Recensie

‘Ashtonia’ is een zomerparade van fratsen, stunten en vertier

In een tent in de tuin van Slot Zeist spelen de Ashton Brothers hun nieuwe show Ashtonia: anderhalf uur acrobatisch en cabaretesk zomeravondvertier.

Scène uit Ashtonia Foto Floris Heuer

De kasteeltuin van Slot Zeist is een Parade-achtig terrein geworden, met bijbehorend horeca-aanbod. Maar hier staat in het midden maar één grote blauwe tent – en daarin spelen de Ashton Brothers hun nieuwe show Ashtonia: ruim anderhalf uur zomeravondvertier, met een aaneenschakeling van fysieke fratsen, goedgemutste grappen, geestig gooi- en smijtwerk, spitsvondig stuntwerk en een welluidend mengsel van muziek en geluidseffecten.

Op een vierkante speelvloer, gedompeld in spannend theaterlicht, weten de acrobatische kleinkunstenaars Joost Spijkers, Friso van Vemde Oudejans en Pim Muda, alias de Ashton Brothers, wederom te verrassen met nieuwe nummers en een enkele variant op eerder werk. Ze worden ditmaal vergezeld door enkele internationale circusartiesten met acrobatiek van meer reguliere aard – maar die is mooi aangepast aan de bonte uitdossingen en de onverwachte wendingen waarin de Ashton Brothers al zeventien jaar excelleren. Samen met hun gasten vormen ze een eenheid die ook in muzikaal opzicht is verrijkt, met de vinnige toeterjazz van een authentiek straatorkestje uit New Orleans, compleet met wasbord en tuba. Dat maakt de soundtrack van Ashtonia: superveelzijdig: van een hoog in de nok gezongen Balkan-ballade tot en met het van Louis Armstrong bekende Do you know what it means to miss New Orleans?

Rolstoel in trapeze

Al even uiteenlopend zijn de scènes. Een man lijkt op zijn handen te lopen, maar het blijken andermans voeten te zijn. Een ander zingt terwijl zijn ronddraaiende jurk in brand staat. Een man in rolstoel beklimt een trapeze. Een acrobaat houdt zich staande op een complexe opeenstapeling van blokken, planken en een rollende koker, terwijl vijf kwaadaardige clowns hem pesterig proberen af te leiden. En zo verder, tot de Ashton Brothers tenslotte ook nog even opduiken als de kwekkende mannetjes in over hun hoofd getrokken tricots uit hun beginjaren. Zo maken ze zelf de cirkel rond.

    • Henk van Gelder