‘Wonderdokter’ die Van Basten opereerde

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Viparts René Marti (1939-2018) was een orthopeed die goed luisterde naar zijn patiënten.

Wie veel met beroemdheden omgaat, wordt vanzelf ook een ster. Dat geldt voor strafpleiters en portretfotografen, maar evenzeer voor artsen.

Neem René Marti, de Zwitserse orthopedische chirurg die op 22 mei in Sankt Gallen op 79-jarige leeftijd overleed. Bijna dertig jaar leidde Marti de afdeling orthopedie in het Binnengasthuis en aansluitend in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Omdat onder zijn patiënten dansers van Het Nationale Ballet waren, en voetbalhelden als Ruud Krol, Rob Rensenbrink en Marco van Basten, maakte Marti naam als ‘wonderdokter’.

Hij figureerde op de showbizzpagina’s van Telegraaf-journalist Henk van der Meijden, televisiemaker Ivo Niehe portretteerde hem. En toen RTL 5 in 1995 de achtdelige serie Bijzondere artsen maakte, was de eerste aflevering aan Marti gewijd. In het tv-portret zwaaide uiteraard ook een beroemdheid hem lof toe: de toen 88-jarige actrice Mary Dresselhuys. In haar „bloemkoolheupen” had Marti een constructie „zo van de Hema” geplaatst, zei Dresselhuys. Door die dubbele heupoperatie had de actrice „haar leven terug” en stond ze weer op de planken.

Omdat hij „Nederland op de orthopedische wereldkaart” had gezet, benoemde de Nederlandse Orthopaedische Vereniging Marti bij zijn pensionering tot erelid. Ironisch, want dezelfde vereniging verzette zich hevig toen Marti in 1973 werd benoemd tot hoogleraar orthopedie aan de Universiteit van Amsterdam.

Diverse orthopeden vonden de toen pas 33-jarige Zwitser te onervaren. Ook moesten ze niets hebben van de innovatieve Zwitserse methoden om botbreuken met platen, schroeven en pennen te stabiliseren. Die operatieve aanpak van fracturen was ontwikkeld in klinieken waar skiërs met botbreuken binnenkwamen. Door ze te opereren, in plaats van in te gipsen, konden de patiënten sneller naar huis en herstelden ze beter.

Hij was geen tovenaar, maar een arts die heel goed luisterde en oprecht geïnteresseerd was in patiënten

Van het verzet tegen zijn aanstelling als hoogleraar trok Marti zich niks aan. Waren de Zwitserse orthopedische methoden in Amsterdam aanvankelijk een onemanshow van Marti, in de dertig jaar dat hij aan de Universiteit van Amsterdam verbonden was leidde hij vele orthopeden op.

Gino Kerkhoffs, het huidige hoofd afdeling orthopedie in het AMC, is een van Marti’s oudleerlingen. Zijn leermeester heeft ook op andere terreinen veel betekend voor de orthopedie, zegt Kerkhoffs. Bijvoorbeeld voor het corrigeren van X- en O-benen, en voor het onderzoek naar de langetermijneffecten van ingrepen. „Daarin liep René echt voorop. Hij was geen tovenaar, maar een arts die heel goed luisterde en oprecht geïnteresseerd was in patiënten.”

Zijn beroemdste patiënt was Marco van Basten, tweevoudig wereldvoetballer van het jaar. Over weinig enkels zal zoveel gepubliceerd zijn als over de rechterenkel van de spits van Ajax en later AC Milan. In die vele artikelen duikt Marti meestal op, want hij opereerde Van Basten driemaal en had hem jaren in behandeling.

Tot de begeleiders van Van Basten de wanhoop nabij waren en de langdurig geblesseerde voetballer verleidden tot een operatie door de Belgische chirurg Martens. Een zinloze ingreep, oordeelde Marti in 1993 in een opmerkelijk openhartig interview met NRC. Over de begeleiders van Van Basten zei hij: „Door dit soort mensen ben je geneigd nooit meer voetballers te behandelen.”

Marti was een fanatiek skiër en een gepassioneerd kunstverzamelaar. Als lid van de aankoopcommissie van het AMC hielp hij bij het samenstellen van de gerenommeerde bedrijfscollectie van het ziekenhuis. Met zijn echtgenote Doris Clerici legde hij een omvangrijke privécollectie aan, en sinds 1990 dreef hij in de Kerkstraat in Amsterdam Galerie BMB.

Zelf was hij een trouwe klant van Gallery Delaive in Amsterdam. Na het opereren kwam hij regelmatig langs, zegt eigenaar Nico Delaive. „René ging dan soms op een bankje liggen, even uitrusten.” Een bescheiden, leuke kerel, zegt de galeriehouder.

Hoewel Marti een globetrotter was met huizen in Zwitserland, Italië en de Verenigde Staten, voelde hij zich thuis in Amsterdam, zegt Evelien Goekoop, vanaf 1973 zijn vaste secretariële assistent. Toch leverde de Zwitser in 2012 zijn Nederlandse paspoort in. Dat deed hij uit boosheid, onder meer omdat het hem niet lukte om zijn rijbewijs te verlengen. Goekoop: „Marti had het gevoel dat hij werd dwars gezeten. Voor hem was het de reden om eerder naar Zwitserland te remigreren.”

Tot 2014 opereerde hij in een privékliniek in Sankt Moritz nog patiënten. Door een herseninfarct moest hij stoppen. De laatste drie jaar van zijn leven kon hij niet meer spreke

Goekoop en Gino Kerkhoffs zochten Marti een paar dagen voor zijn overlijden nog op. „Ik heb nog één keer tegen hem kunnen praten en hem een aai over zijn bol kunnen geven”, zegt Goekoop. Volgens Kerkhoffs was Marti altijd al iemand die met zijn ogen kon spreken. „Die aanstekelijke glimlach was er ook bij mijn laatste bezoek.”

Suggesties voor deze rubriek zijn welkom op necrologie@nrc.nl.
    • Arjen Ribbens