haar kandidaat (en de kans is klein dat dit Jeroen Dijsselbloem is).

Ook wordt binnenkort bekend wie de nieuwe directeur-generaal van geheime dienst AIVD wordt. Verder is in het kabinet de verwachting dat in de leiding van het OM vacatures ontstaan door de recente affaire.

Maar het politieke zwaartepunt, en het grootste risico, ligt vanaf komend najaar in de Eerste Kamer.

Wegens de Statenverkiezingen volgend voorjaar, en de Eerste Kamerverkiezingen kort erna, moeten senatoren van de meeste fracties komende zomer beslissen of zij door willen.

Bij de VVD staat al vast dat vier of vijf Eerste Kamerleden moeten vertrekken. Bij het CDA zeker twee, mogelijk meer. Etc.

Ervaren senatoren kennen het risico van zo’n transferperiode: vier jaar terug stemden drie PvdA-senatoren, alle drie op weg naar de uitgang, tegen de zogenoemde vrije artsenkeuze van toenmalig minister Edith Schippers (Zorg, VVD) – met een politieke crisis als gevolg.

Zeker nu Rutte III rust op één zetel meerderheid in de senaat, betekent dit dat die hele carrousel de coalitie komend najaar bij gevoelige onderwerpen in het nauw kan brengen.

Denk aan de dividendbelasting, denk ook aan het klimaatbeleid.

Dit laatste onderwerp heeft, naast de discussie over ‘Remkes’, nu al een mobiliserend effect op conserverende krachten in de senaat. In juli wordt naar verwachting een eerste opzet van een gepolderd klimaatakkoord gepresenteerd, en in VVD en CDA groeit de scepsis.

Een VVD-prominent zei laatst: „Dat wordt een ramp voor mijn partij.”

Een CDA’er analyseerde dat bij de klimaatgesprekken „een dodelijke combinatie van gelovigen en kooplui” aan het stuur zit.

De gelovigen zijn niet te stuiten, zei hij, en de bedrijven denken: dat verkoopt lekker. „De burger mag betalen.”

Het zijn de voortekenen van het soort stille opstand waar conserverende krachten in Den Haag patent op hebben.

Dreigt een besteldiscussie te veel macht te verplaatsen, dreigt klimaatbeleid bestaande belangen te zeer aan te tasten, dreigen senatoren tegen hun wil te moeten vertrekken – dan tekenen senatoren binnenskamers een stevig protest aan, en meestal is dat al genoeg.

Zo werkt Den Haag. Kabinetten kunnen hun aanzien vieren in het Rijksmuseum, zij kunnen ambitieuze plannen bedenken of steunen, maar de grenzen van hun invloed worden door anderen getrokken – door de conserverende krachten van Den Haag.

    • Tom-Jan Meeus